---
title: "Parlementaire vraag 898 · Kwalificatie contractuele relatie. Zelfstandige. Loontrekkende. Begrip. Harmonisatie"
description: "Kwalificatie contractuele relatie. Zelfstandige. Parlementaire vraag nr. 898 van 2 augustus 2005 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/898-kwalificatie-contractuele-relatie-zelfstandige-loontrekkende-5acb"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/898-qualification-relation-contractuelle-independants-salaries-ba2b"
---

# Kwalificatie contractuele relatie. Zelfstandige. Loontrekkende. Begrip. Harmonisatie

**Nummer**

898

**Datum**

2 augustus 2005

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

25 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 118, blz. 22909-22911**

*Kwalificatie contractuele relatie - Zelfstandige - Loontrekkende - Begrip - Harmonisatie*

## **VRAAG**

Inzake de kwalificatie van een contractuele relatie bestaat er in de strijd tegen de schijnzelfstandigheid heel wat twijfel omtrent de aard ervan. In dergelijk geval «neemt uw administratie contact op met de RSVZ en de RSZ, die als enigen bevoegd zijn om het statuut van een werknemer (zelfstandige of loontrekkende) te bepalen. Hieruit trekt ze gevolgen wat de toepassing van de BTW betreft ( *Vragen en Antwoorden* , Kamer, 2004-2005, nr. 85, blz. 14743, [vraag nr. 715 van mevrouw Brigitte Wiaux, 5 april 2005](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/715-btw-vrijstelling-sportonderwijs-wiaux-sportonderricht-b4f5)).

1\. Is deze zienswijze nog toepasselijk, gelet op artikel 111 van de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen ( *Belgisch Staatsblad* van 29 juli 2005) ?

2\. Kan uw administratie nog gebonden zijn door een standpunt van de RSVZ en RSZ wanneer deze laatste niet gebonden zijn door dat standpunt wanneer uw administratie het haar eigen maakt ?

3\. Uit welke normatieve bepaling put de RSVZ en RSZ de wettelijke bevoegdheid om inzake directe belastingen een inkomen te kwalificeren als winst of baten enerzijds of als bezoldiging anderzijds ?

4\. Kan de AOIF terzake haar bevoegdheid delegeren aan de RSVZ en RSZ ?

5\. Beschouwt u het begrip belastingplichtige inzake BTW als een communautair begrip (Swinkels, J., De belastingplichtige en de Europese BTW, Den Haag, Vermande, 2001) ?

6\. Wat is het verband tussen dit communautair begrip en de Belgische sociale zekerheidswetgeving ?

7\. Is de rechtszekerheid in het algemeen niet zoek wat betreft het loonbegrip (aard, omvang, vrijstelling, tijdstip) wanneer elke administratie een eigen invulling hieraan kan geven ?

8\. Dringt zich hier niet een juridische harmonisatie op van het loonbegrip wil men de economische activiteit niet laten ontaarden in een onproductieve juridische strijd ?

9\. Zou een harmonisatie van het loonbegrip op het vlak van de directe belastingen en de sociale zekerheid geen administratieve vereenvoudiging betekenen zowel in hoofde van de overheid, werkgevers als werknemers ?

10\. Zou een land als Nederland met de invoering van de wet-Walvis (wet van 24 juni 2004 tot wijziging van de wet op de loonbelasting 1964 in het kader van administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten, *Nederlands Staatsblad*, 2004, nr. 312) niet aan concurrentiekracht winnen ?

11\. Zou een Belgische wet-Walvis voor de overheid een budgettaire kost of een budgettaire opbrengst betekenen ?

12\. Zou men met één loonbegrip naar één loonaangifte kunnen gaan ?

13\. Zou één loonbegrip niet een efficiëntere controle-inzet mogelijk maken van inspecteurs van de RSZ en uw administratie in de strijd tegen de sociale en fiscale fraude ?

14\. Welke beleidsdaden heeft u gepland om in overleg met de minister van Sociale Zaken tot een harmonisatie van het loonbegrip te komen ?

## **ANTWOORD**

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 18.04.2006)

Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op de door hem gestelde vragen te vinden.

1 en 2. De door het geachte lid aangehaalde werkwijze is nog steeds van toepassing. Inzake inkomstenbelastingen kan de administratie in voorkomend geval advies vragen aan de RSVZ of het RSZ. Artikel 111 van de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen doet hieraan geen afbreuk.

3\. Mijn administratie bepaalt zelf de kwalificatie van het inkomen op grond van de elementen die in het dossier aanwezig zijn na eventueel advies van de RSVZ of RSZ.

4\. Het antwoord luidt ontkennend.

5 en 6. Het begrip belastingplichtige heeft inzake BTW inderdaad een specifieke betekenis. Belastingplichtige is eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in dit Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend ([artikel 4, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4)). Voornoemde bepaling is volledig gesteund op [artikel 4 van de richtlijn 77/388/EEG](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4).

7 tot en met 14. Er is reeds geruime tijd een gezamenlijk project gestart met het oog op het gelijkschakelen van het «loonbegrip» inzake sociale en fiscale zaken. Na de afronding van dit project zal op wetgevend vlak het nodige worden gedaan.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 4](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4) 1 voorkomen
