---
title: "Parlementaire vraag 892 · Incentives. Effect"
description: "Incentives. Effect, financieel instrument. Parlementaire vraag nr. 892 van 9 mei 1997 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/892-incentives-effect-canon-incentive-financieel-6620"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/892-mesures-incitatives-effets-canon-mesure-143b"
---

# Incentives. Effect · BTW. Incentives. Effect

**Nummer**

892

**Datum**

9 mei 1997

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

18 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1997, nr. 086 , blz. 11726**

*BTW - Incentives - Effect*

## **VRAAG**

Om de bouwsector opnieuw te helpen aantrekken worden de BTW-tarieven op werk in onroerende staat bij het koninklijk besluit van 1 december 1995 tijdelijk verlaagd. Het effect van dergelijke incentives is altijd moeilijk precies vast te stellen, maar dat is nodig om uit te maken of het opportuun is de werkingsduur te verlengen tot na 31 december 1997.

Het koninklijk besluit omvat twee delen: een over sociale huisvesting via gewestelijke maatschappijen en organisaties, en een over privé-woningen.

1.

a) Hoeveel aanvragen tot toepassing van de tijdelijke gunstregeling werden voor elk van beide toepassingsgebieden bij de BTW-administratie ingediend?

b) Aan welke aanvragen werd gevolg gegeven?

2\. Hoe zijn de aanvragen voor de eerste categorie over de gewesten verdeeld?

3\. Compenseert de toename van de activiteit waartoe die fiscale incentive zou moeten leiden qua BTW-ontvangsten, de toegekende verlaging van de BTW-tarieven voor werk in onroerende staat?

## **ANTWOORD**

1\. Wanneer de toepassingsvoorwaarden bedoeld in rubriek X van tabel B van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven vervuld zijn, is het BTW-tarief van 12% - teruggebracht op 6% voor de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1997 bij toepassing van artikel 1(ter) van dat koninklijk besluit - in de sector van de sociale huisvesting van rechtswege van toepassing zonder dat een bijzondere aanvraag aan de Administratie van BTW, registratie en domeinen moet worden gedaan. Daarom is het niet mogelijk het aantal personen, natuurlijke of rechtspersonen, te bepalen die deze maatregel hebben genoten.

2\. Het voordeel van de gunstregeling ingesteld bij artikel 1quater van het voornoemd koninklijk besluit nr. 20 in de sector van de sociale privé-woningen, voor de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1997, is afhankelijk, naast andere voorwaarden, van het indienen door de persoon die deze regeling wil genieten, van een verklaring waarin deze bevestigt dat het gebouw dat hij laat oprichten of vervreemdt de maximale toegestane oppervlakte niet overschrijdt en hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk bestemd is om te worden gebruikt als vaste privé-woning. Deze verklaring moet niet worden beschouwd als eerste vraag om de regeling te mogen toepassen. De ontvangst van déze verklaring door de administratie geldt evenmin als erkenning dat de grondvoorwaarden van deze regeling vervuld zijn voor dat gebouw.

Het aantal bij de BTW-controlekantoren ingediende verklaringen wordt niet systematisch medegedeeld aan de centrale Administratie van de BTW, registratie en domeinen. Deze informatie zal binnenkort beschikbaar zijn en zal onmiddellijk worden doorgegeven aan het geacht lid.

Het aantal personen dat deze tijdelijke regeling effectief heeft genoten kan pas vastgesteld worden op het moment dat de controle door de Administratie van de BTW, registratie en domeinen van de oppervlakten en de privé-aanwending van alle gebouwen waarvoor de hiervoor bedoelde verklaring is ingediend, is beëindigd. Dienaangaande vestig ik de aandacht van het geacht lid erop dat de vordering tot voldoening van de belasting, de intresten en de administratieve geldboeten verjaart door verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop zij is ontstaan. De administratie beschikt bijgevolg over dezelfde termijn om de hiervoor bedoelde controle uit te voeren.

3\. Louter mathematisch beschouwd sorteren de bovenvermelde maatregelen voor het jaar 1996 een negatieve impact van 5,3 miljard frank op de BTW-ontvangsten. De tariefverlaging van 12 naar 6% heeft een budgettair verlies van 1,3 miljard frank tot gevolg, terwijl de tariefreductie van 21tot 12% in een negatief effect van 4,0 miljard frank resulteert. Uiteraard houdt de bovenvermelde berekening geen rekening met «mogelijke» terugverdieneffecten welke kunnen ontstaan door een verhoogde omzet of/en door een geringere daling van de omzet.

Momenteel is het nog te vroeg om de bovenvermelde effecten met enige precisie te bepalen, gezien de periode waarin de maatregel geldt nog niet verstreken is.

Deze effecten zijn bovendien niet gemakkelijk in te schatten vermits het altijd enigszins arbitrair is om te bepalen hoe de marktevolutie zou zijn geweest zonder het uitvaardigen van deze maatregel. Het is in het bijzonder moeilijk om te bepalen hoeveel van de woningen die deze maatregel hebben genoten, men niettemin zou hebben gebouwd in afwezigheid van deze maatregel.
