---
title: "Parlementaire vraag 9 · Belastingcontrole, Gelijkheidsbeginsel"
description: "Belastingcontrole, Gelijkheidsbeginsel. Parlementaire vraag nr. 9 van 5 januari 2010 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/9-belastingcontrole-gelijkheidsbeginsel-aca8"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/9-controle-fiscal-principe-egalite-0944"
---

# Belastingcontrole, Gelijkheidsbeginsel

**Nummer**

9

**Zittingsperiode**

52

**Datum**

5 januari 2010

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

28 paragrafen

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 9 - Zittingsperiode : 52

Auteur : Daniel Ducarme, MR (00105)

Departement : Staatssecretaris voor de coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de Eerste Minister, en Staatssecretaris, toegevoegd aan de Minister van Justitie

Titel : Belastingcontrole. - Gelijkheidsbeginsel.

Datum indiening : 05/01/2010

## Vraag

Uit een studie die op 6 oktober 2009 door Deloitte werd gepubliceerd, blijkt dat niet alle ondernemingen gelijk zijn voor de fiscus. De kans op een grondige belastingcontrole hangt sterk af van de plaats waar het bedrijf gevestigd is. De studie brengt ook aan het licht dat de fiscus er in bepaalde regio's sneller in slaagt fiscale schulden in te vorderen dan in andere, en ook bij de btw-controles zijn er grote regionale verschillen. Een bedrijf in Charleroi zou 10 procent kans hebben om de controleurs inzake vennootschapsbelasting over de vloer te krijgen, een bedrijf in Hasselt slechts 1 procent en een in Leuven 2 procent. Wat de btw-controles betreft, is de kans dat een bedrijf door het kantoor Brussel I wordt gecontroleerd 14 procent, tegen 4 procent voor een bedrijf in Namen. Ook de duur van de controles zou sterk verschillen.

1\. Kunt u die informatie bevestigen?

2\. Zo ja, hoe verkaart u die geografische discrepanties?

3\. Welke maatregelen zult u nemen om het probleem op te lossen?

## Antwoord

Publicatie antwoord : B101 · Publicatiedatum : 06/04/2010

1\. Deze cijfers komen inderdaad uit de "studie betreffende de gelijke behandeling van belastingplichtigen, rechthebbenden en werkgevers bij fiscale en sociale inspectiediensten" die ik door Deloitte laat uitvoeren en waarvan de resultaten van het pilootproject op 7 oktober 2009 werden voorgesteld. In dit pilootproject werd een gedeelte van de Administratie van de Inkomens -en Ondernemingsfiscaliteit, meer bepaald de doelgroep "rechtspersonen onderworpen aan de vennootschapsbelasting en BTW" doorgelicht. De studie focuste zich op de volledige cyclus waaraan een belastingplichtige wordt onderworpen:

\- informatie en communicatie naar de belastingplichtige toe;

\- controle;

\- invorderen van tegoeden;

\- geschillen.

2\. Uit de studie is gebleken dat voor de onderzochte controleperiode (1/7/2008 - 30/6/2009 met betrekking tot aanslagjaar 2008) de uiteenlopende controlekans het gevolg is van onder andere de historisch gegroeide ongelijke spreiding van het personeel in de buitendiensten. Waar er meer personeel is, is de controlekans groter.

De huidige wetgeving inzake personeelsbeleid laat niet toe het personeel te verschuiven en hen in te zetten daar waar het nodig is.

Een andere oorzaak is een controlefilosofie die onvoldoende steunt op een centraal risicobeheer. De centrale selectie gebeurde voor de onderzochte periode slechts voor specifieke dossiers in het kader van bijvoorbeeld datamining of uitlopers van BBI-dossiers. Het merendeel van de beheerscontroles werd in de onderzochte periode lokaal geselecteerd. Daarenboven hielden de centrale objectieven voor de klassieke diensten vennootschapsbelasting rekening met de personeelsbezetting. Hierdoor werd indirect de ongelijke behandeling van vennootschappen in de hand gewerkt.

Verder heeft het management vandaag onvoldoende stuur- en meetinstumenten om de werkelijke inzet van mensen en middelen binnen de diensten te meten en op te volgen, wat de ongelijke behandeling eveneens onrechtstreeks in de hand werkt.

3\. In de studie werden een aantal aanbevelingen gedaan om de gelijke behandeling van de belastingplichtigen te versterken. Deze aanbevelingen richtten zich op vier assen:

\- een versterking van het centraal gestuurd risicobeheer waarbij de nodige ondersteunende middelen voor de dienstverlening en de controle versneld ter beschikking van het personeel moeten worden gesteld. De lokale competenties moeten afgestemd worden met het centraal risicobeheer en de impliciete competenties moeten expliciet worden gemaakt door de uitbouw van het kennisbeheer.

\- Op het vlak van het performance management moeten de meet en rapporteringsinstrumenten die voor betrouwbare, consistente en objectieve informatie zorgen versneld gerealiseerd worden.

\- Wat het HR-instrumentarium betreft moet er meer flexibiliteit komen om competenties te verschuiven tussen de verschillende buitendiensten en dit in functie van het werkvolume en prioritaire doelstellingen. Ook moet er gericht worden gerekruteerd.

\- Er moet een doelgroepgerichte organisatie worden uitgebouwd en de structuur ervan moet geoptimaliseerd worden (waar mogelijk kunnen buitendiensten bijvoorbeeld worden samengevoegd).

Het realiseren van deze aanbevelingen zal niet alleen de gelijke behandeling van belastingplichtigen verbeteren, maar tevens de performantie van de betrokken administraties verhogen. Precies daarom is het verankeren van meetpunten van gelijke behandeling essentieel in het kader van de verdere modernisering van de FOD Financiën.

Het is echter de bevoegde minister die de uitvoering van deze aanbevelingen al dan niet ter harte moet nemen. Het verheugt me dan ook dat er in opvolging van de studie in de begrotingen van dit jaar en volgend jaar geld vrijgemaakt is om een permanente werklastmeting uit te voeren bij de FOD Financiën. De meest efficiënte toewijzing van de personeelsmiddelen tussen de diverse entiteiten en diensten van Financiën steunt immers op een objectief vastgestelde werklast voor elk van deze entiteiten en diensten. Het is evident dat een betere verdeling van de werklast best hand in hand gaat met de verbetering van de bestaande werk- en organisatieprocessen. Ik zal de uitvoering van dit project dan ook van nabij blijven opvolgen.

Vraag en antwoord gepubliceerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Bulletin van vragen en antwoorden · [De vraag op de website van de Kamer](https://www.lachambre.be/kvvcr/showpage.cfm?section=qrva&language=nl&cfm=qrvaXml.cfm?legislat=52&dossierID=52-b093-588-0009-2009201013449.xml)
