Opleidingscheques. Fiscaal en sociaal regime. Boekhoudkundige verwerking · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

92 10 november 2003

Zoeken

Opleidingscheques. Fiscaal en sociaal regime. Boekhoudkundige verwerking

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/92-opleidingscheques-fiscaal-sociaal-regime-boekhoudkundige-633d

Nummer
92
Datum
10 november 2003

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

49 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 28 , blz. 4322-4326

Opleidingscheques - Fiscaal en sociaal regime - Boekhoudkundige verwerking

VRAAG

Op 14 december 2001 heeft de Vlaamse regering het besluit betreffende de opleidingscheques goedgekeurd.

De uitvoeringsmodaliteiten werden blijkbaar geregeld in het ministerieel besluit van 21 december 2001.

Een opleidingscheque heeft een waarde van 30 euro, waarvan 50 % door de onderneming wordt betaald en 50 % door de Vlaamse overheid. Met deze cheque kan de onderneming een opleiding, gevolgd door een werkende uit de onderneming, bij een erkend opleidingsverstrekker betalen.

Per kalenderjaar kan een onderneming maximaal 200 opleidingscheques aankopen.

Na tijdige betaling door de onderneming van haar aandeel, namelijk de helft van de zichtwaarde van de bestelde cheques, worden de cheques door de emittent aangemaakt en verstuurd naar de onderneming.

Vervolgens moet een werkende uit die onderneming een opleiding volgen bij een erkend opleidingsverstrekker. Deze opleidingsverstrekker levert een vormingsattest af en factureert de verleende diensten aan de onderneming die op haar beurt, geheel of gedeeltelijk, de factuur (exclusief BTW-) met opleidingscheques kan betalen.

Uiteindelijk worden de opleidingscheques samen met een kopie van de factuur en de nodige statistische informatie (evaluatieformulier), door de opleidingsverstrekker ter incasso aangeboden aan de emittent. Na controle van de geldigheid van de cheques betaalt de emittent de cheques uit aan de opleidingsverstrekker.

Het lijdt geen twijfel dat dergelijke opleidingsacties zowel de ondernemingen als de werknemers sociaal ten goede komen en een blijvende tewerkstelling stimuleren.

In de huidige stand van zaken rijzen dienaangaande echter wel de volgende algemene praktische fiscale en sociale vragen.

1.

a) Welke fiscale en parafiscale taxatie- en vrijstellingsregimes dienen deze opleidingscheques respectievelijk te ondergaan zowel in hoofde van de betrokken werknemers en bedrijfsleiders als in hoofde van de verlenende vennootschappenwerkgeefsters of ondernemingen?

b) Gaat het hier geheel of gedeeltelijk om vrijgestelde sociale voordelen? Zo neen, waarom telkens niet?

c) Welke andere fiscale en sociale verplichtingen dienen er terzake door de werkgevers (nog) periodiek te worden nageleefd?

2. Op grond van welke fiscale en sociale wettelijke en reglementaire bepalingen en in welke mate kunnen er op die voordelen belastingvrijstellingen (directe belastingen en BTW-) en RSZ-vrijstellingen worden verleend?

3. Onder al welke rubrieken en/of (tussentijdse) rekeningen van de balans en resultatenrekening of de jaarrekening dienen de bestelde en de aangekochte cheques, de genoten subsidies en de ontvangen facturen van de opleidingsverstrekkers telkens te worden geboekt, gecatalogeerd, verwerkt en/of toegelicht?

4. Welke belastingregimes moeten de ontvangen of toegekende subsidies en voordelen inzake personenbelasting en inzake vennootschapsbelasting ondergaan en op welk tijdstip of ogenblik ontstaat hierbij telkens hun eventuele belastbaarheid?

5.

a) Zijn dergelijke onderwijs- en opleidingsacties geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van BTW-? Zo neen, waarom niet en welke BTW-percentages moeten er dan eventueel wel worden gehanteerd door de erkende opleidingscentra?

b) Vormt inzake indirecte belastingen de gebeurlijk betaalde BTW een aftrekbaar bestanddeel bij de betalende onderneming?

6.

a) Kunnen alle werknemers en bedrijfsleiders dergelijke opleidingsacties volgen en inzonderheid genieten van alle daaraan verbonden fiscale en/of parafiscale voordelen?

b) Zo neen, waarom niet en op grond van welke wettelijke of reglementaire bepalingen zijn sommige werknemers of bedrijfsleiders hiervan geheel of gedeeltelijk uitgesloten?

7. Kunt u uw algemene ziens- en handelwijze meedelen in het licht van alle bestaande wettelijke en reglementaire bepalingen zowel inzake directe belastingen, inzake BTW-, als inzake RSZ en/of andere wetgevingen en collectieve arbeidsovereenkomsten?

ANTWOORD

(minister van Financën, 08.04.2004)

Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op de gestelde vragen te willen vinden.

A. Inzake inkomstenbelastingen

1. Wat de belastbaarheid betreft ten name van de werkende in de onderneming

Opleidingscheques kunnen worden aangewend voor het betalen van opleidingskosten voor "werkenden in de onderneming".

Artikel 1, 3°, van het besluit van 14 december 2001 van de Vlaamse regering betreffende de opleidingscheques definieert een werkende in de onderneming als de "bij arbeidsovereenkomst tewerkgestelde persoon die zijn activiteit binnen een in het Vlaamse Gewest gelegen exploitatiezetel van een onderneming uitoefent, alsook de persoon die voornamelijk als zaakvoerder of actieve vennoot aangesloten is bij het Rijksinstituut voor de sociale verzekering van zelfstandigen of bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen".

De te volgen opleiding kan ingedeeld worden in een algemene en een specifieke opleiding.

Voormeld besluit omschrijft in artikel 1, 11°: een algemene opleiding als "een opleiding die bestaat in onderricht dat niet uitsluitend of hoofdzakelijk op de huidige of toekomstige functie van de werkende in de begunstigde onderneming gericht is, maar door middel waarvan bekwaamheden worden verkregen die in ruime mate naar andere ondernemingen of werkgebieden overdraagbaar zijn, zodat de inzetbaarheid van de werkende wordt verbeterd".

In artikel 1, 12°, wordt een specifieke opleiding gedefinieerd als: "een opleiding die bestaat in onderricht dat direct en hoofdzakelijk op de huidige of toekomstige functie van de werkenden in de begunstigde onderneming gericht is, en door middel waarvan bekwaamheden worden verkregen die niet of slechts in beperkte mate naar andere ondernemingen of andere werkgebieden overdraagbaar zijn.

De kosten voor algemene opleiding kunnen in principe worden aangemerkt als een vrijgesteld sociaal voordeel in de zin van nr. 38/27, 8° of 21°, van de administratieve commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 of eventueel als eigen kosten van de werkgever indien de werkgever zou aantonen dat deze opleiding direct en hoofdzakelijk op de huidige of toekomstige functie van de werkende in de onderneming is gericht.

Daarentegen kunnen de kosten voor specifieke opleiding - gelet op hun specifiek karakter - zonder meer worden aangemerkt als eigen kosten van de werkgever.

De opleidingscheques zijn dus in principe niet belastbaar bij de werknemer. Dit neemt echter niet weg dat het "loon", dat ingevolge artikel 7, § 2, van voormeld besluit wordt toegekend aan een werkende in de onderneming die opleiding volgt, als een belast-bare bezoldiging ofwel van werknemers in de zin van artikel 30, 1°, of van bedrijfsleiders in de zin van artikel 30, 2°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) wordt aangemerkt.

2. Ten name van de werkgever

De fiscale behandeling van enerzijds de tegemoetkoming van de Vlaamse overheid in de opleidingscheques en anderzijds de kosten verbonden aan het gebruik van deze opleidingscheques maakt momenteel deel uit van een onderzoek bij de bevoegde dienst van mijn administratie. De resultaten van dat onderzoek zullen zo spoedig mogelijk op de gepaste wijze kenbaar worden gemaakt.

B. Inzake de belasting over de toegevoegde waarde

De opleidingscheque is een betaalinstrument waarmee opleidingskosten kunnen worden betaald die een erkende opleidingsverstrekker factureert aan een onderneming. De opleidingscheques die door de emittent worden uitgereikt aan de ondernemingen, moeten worden aangemerkt als onlichamelijke goederen die een geldwaarde vertegenwoordigen.

De aankoop van de opleidingscheques door de ondernemingen alsook het omruilen ervan door de erkende opleidingsverstrekkers bij de emittent, zijn bijgevolg handelingen die buiten de werkingssfeer vallen van de BTW-.

De erkende opleidingsverstrekker verschaft een opleiding van algemene of specifieke aard, die hoofdzakelijk gericht is op de huidige of toekomstige functie van de werknemers. Dergelijke beroepsopleidingen of -herscholingen kunnen onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld zijn van de BTW op grond van artikel 44, § 2, 4°, van het BTW-Wetboek.

Opdat de vrijstelling van toepassing zou kunnen zijn op cursussen voor beroepsopleiding en -herscholing, is allereerst vereist dat het onderwijs betreft dat direct tot doel heeft een vak of een beroep aan te leren, de bijscholing of herscholing of de permanente vorming. Bedoelde cursussen moeten worden verstrekt door een beroepsvereniging of door een privaatrechtelijke instelling die geen winstoogmerk heeft en die de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheid uitsluitend gebruikt tot dekking van de kosten van die werkzaamheid. Het onderwijs moet bovendien gegeven worden gedurende een periode die voldoende en noodzakelijk is voor het aanleren van een beroep of om de bedoelde opleiding of herscholing effectief te verwerven, met inachtneming van een pedagogisch programma en, in de regel, met het organiseren van examens met het oog op het afleveren van een geschrift (diploma, getuigschrift, brevet, attest).

De afgifte van de opleidingscheques door de onderneming aan de erkende opleidingsverstrekker dient teworden aangemerkt als de betaling van de prijs van een dienst.

Behoudens in de veronderstelling dat de beroepsopleiding en -herscholing is vrijgesteld op grond van artikel 44, § 2, 4°, voormeld, wordt de belasting verschuldigd over de nominale waarde, BTW inbegrepen, van de opleidingscheque(s) op het tijdstip van de incassering van de prijs of een deel ervan wanneer dat tijdstip voorafgaat aan de voltooiing van de dienst of het uitreiken van de factuur overeenkomstig artikel 22, § 2, van het BTW-Wetboek.

De niet vrijgestelde diensten van beroepsopleiding en -herscholing zijn onderworpen aan het normale BTW-tarief dat thans 21% bedraagt.

Uit wat voorafgaat blijkt dat wat het uitoefenen van het recht op aftrek betreft door een erkend opleidingsverstrekker het onmogelijk is algemeen te stellen dat het een belastingplichtige betreft met volledig dan wel met gedeeltelijk recht op aftrek, aangezien dit volledig afhangt van de aard van de effectief verstrekte diensten en de omstandigheden waarin deze worden uitgevoerd.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 442 voorkomens
WBTW art. 221 voorkomen