---
title: "Parlementaire vraag 816 · De effectieve controle op, voorwaarden voor en sanctionering bij de consultatie"
description: "De effectieve controle op, voorwaarden voor en sanctionering bij de consultatie. Parlementaire vraag nr. 816 van 9 januari 2026 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/816-effectieve-controle-voorwaarden-sanctionering-consultatie-44e1"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/816-controle-effectif-consultation-banques-donnees-fe5e"
---

# De effectieve controle op, voorwaarden voor en sanctionering bij de consultatie

**Nummer**

816

**Datum**

9 januari 2026

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

56 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 816 van De heer Vincent Van Quickenborne van 09.01.2026

**QRVA 56/042. 19-02-2026.**-

**Vraag en antwoord nr. 816 (p.189)**

Onderwerp

De effectieve controle op, voorwaarden voor en sanctionering bij de consultatie van fiscale databanken.

## Vraag nr. 816

Vraag nr. 816 van De heer volksvertegenwoordiger Vincent Van Quickenborne van 09 januari 2026 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen:

De fiscale administratie beschikt vandaag over zeer verregaande databanken, waaronder het Centraal Aanspreekpunt (CAP), die kunnen worden geraadpleegd in het kader van fraudebestrijding. Deze instrumenten bieden aanzienlijke mogelijkheden, maar brengen tegelijk een zware verantwoordelijkheid mee op het vlak van rechtsbescherming, proportionaliteit en interne controle.

In het verslag van de tweede lezing van het wetsontwerp houdende diverse bepalingen (Parl. St. 56-0963/29) gaf u als minister expliciet aan dat ambtenaren die zich onrechtmatig toegang verschaffen tot dergelijke databanken, blootstaan aan sancties. Die vaststelling roept evenwel de fundamentele vraag op hoe de rechtmatigheid van dergelijke consultaties vooraf, tijdens én achteraf concreet wordt bewaakt.

Uit diverse signalen uit het werkveld blijkt immers dat databanken zoals het CAP frequent worden geraadpleegd op basis van een zogenaamd "vermoeden van fraude", zonder dat steeds duidelijk is hoe dat vermoeden wordt afgebakend, gedocumenteerd en gecontroleerd, noch of misbruik actief wordt opgespoord.

1\. Welke personeelscategorieën binnen de FOD Financiën hebben vandaag toegang tot het CAP en gelijkaardige fiscale databanken? Is een bepaalde graad of functie (bijv. attaché of hoger) vereist? Hoe wordt concreet voorkomen dat personeelsleden zonder de vereiste bevoegdheid toch toegang krijgen?

2\. a) Welke formele voorwaarden moeten vervuld zijn vóór een raadpleging van het CAP kan plaatsvinden?

b) Moet bij elke consultatie een specifieke dossier- of referentienummer worden ingegeven in de logbestanden?

c) Moet het "vermoeden van fraude" schriftelijk en gemotiveerd worden vastgelegd op het moment van de raadpleging, en niet pas achteraf in het dossier?

3\. Hoe voorkomt de administratie dat een raadpleging van het CAP achteraf wordt gelegitimeerd, door op basis van reeds verkregen informatie alsnog een vermoeden van fraude te formuleren of aan te vullen?

4\. Hoe definieert en operationaliseert de administratie het begrip "vermoeden van fraude"? Bestaan hierover interne richtlijnen, criteria of drempels? Wordt dit vermoeden vooraf inhoudelijk getoetst, en zo ja, door wie?

5\. Worden alle consultaties systematisch gelogd, en op welke wijze worden deze logs actief gecontroleerd? Gebeurt dit via steekproeven, risicoprofielen of periodieke audits? Hoe frequent vinden dergelijke controles plaats?

6\. a) Hoeveel raadplegingen van het CAP vonden plaats in elk van de afgelopen vijf jaar?

b) In hoeveel gevallen leidde een raadpleging effectief tot de opening van een formeel dossier?

c) In hoeveel gevallen resulteerde dit uiteindelijk in een meertaxatie of sanctie?

7\. a) Hoeveel gevallen van onrechtmatige of niet-conforme consultatie werden de afgelopen vijf jaar vastgesteld, opgesplitst per jaar?

b) Welke tucht- of andere sancties werden daarbij effectief opgelegd?

c) Volgden deze sancties hoofdzakelijk na externe klachten, dan wel na proactieve interne controles?

8\. Acht u, gelet op de steeds ruimere toegang tot en koppeling van fiscale databanken, het huidige controle- en sanctiekader voldoende sluitend en geloofwaardig om misbruik te voorkomen en het vertrouwen van burgers te waarborgen? Zo ja, waarop baseert u die inschatting? Zo neen, welke bijkomende maatregelen acht u noodzakelijk?

## Antwoord

*Antwoord van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen van 13 februari 2026, op de vraag nr. 816 van De heer volksvertegenwoordiger Vincent Van Quickenborne van 09 januari 2026 (N.):*

Overeenkomstig artikel 322, § 3, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB92) kan het Centraal Aanspreekpunt (CAP), met het oog op de vestiging van de inkomstenbelastingen, uitsluitend worden geraadpleegd door een ambtenaar die minstens de titel van adviseur draagt. In de praktijk is dit in principe een adviseur-generaal. De toepasselijke wettelijke bepalingen voorzien in strikte voorwaarden voor de raadpleging van het CAP, dat slechts kan worden geraadpleegd indien en voor zover aan de voorwaarden vastgelegd in artikel 322, § 3, vierde lid, WIB 92 wordt voldaan.

[Artikel 62bis, tweede lid, van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62bis) (WBTW) bepaalt dat het CAP, met het oog op de vestiging van de btw, enkel kan worden geraadpleegd door een ambtenaar die de titel van adviseur-generaal draagt. De voorwaarden voor de raadpleging van het CAP zijn vastgelegd in [artikel 62bis, tweede lid en volgende, van het WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62bis).

Wanneer de administratie, ten aanzien van een welbepaalde belastingplichtige, beschikt over de vereiste aanwijzing(en) van belastingontduiking en zij overgaat tot de raadpleging van het CAP, moeten deze aanwijzing(en) voorafgaandelijk aan de raadpleging van het CAP bestaan en worden opgenomen in een verslag dat wordt bewaard in het fiscaal dossier van de belastingplichtige. De wettelijk bevoegde ambtenaar die het CAP raadpleegt, verifieert voorafgaand aan de raadpleging of alle wettelijke vereisten met betrekking tot de raadpleging van het CAP worden nageleefd. De interne werkprocessen laten niet toe dat een consultatie uit te voeren zonder voorafgaand verslag.

Binnen de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering is de consultatie van de CAP-gegevens uitsluitend mogelijk in het kader van de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen. De toegang is beperkt tot de ontvangers en mits machtiging door een ambtenaar met minimum de graad van adviseur-generaal. Verdere voorwaarden, zoals het bestaan van één of meerdere aanwijzingen van belastingontduiking, zijn niet van toepassing.

Een aanwijzing van belastingontduiking is een materieel, concreet en verifieerbaar element dat de ambtenaren van de administratie toelaat op redelijke wijze een vermoeden van belastingontduiking te onderbouwen, wat verschilt van het leveren van bewijs. Het betreft een precies en geloofwaardig feit, waarbij een aanwijzing niet kan steunen op vage veronderstellingen. Overeenkomstig het arrest van het Hof van Cassatie van 9 mei 2009 moeten de materiële en intentionele elementen van de belastingontduiking in dit stadium nog niet bewezen zijn.

Bijkomende beschouwingen over het begrip aanwijzing van belastingontduiking, alsook een niet limitatieve lijst met voorbeelden daarvan, zijn opgenomen in de circulaire 2017/C/34 betreffende de voorafgaande kennisgeving van aanwijzingen van belastingontduiking. Zie ook de parlementaire voorbereiding Parl. St., Kamer, 14 maart 2011, DOC 53-1208/012, Wetsontwerp houdende diverse bepalingen, p. 33, www.dekamer.be die een niet-limitatieve lijst bevat van vaststellingen die als een aanwijzing van belastingontduiking kunnen gelden. Deze worden ook hernomen in de circulaire Ci.RH.81/616.308.

Wat betreft de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie is de toegang tot het CAP beperkt tot:

— de ontvangers Juridische Zekerheid;

— de A4-experts binnen de centra Juridische Zekerheid (één per centrum);

— de dienstleiders van de centra Juridische Zekerheid;

— bepaalde personen van de centrale diensten van Juridische Zekerheid.

Voor de Algemene Administratie Douane en Accijnzen hebben momenteel 11 douaneambtenaren rechten op de toegangsmatrix voor het CAP. Deze hebben het profiel van administrateur-generaal, adviseur-generaal, adviseur, administrateur en attaché.

Voor de Algemene Administratie van de Thesaurie hebben momenteel vijf personen rechten op de toegangsmatrix voor het CAP. Deze hebben het profiel van administrateur-generaal, attaché en financieel deskundige.

Op IT-vlak zijn de nodige maatregelen genomen opdat enkel die ambtenaren toegang tot de CAP-gegevens hebben. Aan die ambtenaren wordt de rol van authorized requester toegekend via de toegangsmatrix van de applicatie. Personen zonder de vereiste bevoegdheid verkrijgen geen toegang tot de CAP-gegevens omdat hun identificatiegegevens niet worden toegevoegd aan de filters van de toegangsmatrix.

Alle consultaties van de CAP-gegevens worden systematisch gelogd. De hiernavolgende elementen worden ingegeven in de logbestanden van de CAP-toepassing:

— het rijksregisternummer van de natuurlijke persoon die het voorwerp is van de consultatie;

— het KBO-nummer van de rechtspersoon die het voorwerp uitmaakt van de consultatie;

— de timestamp van de consultatie;

— het login-id van de ambtenaar die de data consulteert (short-id);

— de reden van consultatie: bijv. het onderzoek van de vermogenssituatie - bankonderzoek.

De controle en nazicht van de logs vinden "ad hoc" plaats in het kader van een externe klacht of een vermoeden van oneigenlijke consultatie van de data van het CAP door een ambtenaar. De afgelopen vijf jaar werden geen gevallen van onrechtmatige of niet-conforme consultatie van de CAP-gegevens vastgesteld.

Hiernavolgend het aantal raadplegingen van het CAP voor wat betreft alle diensten van de FOD Financiën:

2021: 51 911

2022: 81 895

2023: 87 011

2024: 100 043

2025: 114 025

De gegevens over het aantal CAP-raadplegingen dat uiteindelijk heeft geleid tot een meertaxatie of een sanctie zijn niet systematisch beschikbaar.

Het is evident dat elke ambtenaar ertoe gehouden is de deontologische leidraad, inclusief de richtlijnen bij het gebruik van informaticamiddelen, na te leven. Het is enkel toegestaan een interne applicatie te raadplegen in het kader van zijn beroepswerkzaamheid.

De fiscale rechter kan de juiste toepassingsvoorwaarden controleren en de aanslagen vernietigen. Daarnaast kan een controle worden verricht door het Rekenhof, de data protection officer, de interne inspectie en de Gegevensbeschermingsautoriteit. Integriteitsschendingen kunnen ook steeds gemeld worden bij de FOD Financiën of federale ombudsman. Het Rekenhof heeft in 2025 bijv. 50 dossiers van de Algemene Administratie van de Bijzonder Belastinginspectie onderzocht op het gebruik van financiële gegevens.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 62bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-62bis) 2 voorkomens
