---
title: "Parlementaire vraag 861 · Administratieve briefwisseling. Fiscale publicatie. Houding van de aanslagambtenaar"
description: "Administratieve briefwisseling. Fiscale publicatie. Parlementaire vraag nr. 861 van 9 januari 2002 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/861-administratieve-briefwisseling-fiscale-publicatie-houding-1f8a"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/861-comportement-fonctionnaire-taxateur-correspondance-administrative-3401"
---

# Administratieve briefwisseling. Fiscale publicatie. Houding van de aanslagambtenaar

**Nummer**

861

**Datum**

9 januari 2002

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

29 paragrafen

**Bull. nr. 832, pag. 3606**

**Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 115, blz. 14006**

*Administratieve briefwisseling - Fiscale publicatie - Houding van de aanslagambtenaar*

## **VRAAG**

Binnen de nieuwe en geherstructureerde centrale diensten van de administratie van de Ondernemingsen Inkomensfiscaliteit (AOIF), voorheen BTW en Directe Belastingen, werd naar verluidt medio vorig jaar een speciale cel «Performantiemanagement» opgericht. De progressieve plannen van die cel doorkruisen daarbij het Copernicus- en het Coperfinplan.

Terzake rijzen voor het publiek evenwel de volgende algemene praktische vragen.

1\. Welke specifieke beheersdoelstellingen werden tot dusver allemaal reeds geformuleerd en aan welke precieze doelstellingen zal de vereiste absolute voorrang worden gegeven?

2\. Welke bijzondere prioriteiten werden of zullen er worden verleend aan de onmiddellijke afhandeling van de oude bezwaarschriften, inzonderheid aan deze voortvloeiend uit de zware taxaties van de administratie van de Bijzondere Belastinginspectie ?

3\. Welke krachtdadige inspanningen zullen er weldra worden geleverd om in ieder financiecentrum voortaan stipt en strikt in te staan :

a) tijdens de gebruikelijke kantoor- of werkuren voor een doorlopende telefoonpermanentie en voor een bekwame permanente receptie aan een goed aangeduide infobalie, bovendien ook vlot toegankelijk voor alle andersvaliden;

b) voor het tijdig en afdoende beantwoorden van alle correspondentie uitgaande van het publiek en waarbij de bevoegde belastingdienst zich uiteraard niet beperkt tot een loutere ontvangstmelding en/ of tot het verzenden van een voorgedrukte modelbrief zonder aanduiding van enige precieze correspondent en/of van enig ondertekenaar of eindverantwoordelijk leidinggevend ambtenaar?

4.

a) Wanneer en op welke praktische wijze zullen al die beheersdoelstellingen en voornemens officieel aan het publiek worden kenbaar gemaakt bij middel van passende informatiecampagnes?

b) In welke mate zal het publiek de garantie en eventueel ook concrete inspraak hebben om mee te oordelen of de geplande doelstellingen effectief praktisch haalbaar zullen zijn ?

5.

a) Hoe zullen al die AOIF-doelstellingen worden gerealiseerd en vooral volledig worden afgestemd op de Copernicushervorming en op het Coperfinplan?

b) Op welke wijze wordt of werd er concreet op toegezien dat dit «Performantiemanagement» van de AOIF en de andere Copernicusplannen elkaar niet overlappen en geen dubbel gebruik en/of tijdverlies vormen ?

c) Werd er terzake reeds onderling overleg gepleegd tussen de kabinetten en de centrale diensten van het ministerie van Financiën en van het ministerie van Ambtenarenzaken? Zo neen, waarom was er nog geen coördinatie ?

6\. Op welk precies tijdstip zal de jongste administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit haar geformuleerde beheersdoelstellingen werkelijk in de praktijk uitvoeren en welke lokale ervaren en «klantgerichte» bekwame ambtenaren zullen hierop het nodige hiërarchisch toezicht uitoefenen ?

7\. Kan u punt per punt uw huidige algemene praktische ziens- en handelwijze meedelen in het licht van een modern, «performant» en klantgericht federaal financieel beleid ?

## **ANTWOORD**

Voor een goed begrip wil ik vooraf kort de historiek schetsen van het project « Performantiemanagement » (hierna afgekort «PM»). Eind 1998 werden, op het niveau van het departement van Financiën, de eerste stappen gezet in de ontwikkeling van een geautomatiseerd systeem om de prestaties van de diensten te meten. In januari 2000 werden in de fiscale administraties cellen PM opgericht. Deze cellen kregen een dubbele opdracht: enerzijds instaan voor de communicatie rond het project en anderzijds het project concreet uitwerken voor de eigen administratie. Dit proces is nog steeds aan de gang. De meest recente stap betreft de aanbesteding voor de realisatie van een informaticaplatform dat toelaat de performantie van de verschillende fiscale diensten van het ministerie van Financiën te meten en dat deze resultaten ter beschikking stelt van het management, meer beplaad onder de vorm van boordtabellen (Bulletin der aanbestedingen van 14 december 2001, nr. 16922). De opening van de offertes vindt plaats op 8 februari 2002.

1\. Zolang dit systeem niet operationeel is, heeft het weinig zin beheersdoelstellingen openbaar te maken.

2\. Onafhankelijk van het PM, levert de AOIF al sinds 1999 specifieke inspanningen om de «oude» bezwaarschriften zo spoedig mogelijk af te handelen. Die inspanningen worden nog altijd volgehouden.

3\. De ambtenaren van de AOIF worden regelmatig herinnerd aan het belang van een correct onthaal van de belastingplichtigen en van het tijdig beantwoorden van correspondentie. Ook zijn zij al meerdere jaren verplicht op elke briefwisseling de naam en het telefoonnummer van een correspondent te vermelden. Dit zijn richtlijnen waar de AOIF veel belang aan hecht en die ook in het Copernicusplan centraal staan. Zij zullen dus zeker ook in het PM aan bod komen.

4\. Van zodra het systeem operationeel is, zal de nodige informatie worden gegeven, ook naar het publiek toe. Dergelijke actie werd trouwens al ondernomen in verband met de opdracht en de waarden van de fiscale sector: deze vormen het onderwerp van het eerste nummer in de brochurereeks Fiscus en Burger, gepubliceerd eind 2001 en beschikbaar op de internetsite van mijn departement. Tot op heden werd nog niet overwogen het publiek inspraak te geven in dit proces. Dergelijke discussie zal in ieder geval op het niveau van het departement moeten gevoerd worden.

5\. In tegenstelling tot wat het geachte lid beweert, doorkruist het PM het Copernicus- en Coperfinplan absoluut niet. Wel integendeel, beide projecten zijn complementair. Het Copernicusplan vereist immers dat elke federale openbare dienst een systeem ontwikkelt om haar prestaties te meten. Het departement van Financiën heeft dus alleen maar een lichte voorsprong genomen, omdat het bij de lancering van het Copernicusplan al bezig was met de ontwikkeling van zo'n systeem. Bovendien maken de leden van de cellen PM ook deel uit van de werkgroepen in het kader van het Coperfinplan, en dit juist met de bedoeling ervoor te zorgen dat beide projecten in dezelfde zin evolueren en dat geen tijdverlies wordt geleden door reeds gemaakte analyses over te doen. In de stuurgroep Coperfin zetelen, naast de vertegenwoordigers van de administraties, ook leden van mijn kabinet, vertegenwoordigers van regeringscommissaris Zenner en van minister Van den Bossche (minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen). De coördinatie is op die manier verzekerd.

6\. De realisatie van het vereiste informaticaplatform kan niet vóór 8 februari 2002 aanvangen. Het departement verwacht in het beste geval de eerste tests te kunnen uitvoeren in het tweede semester van dit jaar. Wat de AOIF betreft, betekent dit dat de eerste resultaten van een volledige controleperiode ten vroegste op 30 juni 2003 zullen gekend zijn. De AOIF gaat er ook van uit dat het toezicht op die resultaten in de eerste plaats moet worden verricht door de locale dienstchefs. In afwachting van de verwezenlijking van het project PM, spant de AOIF zich in om die chefs alle nuttige statistische informatie te verschaffen waarover zij reeds beschikt. Op hoger niveau zullen ofwel de bestaande toezichtsorganen hun werk verder zetten ofwel de nieuwe organen die eventueel in het kader van Copernicus en Coperfin zouden worden opgericht.

7\. Ondanks haar afhankelijkheid van externe factoren zoals de politieke besluitvorming inzake aanwerving van personeel en ontwikkeling van informatica, zet de AOIF zich met al haar beschikbare middelen in om haar opdracht, het vestigen van de inkomstenbelastingen en de BTW, zo goed mogelijk te vervullen in het licht van de Copernicusfilosofie.
