---
title: "Parlementaire vraag 909 · Investeringsaftrek"
description: "Investeringsaftrek. Parlementaire vraag nr. 909 van 23 mei 1997 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/909-investeringsaftrek-eeltvelt-5506"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/909-deduction-droit-condition-bien-investissement-6e14"
---

# Investeringsaftrek · BTW. Investeringsaftrek.

**Nummer**

909

**Datum**

23 mei 1997

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

21 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, nr. 89, 1996-1997, blz. 12250-12252**

**BTW-Revue nr. 131, blz. 1142**

*BTW. - Investeringsaftrek.*

## **VRAAG**

De aftrekuitsluiting van de BTW op investeringen wordt door de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen, nog steeds heel eng toegepast. Een investeringsaftrek zou enkel mogelijk zijn voor investeringen die rechtstreeks belastbare handelingen tot doel hebben en waarbij de investering nodig is voor de uitbating van de economische activiteit. Deze stellingname is wel heel beperkend, want een rechtstreekse koppeling van een investering aan een belastbare handeling, lijkt ons een toevoeging aan de bestaande wetgeving.

Laten we ter verduidelijking even een concreet probleem schetsen. Bij de uitbating van een bevaarbare waterloop, worden de bruggen over de waterloop niet beschouwd als deel uitmakend van de uitbating van de economische activiteit. Zonder deze bruggen lijkt ons de uitbating nochtans onmogelijk, want ze behoren tot de basisinfrastructuur van de bevaarbare waterlopen.

Immers de samenlezing van ten eerste artikel 2, 3°, van het decreet van 4 mei 1994 betreffende de nv Zeekanaal en Watergebonden Beheer Vlaanderen, en ten tweede het artikel 1, 2, van het koninklijk besluit van 2 februari 1993 tot vaststelling van de lijst van de havens en hun aanhorigheden overgedragen van de Staat aan het Vlaamse Gewest, leert dat bruggen aanhorigheden zijn, die behoren tot de vaste infrastructuur van de scheepvaart. Andere aanhorigheden, zoals bijvoorbeeld kaaimuren, worden wel als aftrekbare investeringen beschouwd.

Daarenboven wordt er blijkbaar nog steeds geen rekening gehouden met de arresten van het Europees Hof van justitie, waarin [artikel 4 van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4) ruim geïnterpreteerd wordt.

1\. Is de " rechtstreekse " koppeling van een investering aan een belastbare handeling geen uitbreiding van de bestaande wet?

2\. Waarom kan de BTW bij investeringen in bruggen door de uitbaters van bevaarbare waterlopen, rekening houdend met bovenstaande argumenten, niet afgetrokken worden?

3\. Acht u de enge toepassing van [artikel 45 van het Wetboek van de BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) en [artikel 17](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17), [2](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-2) en [5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), van de zesde BTW-richtlijn niet in strijd met de ruime interpretatie door het Hof van justitie?

## **ANTWOORD**

Krachtens [artikel 45, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), dat de omzetting is in Belgisch recht van [artikel 17, tweede lid, van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17), mag elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is in aftrek brengen de belasting geheven op de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, en

op de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

Zowel [artikel 45, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) als [artikel 17, tweede lid, van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) maken de aftrek van de BTW op goederen en diensten duidelijk afhankelijk van het gebruik van die goederen en diensten voor de in de genoemde bepalingen vermelde belastbare handelingen.

De juiste draagwijdte van de term " gebruikt voor " waarop de Administratie zich steunt, blijkt uit een arrest van het Hof van justitie van de Europese Gemeenschappen. Het Hof heeft in dat verband immers geoordeeld dat: "de formulering "gebruikt voor" in [artikel 17 van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) erop wijst dat het in lid 2 bedoelde recht op aftrek een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang vereist tussen de betrokken goederen of diensten en de belaste handelingen, en dat het doel dat de belastingplichtige beoogt te bereiken, niet relevant is. Bovendien mag volgens artikel 2 van de Eerste Richtlijn enkel de BTW worden afgetrokken waarmee de onderscheidene elementen van de prijs rechtstreeks zijn belast. " (zie H.v.J., 6 april 1995, BLP Group. plc. t. Commissioners of Customs and Excise, [C-4/94](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-4-94-arrest), 19-21; BTW-Revue nr. 119, blz. 188 en volgende).

Op grond van die rechtspraak en niettegenstaande de bouw en het beheer van bruggen deel uitmaken van de opdracht door het Vlaams Gewest toevertrouwd aan de nv Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen, kan de BTW op de bouw van die bruggen door laatstgenoemde vennootschap niet in aftrek worden gebracht.

Het gebruik van die bruggen vertoont immers geen rechtstreeks en onmiddellijk verband met de economische activiteit van de bovengenoemde vennootschap die bestaat in de levering van goederen en het verrichten van diensten in het kader van de exploitatie van havens en bevaarbare waterlopen.

Tevens is het zo dat het gebruik van de bruggen door bestuurders van auto- en vrachtvoertuigen, door fietsers en voetgangers bij gebrek van betaling van een vergoeding voor dat gebruik niet kan aangemerkt worden als een door de nv Zeekanaal verleende dienst bedoeld in het Wetboek. Er kan immers bezwaarlijk worden aanvaard dat de prijs voor het gebruik van de waterwegen ook een vergoeding bevat voor het gebruik van de betreffende bruggen wanneer het vaststaat dat voor het gebruik van laatstgenoemde geen vergoeding moet worden betaald. Tevens is het zo dat inzake de toepassing van de BTW het gebruik van die bruggen die voor eenieder openstaan en derhalve een eigen functie hebben, los van de exploitatie van de waterwegen moet beschouwd worden (dit in tegenstelling tot de kaaimuren).

Ten slotte wil ik er nog op wijzen dat de ruime interpretatie van het Hof van [artikel 4 van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4) met betrekking tot de aftrek van voorbelasting, waarop het geacht lid in het vierde lid van zijn vraag zinspeelt terzake niet dienend is.

In de aldus beoogde arresten heeft het Hof de onmiddellijke aftrek van de BTW op de aan een belastbare economische activiteit voorafgaande voorbereidingswerken - behoudens bedrieglijk opzet correct bevonden zelfs vooraleer effectief belastbare handelingen werden gesteld en zelfs wanneer de geplande economische activiteit achteraf niet werd gerealiseerd. In beide in de betreffende arresten bedoelde gevallen ging het weliswaar om geplande activiteiten die op zich ontegensprekelijk aan de BTW waren onderworpen (zie H.v.J., 14 februari 1985, [C-268/83](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-268-83-arrest), BTW-Revue nr. 109, blz. 735 en volgende; 29 februari 1996, [C-110/94](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-110-94-arrest), BTW-Revue, nr. 122, pp. 686 en volgende).

## Aangehaalde teksten

9

[Zesde richtlijn 77/388 art. 17](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) 4 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 3 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 4](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4) 2 voorkomens

Eerste richtlijn 67/227 art. 2 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 2](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-2) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[C-110/94, arrest van 29 februari 1996](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-110-94-arrest) 1 voorkomen

[268/83, arrest van 14 februari 1985](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-268-83-arrest) 1 voorkomen

[C-4/94, arrest van 6 april 1995](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-4-94-arrest) 1 voorkomen
