---
title: "Parlementaire vraag 914 · Zwarte economie in België"
description: "Zwarte economie in België. Parlementaire vraag nr. 914 van 27 mei 1997 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/914-zwarte-economie-in-belgie-hoorebeke-814a"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/914-economie-parallele-belgique-van-hoorebeke-faa0"
---

# Zwarte economie in België

**Nummer**

914

**Datum**

27 mei 1997

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

28 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1997, nr. 088 , blz. 12027**

*Zwarte economie in België*

## **VRAAG**

Over de omvang van de «zwarte economie», of noem het «schaduweconomie», is in België al heel wat gezegd en geschreven. Recente onderzoeken (Friedrich Schneider van de universiteit van Linz in Oostenrijk; Jef Vuchelen van de VUB) wijzen uit dat deze economie ongeveer 20% van het BBP vertegenwoordigt. In reële cijfers betekent dit een extra-activiteit in België van 2000 miljard frank, waarop geen frank belasting of sociale bijdrage wordt betaald.

1\. Als hoofdoorzaak voor het bestaan van een dermate grote zwarte economie, schuiven de professoren de hoge belastingdruk naar voren.

a) Is u de mening toegedaan door een verlaging van de belastingdruk, een gedeelte van het zwart werk wit zal worden, met een uiteindelijke grotere belastingopbrengst (zie voorbeeld van de verlaging van de roerende voorheffing van 25% naar 10%) en zo ja, heeft u daar dan plannen voor in de personenbelasting?

b) Kan u berekeningen bij het antwoord voegen die aantonen wat de gevolgen zijn voor de belastingopbrengsten van bijvoorbeeld een verlaging van de tarieven in de personenbelasting met 5%, 10% en 15%?

2\. Andere oorzaak is de «lage belastingmoraliteit» van de Belgen. Belastingen vermijden is een nationale sport, zo wordt zelfs gezegd door de onderzoekers.

Heeft u concrete plannen om aan die mentaliteit van de Belgen iets te veranderen?

3\. Een ander interessant aspect is het herverdelend karakter van een zwarte economie. Het zijn vooral de laaggeschoolden die in het zwart betaald worden door de hogere inkomensgroepen.

a) Welke lessen trekt u hieruit? Er is immers blijkbaar toch vraag naar minder geschoolde arbeid, zij het aan een lagere prijs.

b) Zou het niet beter zijn om bijvoorbeeld de werkgeversbijdragen op de twee laagste loondecielen gewoon af te schaffen?

c) of vindt u dat het huidige herverdelende karakter van de zware economie sociaal verantwoord is?

## **ANTWOORD**

Alvorens meer concreet op de specifieke vragen een antwoord te geven, moet er toch een aantal kanttekeningen gemaakt worden bij de ramingen over de omvang van de ondergrondse economie en de fiscale fraude. Elke raming of elk onderzoek naar de omvang van de ondergrondse economie gaat uit van een aantal veronderstellingen en bevat dan ook een zekere graad van onzekerheid. Het is immers niet evident om de omvang van een fenomeen te meten dat als belangrijkste betrachting heeft om te ontsnappen aan iedere vorm van officiële controle. De cijfers moeten dan ook met de nodige omzichtigheid gehanteerd worden. Toch stelt men vast dat de meeste studies de omvang van de ondergrondse economie voor België situeren in een vork van 15 tot 20% van de totale economische activiteit. En dat dit cijfer vergeleken met de meeste andere Europese landen vrij hoog ligt. Men kan deze percentages echter niet zonder meer toepassen op het BBP om de omvang van de ondergrondse economie te berekenen. Immers, bij het opstellen van de nationale rekeningen wordt er voor bepaalde inkomenscategorieën of economische activiteiten rekening gehouden met het feit dat de officiële statistieken niet altijd de economische werkelijkheid reflecteren. Op deze gegevens wordt dan ook een correctie doorgevoerd om rekening te houden met ondergrondse economie of fraude. Het eenvoudigweg toepassen van de percentages in verband met de ondergrondse economie, die in bepaalde studies geciteerd worden, op het BBP leidt dus tot een partiële dubbeltelling. Deze nuancering of kanttekening bij de cijfers neemt niet weg dat men hier met een reëel probleem geconfronteerd wordt.

Niettegenstaande in de meeste studies de fiscale en parafiscale druk als een oorzaak van fraude wordt aangehaald, is dit zeker niet de enige bepalende factor. Andere elementen spelen een rol en, bijgevolg is het niet noodzakelijk zo dat een daling van de fiscale druk tot een vermindering van de fraude aanleiding zal geven. Naast de fiscaliteit kunnen er immers nog andere redenen zijn waarom men aan het officiële circuit wil ontsnappen, bijvoorbeeld tewerkstelling illegalen, ontsnappen aan de milieuwetgeving, ontsnappen aan de sociale wetgeving,... Zo heeft de hervorming van de personenbelasting (de wet van 7 december 1988), die heeft geleid tot een belangrijke vermindering van de hoogste marginale aanslagvoeten en de globale druk van de personenbelasting, blijkbaar niet geleid tot een substantiële vermindering van de fraude of ondergrondse economie. De uitkomst van een nieuwe verlaging van de belastingdruk is dus niet zeker vast te stellen.

Een verlaging van de tarieven van de personenbelasting met respectievelijk 5, 10 en 15% leidt tot een daling van de ontvangsten met ongeveer eenzelfde percentage. Berekeningen met het SIRe-model (een micro-simulatiemodel voor de personenbelasting) geven aan dat een verlaging van de tarieven met respectievelijk 5, 10 en 15% voor het aanslagjaar 1995 tot volgende reductie van de ontvangsten zou hebben geleid:

| 5% | 46,0 miljard; |
| --- | --- |
| 10% | 91,7 miljard; |
| 15% | 137,2 miljard. |

Hierbij moeten twee opmerkingen gemaakt worden. Enerzijds wordt, door het stelsel van bedrijfsvoorheffing en voorafbetalingen gekoppeld aan kohieren, de uiteindelijke vereffening van de belasting gespreid over 3 jaar. Anderzijds leidt, voor bepaalde categorieën, bijvoorbeeld genieters van vervangingsinkomens, een verlaging van de tarieven tot een meer dan proportionele daling van de verschuldigde belasting.

Het feit dat de Belgen doorgaans een «lage belastingmoraliteit» hebben werd onlangs nog eens geïllustreerd door een enquête gepubliceerd in de krant «La Dernière Heure» van 16 juni. Hieruit blijkt dat van de ondervraagden 61,4% weinig scrupules had, om indien de mogelijkheid zich voordoet, de belasting te ontduiken. Het ontduiken van belasting zou dus in ruime mate maatschappelijk aanvaard worden. Vaak wordt hier als verklaring verwezen naar de lange periodes van bezetting door vreemde mogendheden die ons land gekend heeft. Deze zouden aanleiding gegeven hebben tot een diepgeworteld wantrouwen tegenover de overheid. Ik meen dat de veel te talrijke voorbeelden van verspilling van rijksgelden (onder andere «nutteloze werken») ook een verklaring zijn voor deze reactie van een deel van de belastingplichtigen. Als mogelijke verklaring kan hier nog worden aan toegevoegd de evolutie inzake individualisme, wat leidt tot een vervaging van het gevoel te behoren tot een nationale collectiviteit.

Maar wat de oorzaken van deze mentaliteit ook zijn, het is niet eenvoudig om die te wijzigen. Eigenlijk zijn er twee wegen om hieraan te werken. Een eerste weg bestaat er in om via informatie een zekere burgerzin aan te kweken. Dit kan ondermeer door de burger ervan bewust te maken, dat onder de vorm van publieke diensten en uitkeringen het belastinggeld toch weer bij de burger terechtkomt. Het is trouwens opvallend dat in de hierboven aangehaalde enquête 57,4% van de ondervraagden vinden dat zij te weinig geïnformeerd worden over de besteding van de geïnde belastingen. Om aan deze vraag naar meer informatie tegemoet te komen wordt er sinds een aantal jaren bij de aangifteformulieren voor de personenbelasting een brochure gevoegd met informatie over de bestemming van de geïnde belastingen. Maar deze informatie zou zeker kunnen worden verbeterd en ik het initiatief genomen om, voor volgend jaar, beroep te doen op een gespecialiseerd bureau.

De tweede weg is de meer repressieve weg en bestaat in de strijd tegen de fraude. Dit is de laatste jaren een permanente bekommernis geweest. In het recent verleden werden tal van maatregelen getroffen. De hervorming van de fiscale administratie vormt hierin een sleutelelement. In september 1995 werd beslist de herstructurering te spreiden over meerdere fasen. De tweede fase, de oprichting van gemeenschappelijke controlecentra directe belastingen-BTW zal vanaf oktober effectief opgestart worden.

Ten slotte, wat betreft de laatste vragen gesteld door het geacht lid, deel ik de vaststelling dat er inderdaad nog een vraag is naar ongeschoolde arbeid, op voorwaarde dat de kostprijs gereduceerd wordt. De oprichting van de PWA's heeft ervoor gezorgd dat langdurig werklozen aan de slag kunnen in activiteiten die vroeger in het zwart gebeurden. Daarnaast heeft de regering de werkgeversbijdrage voor lage lonen gevoelig gereduceerd, voor de laagste schijf zelfs met 50%. De regering heeft ook beslist om een plan uit te werken dat voor zeer langdurig werklozen (meer dan 5 jaar) de werkloosheidsuitkering zou activeren en omzetten in een loonsubsidie.
