---
title: "Parlementaire vraag 85 · Verkoop van nieuwbouw door toevallige oprichter of koperwederverkoper"
description: "Verkoop van nieuwbouw door toevallige oprichter of koperwederverkoper. Parlementaire vraag nr. 85 van 4 maart 1982 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/85-verkoop-nieuwbouw-toevallige-oprichter-koperwederverkoper-e1d4"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/85-vente-construction-nouvelle-constructeur-occasionnel-71c5"
---

# Verkoop van nieuwbouw door toevallige oprichter of koperwederverkoper

**Nummer**

85

**Datum**

4 maart 1982

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

24 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Verkoop van nieuwbouw door toevallige oprichter of koperwederverkoper*

## **VRAAG**

Een toevallige BTW-belastingplichtige verkoopt een nieuwbouw binnen de termijn voorzien in artikel 159, 8° van het registratiewetboek onder het regime van de belasting over de toegevoegde waarde en dit na 1 maart 1982. Volgende situatie doet zich voor:

1\. de verkoper heeft facturen voor een bedrag van bijvoorbeeld 1.500.000 fr. waarop hij 17% of 255.000 fr. BTW heeft betaald;

2\. indien hij nu het gebouw doorverkoopt voor een bedrag van 1.500.000 fr (= waarde gebouw, exclusief de grondwaarde) dan ontvangt hij 90.000 fr. BTW.

De heer Minister gelieve me te antwoorden op volgende vragen:

a) Zal de verkoper een teruggave van BTW ontvangen gelijk aan 11% van de waarde der gebouwen of 165.000 fr.?

b) Indien de verkoper de gebouwen verkoopt voor een waarde van 1.300.000 fr., zal hij dan ook het verschil tussen de betaalde BTW op facturen (255.000 fr.) en de ontvangen BTW terugkrijgen (hetzij 78.000 fr.)?

c) Indien het compromis ondertekend werd voor 1 maart 1982 en de authentieke akte na 1 maart 1982, welke datum zal dan het BTW-tarief bepalen?

## ANTWOORD

Wanneer een toevallige oprichter, of een koperwederverkoper van gebouwen bedoeld in [artikel 8, §§ 2 of 3, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8) binnen de in [artikel 9, § 3, 1°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-9), van hetzelfde Wetboek (zie ook Wetboek registratierecht, art. 159, 8°) bepaalde termijn aan een eindverbruiker een woning verkoopt die hoofdzakelijk bestemd is om als privé-woning te worden gebruikt, kan deze de BTW die onder de oude regeling werd geheven ter zake van de oprichting of de verkrijging van dat gebouw, volledig in aftrek brengen.

In de door het geacht Lid beoogde gevallen a) en b) zal bijgevolg aan de verkoper respectievelijk 165.000 fr. en 177.000 fr. worden terugbetaald.

Om evenwel te bepalen of de verkoop van een nieuwe woning door een toevallige oprichter, of door een koper-wederverkoper, aan een eindverbruiker al dan niet onderworpen is aan het verminderde tarief van 6%, moet rekening worden gehouden met het belastbaar feit en met de andere in [artikel 17, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17) bepaalde oorzaken van verschuldigdheid van de belasting.

Ten aanzien van de verkoop van een nieuwe woning door een toevallige oprichter, of door een koper-wederverkoper die voor het BTW-stelsel heeft geopteerd, is de belasting verschuldigd op het tijdstip waarop het gebouw ter beschikking van de verkrijger of de overnemer wordt gesteld en uiterlijk bij het verstrijken van de voor de vervreemding in [artikel 9, § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-9), van het Wetboek, bepaalde termijn (Wetboek, art. 15, § 1, lid een en twee, 3°, en 17, § 1, eerste lid).

Wanneer de prijs of een deel ervan voor dat tijdstip wordt gefactureerd of ontvangen, dan wordt de belasting evenwel over het gefactureerde of ontvangen bedrag verschuldigd, al naar het geval, op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of op het tijdstip van de incassering (Wetboek, art. 17, § 1, tweede lid).

Bovendien wordt de belasting of het desbetreffende gedeelte ervan verschuldigd op het tijdstip waarop de prijs of een deel ervan volgens contract moet worden voldaan, wanneer dat tijdstip voorafgaat aan die welke hierboven zijn vermeld (Wetboek, art. 17, § 1, derde lid).

Deze verscheidene tijdstippen die de datum bepalen waarop de belasting verschuldigd wordt over ieder voorschot of over het saldo van de prijs, laten toe het toepasselijk tarief te bepalen.

De belasting die voor 1 maart verschuldigd is geworden, dient tegen het normale tarief te worden berekend, terwijl de belasting die verschuldigd wordt vanaf dat tijdstip berekend wordt tegen het verminderde tarief van 6%.

Weliswaar ontstaat krachtens [artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-artikel-9f4e), van 3 juni 1970, met betrekking tot de vervreemding van gebouwen, de verplichting tot de indiening van de aangifte in dergelijk geval slechts op het tijdstip waarop de belasting over de volledige maatstaf van heffing verschuldigd wordt, en moet de belasting slechts worden voldaan binnen een maand te rekenen vanaf dat tijdstip, doch deze bepaling staat evenwel slechts een termijn van betaling toe en belet niet dat het toe te passen tarief moet worden vastgesteld rekening houdend met het belastbaar feit en de oorzaken van verschuldigdheid, zoals hierboven vermeld.

Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat noch de ondertekening van de onderhandse akte, noch het verlijden van de authentieke akte op zichzelf een oorzaak van verschuldigdheid van de belasting vormen en uiteraard geen invloed hebben op het toepasselijk tarief.

Wanneer een van die handelingen evenwel samenvalt met het belastbaar feit, namelijk de levering van de woning of met een van de andere oorzaken van verschuldigdheid van de belasting dient de datum van ondertekening van de onderhandse akte of van het verlijden van de authentieke akte uiteraard in aanmerking te worden genomen om het tarief te bepalen dat op de prijs of een deel ervan van toepassing is.

Voorbeeld. Een toevallige oprichter, of een koperwederverkoper bedoeld in [artikel 8, §§ 2 of 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8), van het Wetboek, heeft bij onderhandse akte een woning verkocht voor de prijs van 2.000.000 fr. (grond niet inbegrepen). Bij de ondertekening van die onderhandse akte op 10 februari 1982, wordt een voorschot van 200.000 fr. betaald. Bovendien betaalt de koper bij het verlijden van de authentieke akte op 10 maart 1982 nog een voorschot van 1.000.000 fr. Het saldo van de prijs, of 800.000 fr., wordt betaald bij de inbezitneming van het woonhuis op 5 mei 1982.

Ofschoon de toevallige oprichter de aangifte met betrekking tot de verkoop van het bedoelde woonhuis moet indienen binnen de maand te rekenen vanaf 5 mei 1982, datum waarop de belasting over de volledige maatstaf van heffing wordt verschuldigd en hij binnen die termijn de belasting die hij aangeeft moet betalen, moet hij in het onderhavige voorbeeld, voor de bepaling van de belasting die verschuldigd is ingevolge de vervreemding van het gebouw, die belasting tegen het normale tarief berekenen over het eerste voorschot (200.000 fr.) en mag hij haar slechts tegen het verminderde tarief berekenen over het tweede voorschot (1.000.000 fr.) en het saldo van de prijs (800.000 fr.).

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8) 2 voorkomens

[WBTW art. 9](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-9) 2 voorkomens

[KB nr. 14 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-artikel-9f4e) 1 voorkomen

[WBTW art. 17](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17) 1 voorkomen
