---
title: "Parlementaire vraag 819 · Overheden. Gezamenlijke opdracht"
description: "Overheden. Gezamenlijke opdracht, overheid. Parlementaire vraag nr. 819 van 29 oktober 2001 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/819-overheden-gezamenlijke-opdracht-belot-overheid-85b6"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/819-marche-conjoint-belot-4ddb"
---

# Overheden. Gezamenlijke opdracht

**Nummer**

819

**Datum**

29 oktober 2001

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

18 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 115, blz. 13979-13981**

*Overheden - Gezamenlijke opdracht*

## **VRAAG**

Artikel 19 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten bepaalt dat de gezamenlijke uitvoering van werken, leveringen of diensten voor rekening van verschillende aanbestedende overheden in het algemeen belang kan worden samengevoegd in één enkele opdracht die bij aanbesteding door offerteaanvraag of bij onderhandelingsprocedure wordt gegund, onder de voorwaarden bepaald in de wet.

Artikel 19 preciseert ook dat de betrokken personen de overheid of het orgaan aanwijzen die/dat in hun gezamenlijke naam bij de gunning en de uitvoering van de opdracht zal optreden.

De Commissie voor de overheidsopdrachten (PV 437 van 20 juni 1983, blz. 6, vermeld in de Praktische toelichting bij de reglementering van de overheidsopdrachten gepubliceerd door de NCK) preciseerde dat men bij een gezamenlijke opdracht in de zin van artikel 16 van de wet te maken heeft met één enkele opdracht, zowel voor de toekenning als voor de uitvoering ervan. Aangezien de betaling deel uitmaakt van de uitvoering van de opdracht, dient men hieruit te besluiten dat de bepaling die voorziet in de opsplitsing van de betalingen overeenkomstig het respectieve aandeel van elk der publiekrechtelijke rechtspersonen voor wier rekening de opdracht werd gesloten, niet conform de uitvoering van de gezamenlijke opdracht is. Derhalve dienen die laatsten voorafgaandelijk de budgettaire problemen te regelen die uit één enkele betaling kunnen voortvloeien, aspect dat evenwel niet onder de bevoegdheid van de commissie ressorteert.

Er rijst evenwel een moeilijkheid wanneer:

•de overheid die werd aangesteld om namens de gezamenlijke aanbestedende overheden bij de toekenning en de uitvoering van de opdracht op te treden, niet BTW-plichtig is (bijvoorbeeld een gemeente);

•een (of meer) van de overige aanbestedende overheden BTW-plichtig is (zijn) (bijvoorbeeld een watermaatschappij of een vervoermaatschappij zoals De Lijn, de TEC, ...).

De opdrachtnemer zal immers al zijn prestaties aan de aangestelde overheid factureren, met inbegrip van de BTW. Vervolgens zal de overheid die werd aangesteld om gezamenlijk op te treden het te betalen aandeel (BTW incluis) opeisen bij elk van de andere overheden die de aanbesteding mee hebben uitgeschreven.

1\. Quid indien deze overheid niet BTW-plichtig is?

De BTW-plichtige overheden betalen hun aandeel BTW incluis, maar zullen - indien zij daar recht op hebben - de BTW in mindering brengen.

2\. Hoe kan worden bereikt dat elke betrokken aanbestedende overheid haar eigen aandeel ten laste kan nemen naargelang zij al dan niet BTW-plichtig is?

## **ANTWOORD**

1 en 2. Het geachte lid werpt het probleem op van de uitoefening van het recht op aftrek in hoofde van bepaalde BTW-belastingplichtige, aanbestedende overheden, wanneer, in uitvoering van de bepalingen met betrekking tot overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, slechts de tussenkomst is voorzien van één overheid, die in hun gezamenlijke naam zal optreden bij de gunning en de uitvoering van de opdracht, maar die evenwel zelf geen BTW-belastingplichtige is. In dat geval ontvangt uitsluitend de betreffende, niet BTW-belastingplichtige, overheid de facturen van de aannemer.

Krachtens [artikel 3, § 1, 1°, van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, moet de belastingplichtige om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen, ten aanzien van de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, in principe, in het bezit zijn van een door zijn leverancier opgemaakte regelmatige factuur waarin deze belasting hem afzonderlijk in rekening is gebracht.

In de door het geachte lid aangehaalde situatie is het alleszins toegestaan dat de BTW-belastingplichtige aanbestedende overheden hun recht op aftrek uitoefenen op basis van een door bedoelde overheid opgestelde gedetailleerde afrekening waarop, enerzijds, de totale, door deze overheid aan de aannemer te betalen prijs, exclusief belasting, en het bedrag van de hierover verschuldigde BTW (factu(u)r(en) aangehecht) worden vermeld en, anderzijds, het aandeel, exclusief belasting, van elke aanbesteder in de gemeenschappelijke uitgaven en de daarover verschuldigde BTW.

Indien het geachte lid een specifiek geval beoogt, is het geoorloofd mij de concrete elementen mede te delen die ik zal laten onderzoeken door de bevoegde diensten van mijn administratie.

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

5

[Fiches van de administratieve commentaar 5](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/819-overheden-gezamenlijke-opdracht-belot-overheid-85b6/documenten?type=commentaar)

« … prijs, exclusief belasting, en het bedrag van de hierover verschuldigde btw (factu(u)r(en) aangehecht) worden vermeld en, anderzijds, het aandeel, exclusief belasting, van elke aanbesteder in de gemeenschappelijke uitgaven en de daarover verschuldigde btw ( schriftelijke parlementaire vraag nr. 819 van de heer Volksvertegenwoordiger François Bellot van 29.10.2001 ).Deze PDF bestaat niet meer F. Leveringen en diensten aan zichzelf voor de behoeften van de onderneming (artikel 3, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 3) Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de belastingplichtige ten aanzien van de … »

[Recht op aftrek (01.09.2025)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/recht-aftrek-a715) Administratieve commentaar 15.09.2025

[Bekijk de 5 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/819-overheden-gezamenlijke-opdracht-belot-overheid-85b6/documenten)
