---
title: "Parlementaire vraag 879 · Banken. Recht op aftrek. Algemeen verhoudingsgetal"
description: "Banken. Recht op aftrek. Algemeen verhoudingsgetal, recht op aftrek van Btw. Parlementaire vraag nr. 879 van 24 januari 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/879-banken-recht-aftrek-algemeen-verhoudingsgetal-f8cf"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/879-deduction-banques-representant-lisabeth-banque-daae"
---

# Banken. Recht op aftrek. Algemeen verhoudingsgetal · Banken. Recht op aftrek. Algemeen verhoudingsgetal.

**Nummer**

879

**Datum**

24 januari 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

23 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 102, blz. 10.455-10.456**

*Banken - Recht op aftrek - Algemeen verhoudingsgetal.*

## **VRAAG**

Banken zijn belastingplichtigen voor sommige diensten, zoals kluizenverhuur, sommige betalings- en ontvangstverrichtingen, bemiddeling, verhandeling van munten als verzamelobject, bewaring en beheer van waardepapieren. De BTW op de kosten die zij maken voor die diensten zijn aftrekbaar. De BTW is ook aftrekbaar voor :

•normale vrijgestelde bankhandelingen volgens artikel 44 en 33, 4° tot 10°, als de medecontractant buiten de EU is gevestigd of als diensten rechtstreeks samenhangen met goederen die worden uitgevoerd naar een land buiten de EU;

•diensten van makelaar, lasthebber in verband met die diensten.

Daar de banken voor het grootste deel diensten verrichten waarvoor ze niet BTW-plichtig zijn, kan maar een beperkt deel van de BTW die ze betaald hebben op hun kosten, voor aftrek in aanmerking komen. Normaal zal op basis van [artikel 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46), [1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1), van het BTW-wetboek een getal worden bepaald door middel van een breuk met in de teller de verrichtingen waarvoor de BTW kan worden afgetrokken en in de noemer het totaal bedrag van de verrichte handelingen.

De EG-richtlijn bepaalt dat voor de cijfers in de breuk moet worden uitgegaan van het zakencijfer. Het BTW-comité van de Europese Commissie heeft bepaald dat het zakencijfer voor kredietverrichtingen in de noemer moet worden geïnterpreteerd als het brutobedrag aan interesten. De Belgische fiscus heeft echter, in samenspraak met de Belgische vereniging van banken, beslist dat voor de interesten enkel het verschil in aanmerking komt tussen de betaalde en ontvangen interesten, dus enkel de winstmarge op die verrichtingen. Dat verlaagt de noemer zeer sterk en hierdoor zal het verhoudingsgetal sterk verhogen. Men houdt met andere woorden in de teller rekening met de totale omzet en in de noemer enkel met het resultaatcijfer.

Voorbeeld :

•10 miljoen Belgische frank verrichtingen die BTW-aftrek geven; 1 miljard Belgische frank zakencijfer inclusief bruto ontvangen interesten;

•600 miljoen Belgische frank zakencijfer met enkel de marge op de interesten.

Als men de BTW-richtlijn en de commissie-interpretatie volgt, wordt het verhoudingsgetal : (10 : 1000) = 1 %.

Als men de Belgische interpretatie volgt : (10 : 600) = bijna 2 %, wat toelaat dubbel zoveel BTW af te trekken.

1\. Hoeveel BTW hebben de banken in aftrek gebracht in 1992 ?

2\. Hoeveel BTW kon in aftrek worden gebracht volgens een striktere interpretatie van de EG-richtlijn (bruto-interest in plaats van interestmarge) ?

3\. Wat is uw standpunt over dat duidelijke interpretatieverschil ?

## **ANTWOORD**

In verband met het door het geacht lid gestelde probleem werd de Belgische overheid op grond van artikel 169 van het EEG-Verdrag door de Europese Commissie in gebreke gesteld omwille van de samenstelling van het algemeen verhoudingsgetal dat van toepassing is bij het bepalen van de aftrekbare BTW door banken.

Sinds de invoering van de BTW in 1971 heeft de administratie namelijk altijd het standpunt ingenomen dat bij de bepaling van de noemer van de breuk, namelijk het algemeen verhoudingsgetal, als omzet met betrekking tot de kredietverrichtingen die van de belasting zijn vrijgesteld en derhalve in de regel geen recht op aftrek verlenen, enkel het positieve verschil tussen de ontvangen en betaalde interesten diende te worden opgenomen.

Dat standpunt zou volgens de Commissie in strijd zijn met [artikel 19 van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-19) op grond waarvan in de noemer van voornoemde breuk ten aanzien van de kredietverrichtingen, het totaal bedrag van de ontvangen interesten (bruto-interest) moet worden opgenomen.

De administratie heeft haar zienswijze verdedigd en daartoe aan de Commissie een aantal argumenten voorgelegd. De bespreking gaat verder met de Commissie.

De houding voor de toekomst zal mee worden bepaald door de besluiten van die bespreking. Het is evident dat België de Europese regels ter zake moet naleven.

Het totale bedrag van de door de banken voor het jaar 1992 genoten aftrek bedraagt 14,4 miljard Belgische frank.

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1) 1 voorkomen

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 1 voorkomen

EEG-Verdrag art. 169 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-19) 1 voorkomen
