---
title: "Parlementaire vraag 8 · Beperking van de aftrek van de BTW die van uitgaven in verband"
description: "Beperking van de aftrek van de BTW die van uitgaven in verband met personenauto's. Parlementaire vraag nr. 8 van 18 oktober 1972 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/8-beperking-aftrek-btw-uitgaven-in-a134"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/8-limitation-deduction-grevant-frais-voiture-9b51"
---

# Beperking van de aftrek van de BTW die van uitgaven in verband

**Nummer**

8

**Datum**

18 oktober 1972

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

29 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Beperking van de aftrek van de BTW die van uitgaven in verband met personenauto's is geheven*

## **VRAAG**

Bij de wet van 22 juni 1972, tot wijziging van [artikel 45, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), wordt de aftrek van de BTW die op uitgaven in verband met personenauto's is geheven, tot 50% beperkt.

Die wijziging is hoofdzakelijk gericht tegen de bedrijven die voordien het volledige bedrag van de BTW op uitgaven in verband met personenauto's konden terugkrijgen, zelfs al moesten zij daartoe het voordeel in natura dat hun beheerders of andere personeelsleden hadden genoten, met 18% belasten.

Op het eerste gezicht schijnt het nieuwe artikel 45, § 2, gelijkheid tussen natuurlijke en rechtspersonen op dat punt te beogen.

Nu houdt het rondschrijven nr. 73 van 11 juli 1972, voornamelijk punt 14, ongeacht de beperking van de aftrek tot 50%, ook belasting in van het eventueel genoten voordeel in natura.

Een zodanige interpretatie van de wetteksten is in strijd met de verbintenissen die de Minister in de commissie voor de Financiën heeft aangegaan en zou in de meeste gevallen tot een schromelijke onrechtvaardigheid leiden, zoals uit de volgende voorbeelden blijkt:

1ste voorbeeld: Een natuurlijke persoon bezit een auto die hij voor bedrijfs- en privé-doeleinden gebruikt; het gedeelte dat overeenstemt met het privé-gebruik, wordt door het Bestuur der belastingen op 20.000 fr. vastgesteld, zodat de kosten met betrekking tot die wagen over het hele jaar als volgt verdeeld zijn:

|  | Terugvorderbare BTW (50%) |  |
| --- | --- | --- |
| Onderhoud en herstellingen | 10.000 + 1800 BTW | 900 |
| Benzine | 24.000 + 4320 BTW | 2160 |
| Verzekering | 8000 |  |
| Verkeersbelasting | 2000 |  |
| Afschrijving | 30.000 |  |
|  | 74.000 + 6120 BTW | 3060 |

De tijdens het jaar werkelijk betaalde BTW bedraagt 3060 fr.

2de voorbeeld: Hetzelfde bedrijf heeft het statuut van een P.V.B.A., waarvan de natuurlijke persoon uit het eerste voorbeeld beheerder is. De totale kosten met betrekking tot de auto belopen 74.000 fr. vermeerderd met 6120 fr. BTW, waarvan 3060 fr. mag worden afgetrokken. Als voordeel in natura nemen de belastingdiensten opnieuw een vast bedrag van 20.000 fr. in aanmerking. Daarop moet de vennootschap 18% BTW, d.i. 3600 fr. betalen. Alles samen heeft de vennootschap dat jaar 6120 - 3060 + 3600 = 6660 fr. betaald, d.i. meer dan het totaal van de BTW die op de facturen voorkomt.

De bedoeling van de Wetgever was voornamelijk het opheffen van een ongelijkheid die voordien tussen natuurlijke en rechtspersonen bestond. Ik geloof echter niet dat de wet van 22 juni tot doel had, de ongelijkheid om te keren. Is het bestuur met zijn rondschrijven nr. 73 zijn rechten niet te buiten gegaan, door de wet derwijze te interpreteren dat zij altijd in het nadeel van de vennootschap uitvalt en soms zelfs tot een zwaardere belasting leidt voor een BTW-plichtige vennootschap dan voor een niet BTW-plichtige particulier?

## **ANTWOORD**

Voor het antwoord op de vraag gesteld door het geacht Lid wordt verwezen naar het antwoord verstrekt op de vraag nr. 8 gesteld door senator Lavens op 17 oktober 1972 Z. ook Revue 12, blz. 300-301, nr. 2.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen
