---
title: "Parlementaire vraag 763 · BTW-vrijstellingen voor erkende instellingen jongeren"
description: "BTW-vrijstellingen voor erkende instellingen jongeren, erkende instelling jongeren. Parlementaire vraag nr. 763 van 18 juli 2001 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/763-btw-vrijstellingen-erkende-instellingen-jongeren-e501"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/763-exemptions-tva-institutions-reconnues-ayant-b6f1"
---

# BTW-vrijstellingen voor erkende instellingen jongeren

**Nummer**

763

**Datum**

18 juli 2001

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

11 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 102, blz. 11923-1924**

*BTW-vrijstellingen voor erkende instellingen jongeren*

## **VRAAG**

[Artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) bepaalt dat er in een vrijstelling is voorzien voor instellingen erkend door de bevoegde overheid, die ingevolge hun statuten in hoofdzaak tot doel hebben het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding.

Hiermee bedoelde de administratie (in het verleden) onder meer de jeugdhuizen die door de minister van Cultuur erkend waren (en dus ook gesubsidieerd waren). Dit kan gemakkelijk door de BTWadministratie nagegaan worden omdat het ministerie van Cultuur (onder welke benaming in het verleden dan ook) aan de vereniging een erkenningsbrief stuurde en de vereniging ook boekhoudkundig kon aantonen dat zij subsidies ontving.

Sinds geruime tijd betaalt het gemeenschapsministerie waaronder Cultuur ressorteert geen subsidies rechtstreeks meer uit aan deze verenigingen maar stort zij dit geld door aan de gemeentebesturen die het op hun beurt doorstorten aan de betrokken jeugdhuizen.

Met de term "erkend door de bevoegde overheid" heeft de BTW-administratie in het verleden ook altijd bedoeld "een erkenning en subsidiëring door de federale overheid of door de gewesten en gemeenschappen ". Provinciale subsidies en gemeentelijke subsidies werden door de controlediensten nooit aanvaard als vorm van erkenning.

Blijven de jeugdhuizen door deze werkwijze (zij kunnen geen subsidiëring meer aantonen via hun bankrekening door de gewesten en de gemeenschappen) vrij van BTW en hoe kunnen zij ten overstaan van de fiscale administratie hun erkenning bewijzen?

## **ANTWOORD**

[Artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) stelt van de belasting vrij de diensten en de daarmee nauw samenhangende leveringen van goederen in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid verstrekt door instellingen erkend door de bevoegde overheid, die, ingevolge hun statuten, in hoofdzaak tot doel hebben het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding.

De subsidiëring van jeugdwerken is, wat de Vlaamse Gemeenschap betreft, ingevolge het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 9 juni 1993, overgeheveld naar de gemeenten en naar de Vlaamse Gemeenschapscommissie ten aanzien van het jeugdwerk dat valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest. Deze wijziging heeft tot gevolg dat de opname van de door het geachte lid bedoelde jeugdhuizen in het "jeugdwerkbeleidsplan" van de bevoegde gemeente of de Vlaamse Gemeenschapscommissie, opgemaakt overeenkomstig voormeld decreet, de latere wijzigingen en de ter uitvoering daarvan genomen maatregelen thans geldt als erkenning in de zin van artikel 44, § 2, 2°, van voornoemd wetboek.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 2 voorkomens
