Verhuur van roerende goederen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

857 3 januari 2002

Zoeken

Verhuur van roerende goederen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/857-verhuur-roerende-goederen-pieters-d37d

Nummer
857
Datum
3 januari 2002

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

23 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 153, blz. 19601

Bull. nr. 842, pag. 2940-2943

Verhuur van roerende goederen

VRAAG

Het valt regelmatig voor dat aandeelhouders en/of bedrijfsleiders van vennootschappen en hun partners of familieleden private "roerende goederen" zoals personenauto's, materieel, computers en gespecialiseerde beroepsliteratuur aan hun vennootschap kortstondig verhuren.

De door de vennootschap beroepsmatig betaalde brutohuur wordt normaliter jaarlijks betaald of toegekend via lopende rekening en vloeit meestal voort uit private stilzwijgende overeenkomsten.

1.

a) Kan u er algemeen mee instemmen dat, ongeacht de aard van de beroepswerkzaamheid van de vennootschappen, de kwestieuze ontvangen private huur geen "netto-belastbaar" roerend inkomen vormt in de mate dat de huursommen de jaarlijkse werkelijke waardeverminderingen of lineaire en degressieve afschrijvingen in de zin van artikel 61, eerste lid, en artikel 64, WIB 1992, niet overtreffen?

b) Zo neen, om welke gegronde reden niet?

2. Welke overige werkelijke aftrekbare kosten in de analoge zin van artikel 49, WIB 1992, andere dan fiscale lineaire of degressieve afschrijvingen, kunnen er daarnaast eventueel ook nog in rekening worden gebracht vooraleer er sprake kan zijn van een "netto-belastbaar " roerend inkomen bij het privaat verhuren van een personenauto en van gespecialiseerde beroepsliteratuur ?

3. Onder welke gecodeerde rubrieken van het aangifteformulier inzake personenbelasting over het aanslagjaar 2001 dient de genieter de beoogde private brutohuur en de ermede verband houdende fiscaal aftrekbare kosten op te nemen?

4. Kan u uw algemene praktische ziens- en handelwijze meedelen in het licht van de bepalingen van artikel 22, WIB 1992, en van het BTW-Wetboek?

ANTWOORD

(23.01.2003)

Het geachte lid gelieve hierna de antwoorden op haar vragen te vinden.

Inzake inkomstenbelastingen

In tegenstelling met wat het geachte lid meent, zijn de door haar beoogde inkomsten niet altijd inkomsten uit roerende goederen. De fiscale kwalificatie (inkomsten van roerende goederen of beroepsinkomsten) moet worden beoordeeld aan de hand van feitelijke en juridische omstandigheden waarin de desbetreffende verrichting plaatsvindt.

Daar die omstandigheden van geval tot geval sterk kunnen verschillen, is het niet mogelijk een eenduidig standpunt in te nemen met betrekking tot de gestelde vragen.

Inzake belasting over de toegevoegde waarde

De verhuur van roerende goederen is een dienst zoals bedoeld in artikel 18, § 1, 2e lid, 4°, van het BTW-Wetboek.

Overeenkomstig artikel 2 van het BTW-Wetboek zijn leveringen en diensten die door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht aan de belasting onderworpen wanneer ze in België plaatsvinden. Een BTW-belastingplichtige is, overeenkomstig artikel 4 van voornoemd wetboek, eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in genoemd wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats die economische activiteit wordt uitgeoefend.

Bijgevolg zijn de door het geachte lid bedoelde verhuren slechts aan de BTW onderworpen indien zij worden verstrekt in de uitoefening van een economische activiteit.

In voorkomend geval mag de belastingplichtige ingevolge artikel 45, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen in aftrek brengen in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen. Ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot personenauto's, mag bedoelde aftrek overeenkomstig artikel 45, § 2, van voornoemd wetboek in geen geval hoger zijn dan 50% van de betaalde belasting.

Indien de beoogde verhuren in de uitoefening van een economische activiteit verstrekt worden en in principe aan de BTW onderworpen zijn, kunnen ze toch van de belasting vrijgesteld zijn ingevolge artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek. Voornoemd artikel voorziet voor de kleine ondernemingen in een vrijstellingsregeling van belasting voor de leveringen van goederen en diensten die ze verrichten. De toepassing van deze regeling werd vastgelegd in koninklijk besluit nr. 19 van 29 december 1992. Als kleine onderneming voor de toepassing van artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek wordt aangemerkt elke belastingplichtige, natuurlijke persoon of rechtspersoon, die handelingen verricht die niet uitdrukkelijk zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting en waarvan de jaaromzet niet meer bedraagt dan 5 580 euro. Uiteraard kan de belasting geheven op de inkomende handelingen in voorkomend geval niet in aftrek gebracht worden.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 562 voorkomens
WBTW art. 21 voorkomen
WBTW art. 451 voorkomen