---
title: "Parlementaire vraag 8743 · Opendeurdagen. Receptiekosten. Aftrekbaarheid"
description: "Opendeurdagen. Receptiekosten. Aftrekbaarheid, kosten van onthaal. Parlementaire vraag nr. 8743 van 16 november 2005 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/8743-opendeurdagen-receptiekosten-aftrekbaarheid-mondelinge-chabot-5519"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/8743-journees-portes-ouvertes-deductibilite-frais-8d15"
---

# Opendeurdagen. Receptiekosten. Aftrekbaarheid

**Nummer**

8743

**Datum**

16 november 2005

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

**Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 742, blz. 10-11**

*Opendeurdagen - Receptiekosten - Aftrekbaarheid*

## **VRAAG**

Krachtens artikel 53, lid 8 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen zijn de receptiekosten slechts aftrekbaar ten belope van 50 procent van het bedrag terwijl reclamekosten volledig aftrekbaar blijven. Dit onderscheid leidt tot geschillen tussen sommige belastingplichtigen en de belastingsadministratie.

Volgens een artikel van 22 en 23 oktober jl. in *Le Soir*, vermeldt het administratief commentaar, onafhankelijk van de wettekst, dat de receptiekosten aangegaan worden in het kader van de public relations. Volgens de auteur beschouwt de administratie de traiteurkosten, de aankoop van drank en de afschrijving van het lokaal dat specifiek bestemd is om bezoekers te ontvangen, als receptiekosten. Uw diensten varen een gelijkaardige koers ten aanzien van de organisatie van open dagen, et dit ondanks het uitdrukkelijk publicitair karakter van dergelijke evenementen.

Kan u bevestigen dat een arrest van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel zich onlangs gebaseerd heeft op een arrest van het [Hof van Cassatie van 8 april 2005](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-kosten-onthaal-publiciteitkosten-cassatie-brussel-2005-04-08-50bf), dat de administratie in het ongelijk stelt?

Hoe behandelt de belastingsadministratie de vragen in verband met de fiscale aftrekbaarheid van de kosten die gepaard gaan met de organisatie van open dagen? Hoe zit de vork aan de steel op vlak van BTW en inkomstenbelasting, met name met betrekking tot de personenbelasting en de vennootschapsbelasting? En wat met de belasting van de niet-verblijfhouders?

Werden er onderrichtingen gegeven aan uw taxatie-en geschillendiensten? Welke administraties vallen onder deze instructies?

Denkt u eraan de administratieve commentaar te herzien teneinde de begrippen receptiekosten en open dagen te preciseren zowel voor de personenbelasting als voor de BTW?

## **ANTWOORD**

(van de heer Jamar, Staatssecretaris)

In tegenstelling tot de veronderstellingen van de krant "Le Soir" is het vonnis van 13 juli 2005 van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, dat zich baseert op het arrest van het [Hof van Cassatie van 8 april 2005](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-kosten-onthaal-publiciteitkosten-cassatie-brussel-2005-04-08-50bf), uitsluitend gewezen op het vlak van de BTW en niet op dat van de directe belastingen.

De rechtbank heeft de vraag om de kosten voor de organisatie van open dagen niet als receptiekosten te beschouwen ingewilligd, in de zin van artikel 45, §3 lid 4 van het Wetboek op de BTW, en om de aftrek toe te staan van de belasting die op dergelijke kosten werd geheven.

Rekening houdend echter met artikel 45, §3 lid 3 van het Wetboek op de BTW heeft de rechtbank de vraag van de belastingplichtige aangaande de kosten voor drank en eetwaren verworpen, zelfs al waren die bedoeld om bepaalde producten of diensten te promoten. Die verduidelijking is belangrijk en het artikel zegt daar niets over.

Op 9 juni jl. hebben wij in antwoord op de vraag van senator Steverlynck verduidelijkt dat het arrest van het [Hof van Cassatie van 8 april 2005](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-kosten-onthaal-publiciteitkosten-cassatie-brussel-2005-04-08-50bf), waar de rechtbank van eerste aanleg van Brussel naar verwijst, zich baseert op de zesde richtlijn van de Europese Gemeenschap van 17 mei 1977, waarvan het artikel 17, § 6, 1e alinea, 2e zin stelt dat "op het vlak van de BTW de representatiekosten niet louter beroepsmatig zijn".

Deze richtlijn is evenwel niet van toepassing op de directe belastingen. Bijgevolg blijven de receptiekosten, of zij nu aangegaan zijn ter gelegenheid van publicitaire evenementen of niet, niet aftrekbaar ten belope van 50 procent van hun beroepsgedeelte, in overeenstemming met artikel 53, lid 8 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

Inzake BTW heeft de administratie zich bij het arrest van het Hof van Cassatie neergelegd.

Bovendien heeft de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevestigd dat de kosten van spijzen en dranken die worden aangeboden tijdens dergelijke promotieacties overeenkomstig artikel 45, §3 3°, van het Wetboek fiscaal niet aftrekbaar zijn.

Inzake directe belastingen is er geen enkele specifieke richtlijn. De administratie is niet van standpunt veranderd en de diensten van mijn administratie worden voortdurend op de hoogte gehouden van de antwoorden op de parlementaire vragen die op de website van de FOD Financi雗 worden geplaatst.

Wat de BTW betreft, neemt [beslissing ET 109 632](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-109-632-recht-aftrek-btw-4e91) van 24 juli 2005 inhoudelijk het antwoord over dat minister Reynders u in juni heeft gegeven ( *Beknopt Verslag* nr. 665 van 29 juni 2005, blz. 24).
