---
title: "Parlementaire vraag 911 · Onderwijs. Aanschrijving nr. 25 van 24 december 1993. Datum van inwerkingtreding"
description: "Onderwijs. Aanschrijving nr. 25 van 24 december 1993. Parlementaire vraag nr. 911 van 11 februari 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/911-onderwijs-aanschrijving-december-datum-inwerkingtreding-fd40"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/911-enseignement-representant-daems-1e6d"
---

# Onderwijs. Aanschrijving nr. 25 van 24 december 1993. Datum van inwerkingtreding · BTW. Onderwijs. Aanschrijving nr. 25 van 24 december 1993. Datum van inwerkingtreding.

**Nummer**

911

**Datum**

11 februari 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

25 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 101, blz. 10.282-10.284**

*BTW - Onderwijs - Aanschrijving nr. 25 van 24 december 1993 - Datum van inwerkingtreding.*

## **VRAAG**

Naar ik verneem bent u van plan het verstrekken van cursussen inzake beroepsopleiding en -herscholing (momenteel vrijgesteld ingevolge artikel 44 paragraaf 2.4 van het BTW-wetboek) aan de BTW te onderwerpen.

1\. Klopt dat en zo ja, welke aanslagvoet zal van toepassing zijn en vanaf wanneer ?

2.

a) Zullen uitzonderingen mogelijk zijn ?

b) Zo ja, welke ?

3.

a) Worden bijkomende maatregelen genomen om te vermijden dat de BTW een element zou worden van concurrentievervalsing ?

b) Zal het mogelijk blijven om via de oprichting van een vzw opleidingen op de markt te brengen zonder BTW die bijgevolg goedkoper zijn voor niet- of gemengde-BTW belastingplichtigen ?

4\. Is het niet dringend nodig om klaarheid te scheppen in die situatie, door te bepalen dat voor dezelfde prestaties aan dezelfde gebruikers dezelfde regeling moet van toepassing zijn ? Moeten bijvoorbeeld prestaties van universiteiten, de VDAB, beroepsorganisaties, en andere ook niet worden onderworpen aan de BTW, wanneer zij zich richten tot de bedrijfswereld ?

## **ANTWOORD**

1\. In een gemotiveerd advies aan de Belgische Staat heeft de Europese Commissie te kennen gegeven dat België de vrijstelling inzake onderwijs op het stuk van de BTW te ruim opvat.

De Commissie heeft de administratie dan ook verzocht de vrijstelling binnen de door de zesde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977, betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake omzetbelasting - gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde : uniforme belastinggrondslag, bepaalde perken toe te passen.

Voor de vrijstelling op het stuk van onderwijs bepaald in [artikel 44, § 2, 4°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) komen dan ook slechts in aanmerking, de betreffende diensten die worden verstrekt door andere dan de in [artikel 6 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) beoogde instellingen; die laatste oefenen immers geen economische activiteit uit in de zin van [artikel 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) van hetzelfde wetboek, behoudens wat de in het koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970, bepaalde handelingen betreft waartoe onderwijsprestaties, met uitzondering evenwel van het onderricht voor het besturen van motorrijtuigen, niet behoren.

Bovendien kan, rekening houdend met de opmerkingen geformuleerd door de Commissie, de vrijstelling beoogd in [artikel 44, § 2, 4°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) slechts gelden in hoofde van privaatrechtelijke instellingen wanneer die laatste onder dezelfde omstandigheden onderwijs verstrekken, als de instellingen beoogd onder [artikel 6 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6).

De vrijstelling geldt bijgevolg slechts wanneer het school- of universitair onderwijs, de beroepsopleiding of -herscholing wordt verstrekt door privaatrechtelijke instellingen die geen winstoogmerk hebben en de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheid uitsluitend worden gebruikt tot dekking van de kosten van die werkzaamheid. Het onderwijs moet bovendien worden gegeven gedurende een periode die overeenstemt met een school- of academisch jaar, met inachtneming van een pedagogisch programma en de organisatie van examens met het oog op het afleveren van een geschrift (diploma, getuigschrift, brevet, attest).

De nieuwe regeling inzake de toepassing van de vrijstelling bepaald in voornoemd artikel 44, § 2, 4° en zoals toegelicht in de aanschrijving nr. 25 van 24 december 1993, vindt in de regel toepassing vanaf 1 januari 1994. Indien de vrijstelling niet geldt, is de BTW van toepassing tegen het normale tarief dat thans 20,5 % bedraagt.

Het is evenwel zo dat ten aanzien van cursussen en lessenreeksen die een aanvang hebben genomen of werden aangekondigd voor 1 januari 1994 en ten aanzien waarvan volgens het door de administratie voor die datum ingenomen standpunt de vrijstelling van toepassing was doch volgens de nieuwe regeling niet kan worden behouden, vooralsnog de vrijstelling kunnen genieten maar dan uiterlijk slechts tot 31 augustus 1994.

2\. Beroepsopleiding en -herscholing dat wordt verstrekt door privaatrechtelijke instellingen die geen winst beogen en worden gegeven gedurende een periode die zoals bij publiekrechtelijke instellingen noodzakelijk is voor het aanleren van een vak of beroep, blijft de voornoemde vrijstelling genieten.

3.

a) Aangezien de nieuwe draagwijdte van de vrijstelling inzake onderwijs strikt gebonden is aan de vrijstelling bepaald in [artikel 13, A](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13), [1, i)](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-1), van de zesde richtlijn en bovendien objectieve criteria worden bepaald die gelden voor alle privaatrechtelijke instellingen die onder dezelfde voorwaarden onderricht verstrekken, meen ik dat bijkomende maatregelen ter voorkoming van concurrentievervalsing zich niet opdringen.

b) De opleidingen die door verenigingen zonder winstoogmerk worden verstrekt en voldoen aan de in punt 2 gestelde voorwaarden genieten in de regel de vrijstelling tenzij uit de boekhouding van die verenigingen een winstoogmerk zou blijken in welk geval de BTW van toepassing is.

4\. Uitgaande van het gemotiveerd advies van de Europese Commissie heeft de administratie van de BTW, registratie en domeinen bij de uitwerking van de nieuwe regeling op het vlak van de vrijstelling inzake onderwijs aan de hand van objectieve criteria ten aanzien van de dienstverrichter en de aard van het onderricht zo duidelijk mogelijk het toepassingsgebied van de vrijstelling bepaald. Inzonderheid werden de publiek- en privaatrechtelijke instellingen wat het verstrekte onderricht betreft op voet van gelijkheid gesteld omdat publiekrechtelijke instellingen zoals al gezegd op grond van [artikel 6 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige hebben dan tenzij voor het verstrekken van onderricht voor het besturen van motorrijtuigen.

## Aangehaalde teksten

5

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 3 voorkomens

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 2 voorkomens

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 1](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-1) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 13](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) 1 voorkomen
