---
title: "Parlementaire vraag 9 · Forfaitaire regeling voor kleermakers"
description: "Forfaitaire regeling voor kleermakers. Parlementaire vraag nr. 9 van 22 oktober 1976 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/9-forfaitaire-regeling-kleermakers-rore-036c"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/9-regime-forfaitaire-tailleurs-rore-tailleur-44cd"
---

# Forfaitaire regeling voor kleermakers

**Nummer**

9

**Datum**

22 oktober 1976

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

15 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Forfaitaire regeling voor kleermakers*

## **VRAAG**

Per aanschrijving F 75/16/1 (zonder datum) legde de administratie van de BTW de forfaitaire regeling vast voor kleermakers inzake BTW voor het jaar 1975.

Het forfaitair uurloon van de fatsoenwerkers zonder personeel werd bepaald op 179 frank en 170 frank, respectievelijk in zone 1 en zone 2.

Betrokkenen hebben zich aan deze voorschriften aangepast.

De gewestelijke BTW-controles kregen onlangs opdracht de aangiften te herzien op basis van een gewijzigd forfaitair uurloon dat bepaald is op 196 frank en 190 frank.

Deze fatsoenwerkers, die wel niet zo talrijk zullen zijn, hebben nu geen middel meer om de verhoogde belasting te verhalen bij hun klanten van 1975.

Ik moet toegeven dat betrokkenen in de,regel geen bewijskrachtige boekhouding hebben waaruit het aangerekende uurloon blijkt.

Mogen de controlediensten van de BTW de vordering van de verhoging verzaken zo de onderworpene gekend is als geloofwaardig en eerlijk in zijn belastingplicht (bijvoorbeeld personenbelasting)?

## **ANTWOORD**

Wat de forfaitaire BTW-regelingen betreft, worden ieder jaar in de loop van het vierde kwartaal, na overleg met de betrokken bedrijfsgroeperingen, voorlopige grondslagen van aanslag vastgesteld voor het berekenen van de BTW die in de loop van het volgend jaar moet worden betaald. In de loop van het jaar waarin ze van toepassing zijn, wordt er nagegaan of die grondslagen met de werkelijkheid overeenstemmen, aan de hand van vaststellingen die door de administratie worden verricht. De definitieve grondslagen van aanslag worden eveneens bepaald na overleg met de betrokken bedrijfsgroeperingen.

Indien uit die definitieve grondslagen blijkt dat de wijzigingen, die sinds het vaststellen van de voorlopige grondslagen zijn ingetreden, de forfaitair berekende omzet met ten minste 2 pct doen verhogen, moet bij toepassing van [artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-2-november-betrekking-vaststelling-forfaitaire-grondslagen-abd1#ar2-art7), van 7 november 1969, worden overgegaan tot een herziening van de BTW-aangiften ingediend door de belastingplichtigen die aan de forfaitaire regeling onderworpen zijn. Dit is thans het geval voor de BTW-aangiften die op basis van de voorlopige forfaitaire grondslagen voor het jaar 1975 werden opgemaakt door de aan de forfaitaire regeling onderworpen kleermakers.

De bedragen die definitief weerhouden werden voor het uurloon van de patroon-kleermaker blijken redelijk te zijn ten overstaan van de evolutie van de minimumlonen die bij collectieve arbeidsovereenkomst in de loop van het jaar 1975 aan de arbeiders werden toegekend, lonen waarvan het gemiddelde traditioneel als basis dient voor de berekening van het forfaitair uurloon van de patroon-kleermaker.

De belastingplichtigen kiezen vrijelijk ofwel de normale BTW-regeling, ofwel de forfaitaire regeling. Indien ze evenwel opteren voor deze laatste regeling, moeten ze zich onderwerpen aan alle bepalingen hiervan. Bijgevolg is het niet mogelijk ייn of andere aan het forfait onderworpen kleermaker vrij te stellen van de bovenbedoelde herziening.

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 2 art. 7](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-2-november-betrekking-vaststelling-forfaitaire-grondslagen-abd1) 1 voorkomen
