---
title: "Parlementaire vraag 92 · Zelfstandige sportleraren binnen vzw&#x27;s"
description: "Zelfstandige sportleraren binnen vzw's, sporttrainer. Parlementaire vraag nr. 92 van 19 november 2020 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/92-zelfstandige-sportleraren-binnen-vzw-christian-b658"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/92-professeurs-sport-independants-sein-associations-6d7a"
---

# Zelfstandige sportleraren binnen vzw's

**Nummer**

92

**Datum**

19 november 2020

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 92 van de heer Christian Leysen d.d. 19.11.2020

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/032 d.d. 21.12.2020, blz. 331**

Vraag nr. 92 van de heer volksvertegenwoordiger Christian Leysen van 19 november 2020 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

*Zelfstandige sportleraren binnen vzw's.*

## **VRAAG**

Er zijn heel wat personen tewerkgesteld als zelfstandig sportleraar in ondergeschikt verband binnen een vzw-werking. Deze rekenen op hun facturen geen btw aan conform [artikel 44 van het Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44). Dit artikel impliceert dat men btw-plichtig is, maar dat men vrijgesteld is van btw-heffing, zolang de omzet minder is dan 25.000 euro.

Ik stel vast dat bij de btw-administratie van de FOD Financiën hier toch wel enige discussie over is, waarbij zelfstandige sportleraren toch verplicht btw dienen aan te rekenen. Het doorrekenen daarvan aan de sportclubs die meestal vzw's zijn en hierdoor geen btw kunnen aftrekken, zou zware financiële gevolgen kunnen hebben.

Zeker gezien de huidige coronacrisis, zouden de gevolgen des te desastreuzer kunnen zijn.

**1.** Indien dergelijke personen niet dienen ingeschreven te worden als werknemer, kan men dan gebruik maken van [artikel 44 van het Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)? Immers, indien de omzet lager ligt dan 25.000 euro kan men hiervan in principe gebruik maken. Echter, in de praktijk als men een zaak start is dit moeilijk na te gaan doordat men de omzet moeilijk kan inschatten. Bovendien zorgde de coronacrisis ervoor dat heel wat zelfstandigen die eerst een omzet hadden van 25.000 euro nu onder dit drempelbedrag zijn gezakt.

**2.** Destijds werd gesteld dat normaal tussen de persoon en de instelling een band van ondergeschiktheid bestaat, zodat niet is voldaan aan het criterium van de zelfstandigheid en er in die relatie gen btw verschuldigd is, ongedacht de drempel van deze omzet van 25.000 euro. Kan u dit bevestigen?

## **ANTWOORD**

**van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 21.12.2020:**

Volgens [artikel 4, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) is belastingplichtig, eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in dit Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend. Eenieder die onder de voorwaarden van [artikel 4 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) diensten verstrekt, dient als belastingplichtige te worden aangemerkt en dient zich in principe als dusdanig te laten identificeren.

Wanneer een sportleraar met een club verbonden is door een arbeidsovereenkomst, is hij geen btw-belastingplichtige aangezien hij niet zelfstandig optreedt in de zin van voornoemd artikel 4. Dit is ook het geval wanneer een sportleraar anders dan in loondienst sportlessen geeft in een instelling die diensten verstrekt die al dan niet aan de btw zijn onderworpen, doch uit de werkelijke arbeidsverhoudingen blijkt dat er tussen de sportleraar en de club of federatie die beroep doet op zijn diensten, wel een band van ondergeschiktheid bestaat (beslissing nr. E.T.79.369 van 4 februari 1994). Dit kan onder meer blijken uit het feit dat de sportleraar onderworpen is aan het intern reglement van de club of federatie die bovendien eenzijdig de inhoud van het onderricht, het uurrooster en de bezoldiging of vergoeding van de sportleraar vaststelt.

Op grond van [artikel 44 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) zijn uitdrukkelijk in dat artikel opgesomde leveringen en diensten vrijgesteld van de btw. Dit betekent dat voor die handelingen geen btw verschuldigd is, en dit uitsluitend omdat een uitdrukkelijke bepaling die handelingen, welke normaal in de uitoefening van een economische activiteit worden verricht, van de belasting vrijstelt. Dit is bijvoorbeeld zo voor een vrijstelling inzake sport ([artikel 44, § 2, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)) of een vrijstelling inzake onderwijs ([artikel 44, § 2, 4°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)). Opdat deze vrijstellingen van toepassing zouden zijn dient te worden voldaan aan de in genoemde artikelen bepaalde voorwaarden.

Wanneer uit de feiten blijkt dat de sportleraar rechtstreeks aan de sportbeoefenaars zijn diensten verstrekt zonder enige band van ondergeschiktheid ten opzichte van de club, handelt hij als zelfstandige. Voor zover de overige toepassingsvoorwaarden van [artikel 4, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) zijn vervuld zijn diens handelingen bijgevolg in de regel aan de btw onderworpen. Aan de hand van de feitelijke omstandigheden dient evenwel te worden nagegaan of betreffende diensten voldoen aan de voorwaarden opgenomen in de bepalingen van de artikelen [44, § 2, 3° of 4°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), van het Btw-Wetboek teneinde te bepalen of deze al dan niet van de belasting zijn vrijgesteld.

Wanneer de sportleraar rekening houdend met hetgeen voorafgaat zelfstandig optreedt en zijn handelingen niet zijn vrijgesteld op grond van voornoemde artikelen kan hij, in de mate dat zijn jaaromzet de drempel van 25.000 euro niet overschrijdt, opteren voor de bijzondere vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen zoals bedoeld in [artikel 56bis van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56bis). Deze drempel van 25.000 euro is dus alleen van belang indien de sportleraar optreedt als zelfstandige en zijn prestaties in principe moeten worden belast tegen het tarief van 21 %.

De toepassingsmodaliteiten van deze optie worden geregeld in het koninklijk besluit nr. 19, van 29 juni 2014, met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen. Toelichting in verband met deze optie is terug te vinden in de Btw-Commentaar, Boekwerk V: Bijzondere regelingen, Hoofdstuk 15: Bijzondere regelingen, Afdeling 4: Vrijstellingsregeling van belasting, punten 3 en 4, gepubliceerd op Fisconetplus.be.

Het hangt dus van de concrete situatie af om te bepalen of de sportleraar al dan niet als zelfstandige wordt aangemerkt. Overigens is het daarbij zonder belang of de vzw waarvoor hij zijn prestaties verricht, al dan niet is vrijgesteld op grond van [artikel 44, § 2, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44).

Indien u een welbepaald geval beoogt, nodig ik u uit mij de feitelijke en juridische elementen ervan te bezorgen. Ik zal ze voor onderzoek aan mijn administratie overmaken.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 7 voorkomens

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 3 voorkomens

[WBTW art. 56bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56bis) 1 voorkomen
