---
title: "Parlementaire vraag 8-376 · Elektronische facturering, Vervroegde tenuitvoerlegging"
description: "Elektronische facturering, Vervroegde tenuitvoerlegging, Verantwoording. Parlementaire vraag nr. 8-376 van 14 januari 2026 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/8-376-elektronische-facturering-vervroegde-tenuitvoerlegging-verantwoording-27fd"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/8-376-facturation-electronique-mise-uvre-justification-0494"
---

# Elektronische facturering, Vervroegde tenuitvoerlegging, Verantwoording, Zelfstandigen en micro ondernemingen · Elektronische facturering - Vervroegde tenuitvoerlegging – Verantwoording - Zelfstandigen en micro ondernemingen – Impact – Begeleiding – Sancties – Moratorium - Erkende oplossingen voor elektronische facturering – Toegang - Eventuele gratis openbare tool

**Nummer**

8-376

**Datum**

14 januari 2026

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

28 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 8-376 van de heer Hasan Koyuncu d.d. 14.01.2026

**Senaat, Schriftelijke vragen, 2025‑2026**

*Elektronische facturering - Vervroegde tenuitvoerlegging – Verantwoording - Zelfstandigen en micro‑ondernemingen – Impact – Begeleiding – Sancties – Moratorium - Erkende oplossingen voor elektronische facturering – Toegang - Eventuele gratis openbare tool*

## **VRAAG**

Sinds 1 januari 2026 is elektronische facturering via het Peppol‑netwerk verplicht voor bijna alle bedrijven en zelfstandigen die onderworpen zijn aan de belasting op de toegevoegde waarde (btw). Deze hervorming, die wordt voorgesteld als een instrument om belastingfraude te bestrijden en de economie te moderniseren, maakt deel uit van een Europese harmonisatiebeweging die België vervroegd heeft willen invoeren.

Hoewel het doel van fiscale rechtvaardigheid en bestrijding van btw‑ontduiking volledig wordt onderschreven, stelt men vast dat de huidige omstandigheden waarin deze hervorming is ingevoerd tot grote bezorgdheid leiden, in het bijzonder bij zelfstandigen, micro‑ondernemingen en bepaalde boekhouders.

Volgens recente schattingen zou bijna 40 % van de betrokken actoren nog niet aan de regels voldoen, niet uit verzet tegen het principe, maar wegens een toenemende regelmoeheid, een gebrek aan duidelijke informatie en een als ontoereikend beschouwde institutionele begeleiding.

Veel zelfstandigen vinden het ook oneerlijk dat ze verplicht zijn om – vaak tegen betaling – softwareoplossingen te gebruiken voor een zo fundamentele handeling als het opstellen van een factuur. Deze extra financiële last weegt onevenredig zwaar op de kleinste bedrijven, terwijl die al zwaar zijn getroffen door de gezondheids‑, energie- en inflatiecrisis. De voorziene sanctieregeling – met boetes die kunnen oplopen tot 5 000 euro – zorgt bovendien voor een angstklimaat, dat de digitale kloof kan vergroten en sommige zelfstandigen ertoe kan aanzetten hun activiteit stop te zetten.

Hoewel deze hervorming op fiscaal vlak formeel onder de federale bevoegdheid valt, heeft zij directe gevolgen voor de bevoegdheden van de Gewesten en Gemeenschappen, met name op het gebied van steun aan zelfstandigen, opleiding, digitalisering van de economie en bestrijding van de digitale kloof. Daarom vereist zij een transversale analyse en een betere coördinatie tussen de verschillende bestuursniveaus, in overeenstemming met de constitutionele rol van de Senaat.

In deze context, en gelet op de rol van de Senaat op het gebied van institutionele reflectie en evaluatie van het overheidsbeleid, wil ik de volgende vragen stellen:

**1)** Hoe rechtvaardigt de regering de versnelde invoering van elektronische facturering in België, terwijl de Europese richtlijn een termijn tot 2030 voorziet?

**2)** Welke specifieke maatregelen zijn of zullen worden genomen om te zorgen voor versterkte, toegankelijke en gratis overheidsondersteuning, met name voor zelfstandigen, micro‑ondernemingen en personen die het minst vertrouwd zijn met digitale technologie?

**3)** Overweegt de regering om het moratorium op sancties te verlengen en een echt geleidelijke en pedagogische aanpak te volgen, om te voorkomen dat deze hervorming tot onrechtvaardige sancties leidt?

**4)** Welke garanties kunnen worden gegeven met betrekking tot de financiële toegankelijkheid van erkende tools voor elektronische facturering, en wordt er overwogen om een gratis overheidsinstrument ter beschikking te stellen?

**5)** Ten slotte, is er een sociale en economische evaluatie van deze hervorming gepland, met name wat betreft de gevolgen ervan voor het voortbestaan van zelfstandige activiteiten, de werkgelegenheid en de bestrijding van de digitale kloof?

## **Antwoord**

d.d. 13.02.2026 (van de minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's)

**1)** Volgens de meest recente informatie ontvangen van de federale overheidsdienst (FOD) Financiën op 16 januari 2026 was ongeveer 78 % van de doelgroep reeds correct geregistreerd. De invoering van elektronische facturatie vormt een essentiële hefboom om de dubbele digitale en ecologische transitie van onze economie te ondersteunen. Ze vermindert aanzienlijk de administratieve last die gepaard gaat met de manuele verwerking van facturen, beperkt fouten, versnelt de verwerkingstermijnen en verbetert daardoor de liquiditeitspositie van ondernemingen. Op milieugebied maakt zij een sterke vermindering van het papiergebruik mogelijk, evenals van de nood aan fysiek transport. Daarnaast leidt zij tot aanzienlijke kostenbesparingen: de gemiddelde kost van een papieren factuur tussen ondernemingen wordt geraamd op 12 euro, tegenover 3 euro voor een elektronische factuur, wat neerkomt op een daling met 75 % en een jaarlijkse besparing van bijna 3,5 miljard euro op nationaal niveau.

Wat de redenen betreft die hebben geleid tot een vervroegde invoering, verwijs ik u naar mijn collega, de heer Jan Jambon, minister van Financiën.

**2)** Om ondernemingen te begeleiden bij deze nieuwe verplichting werden verschillende gerichte maatregelen genomen.

Ten eerste werden twee communicatiecampagnes gevoerd. De eerste, gecofinancierd door de FOD Economie en de FOD Financiën en uitgevoerd van 10 april tot 19 oktober 2025, had tot doel ondernemingen te sensibiliseren, met bijzondere aandacht voor kleine ondernemingen en de actoren die hen begeleiden (bijvoorbeeld boekhouders, fiscalisten, enz.). Er werd gratis een communicatiekit ter beschikking gesteld en de website www.efacture.belgium.be werd naar voren geschoven als centrale informatiebron. Deze campagne zorgde voor een hoog sensibilisatieniveau, met meer dan 64 miljoen impressies.

Een vervolgcampagne, gefinancierd door de FOD Economie en uitgevoerd van 26 november tot 21 december 2025, werd gelanceerd om de geïdentificeerde drempels weg te nemen en de overstap naar concrete actie te ondersteunen, met name bij zelfstandigen en kleine ondernemingen. Deze campagne omvatte onder meer een praktische gids met de te ondernemen stappen om in regel te zijn met de nieuwe verplichting. Daarnaast werden ook publicaties geplaatst in vakbladen om een minder digitaal publiek te bereiken. De tussentijdse resultaten bevestigen de doeltreffendheid van deze aanpak: de belangrijkste prestatie-indicatoren werden gehaald, de mobilisatie van de doelgroep was hoog en de mediacoverage zorgde voor een ruime zichtbaarheid.

Ten tweede wordt deze begeleiding aangevuld met een reeks fiscale maatregelen. Sinds 1 januari 2025 werd de investeringsaftrek voor digitalisering verhoogd tot 20 %. Bovendien kunnen kleine en middelgrote ondernemingen (KMO) en zelfstandigen die werken met abonnementsformules voor de belastbare tijdperken 2024 tot 2027 een verhoogde aftrek van 120 % toepassen voor facturatiepakketten en advieskosten die werden gemaakt om aan de nieuwe verplichtingen te voldoen. Ook de specifieke meerkost die verband houdt met elektronische facturatie binnen een bestaand softwareabonnement komt in aanmerking voor deze verhoogde aftrek van 120 %, op voorwaarde dat deze afzonderlijk op de factuur wordt vermeld.

Gedurende het volledige voorbereidingstraject in aanloop naar 1 januari 2026 werden zeer intensieve contacten onderhouden tussen de verschillende overheidsdiensten en de organisaties uit het sociaal‑economische middenveld (het Verbond van Belgische ondernemingen (VBO), de Hoge Raad voor de zelfstandigen en de KMO (HRZKMO), het Institute for Tax Advisors & Accountants (ITAA), enz.). Tijdens de uitrol werd bovendien maximaal ingezet op de ondersteuning van sectororganisaties en belangengroepen in hun communicatie naar hun leden.

Tot slot wordt de website www.efacture.belgium.be regelmatig verder aangevuld om ondernemingen te begeleiden. De site biedt een uitgebreide FAQ (Frequently Asked Questions) en een lijst van meer dan vierhonderd softwareoplossingen, waaronder verschillende gratis oplossingen, voor het verzenden, ontvangen en verwerken van elektronische facturen.

**3)** De FOD Financiën zal tijdens de eerste drie maanden van 2026 een beleid van tolerantie hanteren en geen sancties opleggen voor inbreuken op de nieuwe verplichting inzake elektronische facturatie, op voorwaarde dat de onderneming kan aantonen dat zij tijdig en op redelijke wijze de nodige stappen heeft ondernomen om zich aan de nieuwe verplichting aan te passen.

Indien dit noodzakelijk blijkt, zal ik bij mijn collega pleiten voor een verlenging van deze tolerantieperiode.

**4)** Ondernemingen beschikken via de website www.efacture.belgium.be over een lijst van meer dan vierhonderd aanbieders van softwareoplossingen, waarvan sommige gratis zijn, en die het volledige proces van elektronische facturatie dekken (verzending, ontvangst en verwerking). Op basis van feedback uit het terrein, verzameld via de Business Expert Group rond elektronische facturatie, kan worden vastgesteld dat er voldoende gratis oplossingen op de markt beschikbaar zijn. Het is niet de bedoeling om een gratis publieke tool te ontwikkelen. De regering heeft gekozen voor een gedecentraliseerde aanpak, die steunt op marktoplossingen. Deze aanpak beperkt de veiligheidsrisico’s die gepaard gaan met één enkel faalpunt en laat toe concurrentie, innovatie en economische waarde te behouden. Een gecentraliseerde oplossing, beperkt tot facturatie, zou het bovendien niet mogelijk maken om de technologie efficiënt uit te breiden naar andere commerciële documenten, zoals offertes of catalogi.

**5)** Ik informeer u dat het antwoord op deze vraag behoort tot de bevoegdheden van mijn collega, de heer Jan Jambon, minister van Financiën.
