---
title: "Parlementaire vraag 795 · Tenuitvoerlegging van circulaire AAFisc nr. 50/2013"
description: "Tenuitvoerlegging van circulaire AAFisc nr. 50/2013, vrijstelling, onderwijs. Parlementaire vraag nr. 795 van 28 februari 2014 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/795-tenuitvoerlegging-aafisc-georges-gilkinet-vrijstelling-977f"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/795-mise-oeuvre-agfisc-georges-gilkinet-e6ae"
---

# Tenuitvoerlegging van circulaire AAFisc nr. 50/2013

**Nummer**

795

**Datum**

28 februari 2014

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

14 paragrafen

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014,** **QRVA 53/155 d.d. 07.04.2014, blz. 157**

*Tenuitvoerlegging van* [*circulaire AAFisc nr. 50/2013*](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/50-2013-aafisc-exoneration-enseignement-formation-professionnelle-8782)*.*

## **VRAAG**

[Circulaire AAFisc nr. 50/2013 van 29 november 2013](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/50-2013-aafisc-exoneration-enseignement-formation-professionnelle-8782) bepaalt dat, met ingang van 1 januari 2014, van btw zijn vrijgesteld "het school- of universitair onderwijs, waaronder onderwijs aan kinderen en jongeren, en de beroepsopleiding of -herscholing, met inbegrip van het verrichten van nauw hiermee samenhangende diensten en leveringen van goederen zoals het verschaffen van logies, spijzen en dranken en van voor het vrijgestelde onderwijs gebruikt didactisch materiaal, door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die daartoe als lichamen met soortgelijke doeleinden worden aangemerkt, voor zover voornoemde lichamen niet systematisch het maken van winst beogen en eventuele winsten niet worden uitgekeerd maar worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de voornoemde diensten".

Tegelijkertijd wordt in de [beslissing E.T. 125.077 van 2 december 2013](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-125-077-onderwijs-vrijstelling-artikel-44-btw-b128) gewag gemaakt van de beslissing van de minister van Financiën om tot 31 augustus 2014 (einde van het schooljaar) een administratieve tolerantie toe te staan voor diensten inzake taalonderricht, zonder dat er evenwel uitdrukkelijk wordt verwezen naar alle in [artikel 44, § 2, 4° van het Wetboek van de btw](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) bedoelde diensten.

1\. Geldt de tolerantie waarvan er sprake is in de [beslissing E.T. 125.077](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-125-077-onderwijs-vrijstelling-artikel-44-btw-b128) enkel voor het taalonderricht, of is ze van toepassing op alle in [artikel 44, § 2, 4° van het Wetboek van de btw](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) bedoelde diensten? 2. Waarop zou in voorkomend geval een restrictieve toepassing van die tolerantie gestoeld zijn? Tal van instanties die een andere vorm van beroepsopleiding dan taalonderricht (herscholing) aanbieden, ondervinden vandaag immers dezelfde negatieve impact van de plotse wijziging van de btw-regeling op 1 januari 2014, terwijl ze op dat vlak vaak gebonden zijn door akkoorden die in het kader van overheidsopdrachten werden gesloten en die van 1 september 2013 tot 31 augustus 2014 lopen?

## **ANTWOORD**

(van de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)

De wijzigingen in [artikel 44, § 2, 4°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) werden reeds op 28 juni 2013 in het *Belgisch Staatsblad* gepubliceerd (zie artikel 46 van de wet van 17 juni 2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende duurzame ontwikkelingen). Die wijzigingen traden pas in werking op 1 januari 2014 om zo de betrokken organisaties de nodige tijd te geven zich aan te passen.

De [circulaire AAFisc nr. 50/2013](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/50-2013-aafisc-exoneration-enseignement-formation-professionnelle-8782) van 29 november 2013, die het geachte lid aanhaalt, is slechts een toelichting bij deze wijziging en houdt geen nieuw standpunt in.

Voornoemd standpunt inzake de draagwijdte van de onderwijsvrijstelling werd reeds eerder geformuleerd in een administratieve circulaire van 1993 op basis van een aanbeveling van de Europese Commissie. Deze circulaire werd echter door de Raad van State vernietigd, gezien een administratieve omzendbrief niet meer beperkingen kan bevatten dan wettelijk voorzien.

In 1994 (nog voor de vernietiging van de circulaire) werd er beslist dat handelingen inzake taalonderricht toch nog de vrijstelling konden genieten, zelfs wanneer zij niet verstrekt worden door publiekrechtelijke of soortgelijke organisaties die geen systematische winst nastreven. De voorbije jaren is echter gebleken dat partijen de keuze laten om al dan niet de vrijstelling toe te passen, voor grote problemen zorgt.

Bijgevolg werd besloten dat de wettelijke bepalingen inzake onderwijs voortaan ook moeten toegepast worden inzake taalonderricht. Dit betekent dat ook taalonderricht aan btw zal onderworpen worden wanneer het wordt verstrekt door ondernemingen met commerciële doeleinden. Deze benadering houdt evenwel een belangrijke wijziging in ten aanzien van het standpunt uit het verleden.

De betrokken organisaties werden pas geruime tijd na de wetswijziging op de hoogte gebracht van de opheffing van voornoemde bijzondere regeling. Er werd wel voorafgaandelijk overleg met hen gepleegd. Om ook voor hen in een overgangsperiode te voorzien, werd beslist om de opheffing van deze bijzondere regeling inzake taalonderricht pas effectief toe te passen vanaf september 2014.

Merk op dat mijn administratie op dit ogenblik in samenspraak met de sector onderzoekt of op het vlak van taalonderricht mogelijkerwijs geen andere vrijstellingen kunnen worden toegepast. Vooruit lopen op de resultaten van dit onderzoek zou voorbarig zijn.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 3 voorkomens
