---
title: "Parlementaire vraag 781 · Verbruiklening. Levering onder bezwarende titel. Teruggave geleende goederen uit hoofde verbruiklening. Zaken"
description: "Verbruiklening. Levering onder bezwarende titel. Parlementaire vraag nr. 781 van 24 januari 1998 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/781-verbruiklening-levering-onder-bezwarende-titel-5b40"
lang: "nl"
---

# Verbruiklening. Levering onder bezwarende titel. Teruggave geleende goederen uit hoofde verbruiklening. Zaken · Verbruiklening. Levering onder bezwarende titel. Teruggave geleende goederen uit hoofde verbruiklening. Zaken die door het eerste gebruik tenietgaan. Ruil. Levering onder bezwarende titel. Intracommunautaire verwerving. Intracommunautaire opgave. Niet-overbrenging

**Nummer**

781

**Datum**

24 januari 1998

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1996-1997 blz. 10501**

*Verbruiklening - Levering onder bezwarende titel - Teruggave geleende goederen uit hoofde verbruiklening - Zaken die door het eerste gebruik tenietgaan - Ruil - Levering onder bezwarende titel - Intracommunautaire verwerving - Intracommunautaire opgave - Niet-overbrenging*

## **VRAAG**

1\. Op grond van welke bepaling uit de Zesde BTW-Richtlijn worden een verbruiklening (een overeenkomst waarbij goederen door de ene partij kosteloos ter beschikking gesteld worden van de andere op voorwaarde dat deze laatste evenveel goederen van gelijke soort en hoedanigheid teruggeeft) en de teruggave van de geleende goederen uit hoofde van de verbruiklening als een levering onder bezwarende titel beschouwd ?

2\. Hoe heeft u het probleem opgelost dat ontstaat doordat in een andere Lid-Staat gevestigde bedrijven die een in België gevestigde BTW-plichtige goederen toesturen in het kader van een verbruiklening, deze verrichtingen in de kwartaalopgave van intracommunautaire uitwisselingen van goederen niet als leveringen aanmerken ?

## **ANTWOORD**

1\. De verbruiklening is een contract waarbij de ene partij een zekere hoeveelheid zaken die door het gebruik teniet gaan aan de andere partij afgeeft, onder verplichting voor deze om aan de eerstgenoemde evenzoveel van gelijke soort en hoedanigheid terug te geven (B.W., art. 1892).

Uit kracht van deze lening wordt de lener eigenaar van de geleende zaak (B.W., art. 1893).

In essentie heeft de verbruiklening betrekking op zaken die door het eerste gebruik tenietgaan.

Aangezien de verbruiklening derhalve twee wederzijdse overdrachten van goederen inhoudt, wordt zij voor de toepassing van de BTW aangemerkt als een ruil die slaat op twee leveringen die volgens de gewone regels aan de belasting zijn onderworpen.

Aangezien elke levering als tegenprestatie geldt van de andere, is het dus terecht dat [artikel 10, § 3, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-10) de afgifte van een goed als verbruiklening en de teruggaaf ingevolge een zodanige lening als een levering van goederen onder bezwarende titel aanmerkt.

Deze bepaling is derhalve in overeenstemming met de Zesde Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 waarin het principe van het belasten van de leveringen van goederen onder bezwarende titel door een belastingplichtige wordt bepaald (z. inzonderheid de art. 2 en 5 van deze Richtlijn).

Bovengenoemde analyse laat bovendien toe de contracten die economisch dezelfde uitwerking hebben aan dezelfde fiscale regeling te onderwerpen, bijvoorbeeld in het geval waarbij de partijen zogenaamde verbruikleningen verrichten die in feite wederzijdse leveringen betreffen die min of meer gelijktijdig maar op verschillende plaatsen plaatsvinden.

2\. Vermits de verbruiklening in België overeenkomstig [artikel 10, § 3, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-10) beschouwd wordt als een levering onder bezwarende titel, wordt de ontvangst van een goed in het kader van een verbruiklening op grond van [artikel 25bis, § 2, 3°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25bis), aangemerkt als een intracommunautaire verwerving. Bijgevolg is deze verwerving belastbaar in België indien de verbruiklening werd toegestaan door een belastingplichtige op wie de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen niet van toepassing is, indien de verwerving plaatsvindt in ons land en indien ze bovendien verricht wordt door een als zodanig handelende belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die ertoe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen.

In dezelfde gedachtengang, zal de handeling die bestaat in het toestaan van een verbruiklening in andere Lid-Staten eveneens aangemerkt worden als een levering van goederen. In dat geval zal het, wanneer die lening toegestaan wordt aan een Belgische belastingplichtige, voor degene die de goederen aan zijn medecontractant ter beschikking stelt om een vrijgestelde intracommunautaire levering gaan die, overeenkomstig artikel 22, 6e lid, b, van de Zesde Richtlijn, op zijn intracommunautaire opgave moet worden vermeld.

De zaken liggen evenwel anders indien de Lid-Staat van vertrek, op grond van een andere juridische grondslag die tot een andere interpretatie van de Zesde Richtlijn zou leiden, zou besluiten dat deze handeling niet dient beschouwd te worden als twee wederzijdse leveringen. Deze handeling dient alsdan in de Lid-Staat van vertrek, op grond van artikel 28bis, 5e lid, b, van de Zesde Richtlijn, beschouwd te worden als een overbrenging, een handeling gelijkgesteld met een intracommunautaire levering van goederen, hetgeen de verzender van de goederen eveneens zal verplichten deze handeling op te nemen in zijn intracommunautaire opgave van goederen.

De door het geacht Lid uiteengezette situatie zal zich evenwel slechts voordoen wanneer de Lid-Staat van vertrek deze handeling als een niet-overbrenging zou beschouwen. Inderdaad bestaat dan de mogelijkheid dat geen enkele vermelding op de intracommunautaire opgave zou voorkomen. Een dergelijke interpretatie is echter moeilijk verzoenbaar met de desbetreffende bepalingen van de Zesde Richtlijn.

Wat ook de uiteindelijke interpretatie van de Lid-Staat van vertrek moge zijn, de handeling zal in ieder geval in België aanleiding geven tot een belastbare intracommunautaire verwerving.

Tot slot wijs ik er het geacht Lid op dat, tot op heden, mijn administratie nog niet werd geconfronteerd met gevallen van geschillen voortvloeiend uit een verschillende interpretatie tussen de Lid-Staten van het begrip verbruiklening.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 10](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-10) 2 voorkomens

[WBTW art. 25bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25bis) 1 voorkomen
