Vr. en Antw., Kamer
Inbreng in vennootschap van een algemeenheid van goederen - Omslag van het passief
VRAAG
Op het inbrengen in een vennootschap is boven het registratierecht eveneens BTW verschuldigd voor wat betreft de bestanddelen waarop één van de BTW-tarieven van toepassing zijn.
Nochtans maakt men uitzondering voor de inbreng van alle goederen van één bedrijf of één zelfstandige bedrijfstak.
Welke is de juiste betekening van de woorden "alle goederen van één bedrijf of één zelfstandige bedrijfstak".
Moeten bij voorbeeld:
1° de tegoeden en schulden evenals de beschikbare aktiva - kas saldo, postrekening en banken - mede ingebracht worden;
2° indien onroerende goederen aangewend worden voor de exploitatie van één bedrijf of één bedrijfstak en indien deze niet worden ingebracht zijn de overige bestanddelen: materieel, stock koopwaren, tegoeden en schulden enz. nog te aanzien als "alle goederen van een bedrijf of bedrijfstak"?
Welke is de oplossing door uw ambt gegeven in dit licht, in verband met de evenredigheidsregel voor het toe te passen verkoopsrecht op onroerende goederen indien, bij voorbeeld, het ingebracht aktief bezwaard is met ingebrachte schulden?
Mag ik uw antwoord over deze vraag kennen?
ANTWOORD
Voor wat de betekenis betreft van de begrippen "algemeenheid van goederen" en "bedrijfsafdeling" zoals bedoeld in artikel 11 van het BTW-Wetboek, wordt verwezen naar het antwoord gegeven op de vraag nr. 69 van de heer Volksvertegenwoordiger Anciaux van 4 februari 1971.
Wat de omslag van het passief betreft moet het volgende onderscheid worden gemaakt.
Indien de BTW verschuldigd is op de verrichting dient er geen enkele omslag van passief te gebeuren, daar het voor de toepassing van deze belasting van geen belang is of de inbreng al dan niet gedeeltelijk anders dan door toekenning van maatschappelijke rechten wordt vergolden.
Deze omslag van passief is evenmin vereist voor de heffing van het registratierecht in geval van inbreng, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins van de universaliteit der goederen van een vennootschap, of in geval van inbreng van een bedrijfstak door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding in een der Lidstaten van de E.E.G. is gevestigd. In die gevallen wordt het recht van inbreng immers geheven op de netto-inbreng en is er geen registratierecht verschuldigd in de mate waarin er passief wordt ten laste genomen.
In de andere gevallen van inbreng wordt, voor de heffing van de registratierechten, de omslag van het passief uitdrukkelijk geregeld door artikel 120, 2e lid, van het Wetboek der registratierechten waarvan de tekst luidt als volgt:
"Zo een inbreng meteen onroerende goederen gelegen in België en goederen van een andere aard begrijpt, worden, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben."
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.