Parlementaire vraag nr. 87 van de heer Steven Matheï d.d. 17.11.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/031 d.d. 16.12.2020, blz. 239
Vraag nr. 87 van de heer volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 17 november 2020 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:
Kleine ondernemingsvrijstelling inzake btw
VRAAG
In de commissie voor Financiën en Begroting van woensdag 20 november 2019 beantwoordde uw voorganger mijn mondelinge vraag betreffende de kleine ondernemingsvrijstelling inzake btw (nr. 55001548C, Integraal Verslag, Kamer, CRIV 55 COM 056). U lichtte de beslissing van de Ecofin-raad van 8 november 2019 met betrekking tot vrijstelling voor kleine ondernemingen toe.
Met betrekking tot mijn vragen omtrent de organisatorische en financiële impact van een verhoging van de drempel voor de vrijstelling in België, gaf hij aan de gevraagde gegevens later te bezorgen daar hiervoor nog een aantal opzoekingen en berekeningen dienden te gebeuren.
1. Met betrekking tot de organisatorische en financiële impact indien België de drempel van 25.000 euro voor vrijstelling zou verhogen naar het toekomstige Europese maximum van 85.000 euro.
Heeft de administratie haar onderzoek afgerond?
Zo ja, kunt u verduidelijken wat de organisatorische en financiële impact zou zijn indien België de drempel van 25.000 euro voor vrijstelling in de toekomst zou verhogen naar 85.000 euro?
Zo ja, kunt u verduidelijken hoeveel bedrijven/verenigingen er potentieel van zouden kunnen genieten?
Zo ja, kunt u verduidelijken wat deze verhoging zou betekenen voor de Belgische Schatkist?
2. Met betrekking tot vzw's die gebruik maken van de kleine ondernemingsvrijstelling.
a) Tot 1 april 2014 was de drempel van de kleine ondernemingsvrijstelling vastgelegd op 5.580 euro. Hoeveel vzw's maakten gebruik van de kleine ondernemingsvrijstelling toen de grens 5.580 euro bedroeg?
b) Tussen 1 april 2014 en 31 december 2015 lag de grens voor de kleine ondernemingsvrijstelling op 15.000 euro. Hoeveel vzw's maakten gebruik van de kleine ondernemingsvrijstelling toen de grens 15.000 euro bedroeg?
c) Sinds 1 januari 2016 ligt de grens voor de kleine ondernemingsvrijstelling op 25.000 euro. Hoeveel vzw's maakten reeds gebruik van de kleine ondernemingsvrijstelling sinds de grens op 25.000 euro ligt?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 16.12. 2020:
1. Wat uw eerste vraag betreft, is het inderdaad zo dat het door u beoogde voorstel van Richtlijn betreffende de vrijstelling voor kleine ondernemingen is goedgekeurd op de Ecofin-Raad van 8 november 2019. Deze Richtlijn zal in principe in werking treden op 1 januari 2025. Daarbij wil ik dus duidelijk stellen dat deze Richtlijn nog geen juridische effecten sorteert op dit moment.
Het onderzoek van mijn administratie heeft zich voornamelijk toegespitst op de financiële impact uitgaande van de mogelijke verhoging van de huidige drempelwaarde van 25.000 euro naar de door u vermelde 85.000 euro.
De berekening ter zake is niet zo evident gezien het feit dat de impact afhangt van de strategische keuze genomen op het niveau van elke onderneming of vereniging met een omzet gelegen tussen 25.000 euro en 85.000 euro. Deze zijn immers niet verplicht om te "genieten" van de btw-vrijstellingsregeling. De vermelde ondernemingen kunnen perfect gebruik blijven maken van hun "recht" om periodieke aangiften in te dienen en hun handelingen aan de btw te onderwerpen. De eventuele budgettaire impact vloeit dus enkel voort uit de categorie van btw-belastingplichtigen die opteren voor die vrijstelling.
De administratie heeft zich dus geconcentreerd op de effecten die voortvloeien uit de houding van de belastingplichtigen die opteren voor de bovenvermelde vrijstelling teneinde een kostenraming van een dergelijke verhoging van de limiet van de omzet op te maken.
In het geval van een verhoging van de drempel van de maximale omzet van 25.000 euro naar 85.000 euro als voorwaarde voor het bekomen van het btw-vrijstellingsregeling, zouden zo'n 112.000 ondernemingen of verenigingen die momenteel zijn onderworpen aan andere belastingregimes (bijv. de trimestriële indieners) kunnen opteren voor die btw-vrijstellingsregeling. Indien het geheel van deze ondernemingen opteert voor die regeling resulteert daar een geraamde kost van 560,96 miljoen euro uit.
Het is echter weinig waarschijnlijk dat het geheel van ondernemingen deze keuze zal maken. We illustreren dit met volgend voorbeeld. Momenteel zijn er nog zo'n 80.000 ondernemingen met een lagere omzet dan 25.000 euro die nog steeds periodieke btw-aangiften indienen, wat aantoont dat een behoorlijk deel van de ondernemingen nog aangiften indient ondanks het bestaan van de vrijstellingsregeling.
Het is hier mogelijk om twee tegengestelde effecten te identificeren. Enerzijds zou een deel van de huidige klanten van de ondernemingen die kiezen voor de vrijstellingsregeling zich kunnen wenden tot aan de btw onderworpen leveranciers om zodoende het voordeel van de btw-aftrek te behouden, wat een kostenvermindering voor de staat zou genereren (vermits de economische activiteit zich verplaatst naar aan de btw onderworpen actoren).
Anderzijds zullen de ondernemingen die dicht bij de oude drempel aanleunen en dus niet voor de vrijstellingsregeling konden kiezen (omwille van het hoge risico om de drempel te overschrijden) geneigd zijn om toch voor het regime te kiezen.
Bovendien zullen bedrijven die geïnvesteerd hebben, in hun huidige belastingregime blijven om de aftrek van btw te blijven toepassen, wat niet het geval zal zijn voor ondernemingen zonder of met beperkte investeringen in verhouding tot hun omzet.
Op basis van wat voorafgaat, stelt de administratie dus een vork voor waarbinnen de budgettaire kost zich kan bevinden. Gezien immers noch het scenario dat het geheel van ondernemingen, noch het scenario dat geen enkele van de ondernemingen voor de bovenvermelde vrijstellingsregeling zal kiezen, bevindt de geschatte impact zich wellicht tussen 280,48 miljoen euro en 560,96 miljoen euro.
2. De onderstaande tabel geeft het aantal vzw's weer dat gebruik maakte van de btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, en dit telkens op 1 januari en 1 juli van de jaren 2014 tot en met 2019. Op deze wijze kan de evolutie van het aantal vzw's dat aan dit regime is onderworpen beter worden geëvalueerd.
Inderdaad, de bestaande ondernemingen kunnen immers enkel van regime veranderen op 1 januari of 1 juli van elk jaar. De nieuwe ondernemingen van hun kant kunnen hun activiteiten onmiddellijk starten onder de vrijstellingsregeling op datum van aanvang van hun activiteiten.
Aantal vzw’s
| Op 1 januari | Op 1 juli | |
| 2014 | 4 554 | 5 902 |
| 2015 | 6 128 | 6 370 |
| 2016 | 6 688 | 7 463 |
| 2017 | 7 835 | 8 400 |
| 2018 | 8 868 | 9 300 |
| 2019 | 9 845 | 9 992 |
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.