---
title: "Parlementaire vraag 763 · Belastingplicht van gemeenten"
description: "Belastingplicht van gemeenten. Parlementaire vraag nr. 763 van 2 mei 2005 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/763-belastingplicht-gemeenten-devlies-gemeente-015d"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/763-assujettissement-communes-devlies-commune-c2c2"
---

# Belastingplicht van gemeenten

**Nummer**

763

**Datum**

2 mei 2005

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

13 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 082, blz. 14006-14008**

*Belastingplicht van gemeenten*

## **VRAAG**

In antwoord op de mondelinge vraag nr. 5718 van de heer Chabot kondigde u op 2 maart 2005 een wetsontwerp aan dat de BTW-plicht van de gemeenten zal uitbreiden ten einde [artikel 6 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) in overeenstemming te brengen met [artikel 4, § 5, van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4) ( *Integraal Verslag*, Kamer, 2004-2005, commissie Financiën, 2 maart 2005, COM518, blz. 29). In antwoord op een prejudiciële vraag oordeelde het Arbitragehof op 26 maart 2005 in het arrest nr. 57/2005 dat [artikel 6, derde lid, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) evenmin grondwetsconform is. De delegatie die de wetgever aan de Koning verleent waardoor hij de handelingen kan bepalen waarvoor de gemeenten als belastingplichtigen moeten worden aangemerkt, gaat te ver. Hierdoor wordt een essentieel bestanddeel van de belasting niet "door" de wet, maar "krachtens" de wet geregeld, wat een schending inhoudt van het legaliteitsbeginsel.

1\. Gelet op de termijn van zes maanden vanaf de bekendmaking van het prejudicieel arrest in het *Belgisch Staatsblad* voor het instellen van een vernietigingberoep voor het Arbitragehof door ieder belanghebbende gemeente, zal het door u aangekondigde wetsontwerp voor het verstrijken van die termijn door het Parlement kunnen worden gestemd?

2\. Bent u het met mij eens dat [artikel 4, § 5, derde lid, van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4) voldoende precies en onvoorwaardelijk geformuleerd is opdat deze bepaling directe werking uitgaat? Met andere woorden kunnen de gemeenten nu reeds volstrekt legitiem de BTW aanrekenen en de BTW op de inkomende handelingen in aftrek brengen met betrekking tot deze werkzaamheden.

3\. Zo ja, bent u het eens dat de directe uitwerking van deze bepaling enkel kan ingeroepen worden "door" de belastingplichtige gemeenten en niet "tegen" de belastingplichtige gemeenten? Met andere woorden hebben zij de keuzevrijheid tot de publicatie in het *Belgisch Staatsblad* van het verwachte wetsontwerp om al dan niet deze werkzaamheden aan de BTW te onderwerpen.

## **ANTWOORD**

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 06.06.2005)

In zijn arrest nr. 57/2005 van 16 maart 2005 zegt het Arbitragehof inderdaad voor recht dat [artikel 6, derde lid van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) de artikelen 170, § 1, 10 en 11 van de Grondwet schendt, overwegende onder meer dat de door bedoeld artikel 6, derde lid aan de Koning verleende bevoegdheid "een niet te verantwoorden verschil in behandeling in twee categorieën van belastingplichtigen inhoudt: degenen die de waarborg genieten dat niemand kan worden onderworpen aan een belasting indien daartoe niet is beslist door een democratisch verkozen beraadslagende vergadering en degenen aan wie die grondwettelijke waarborg wordt ontzegd".

De door het Arbitragehof tegen het derde lid opgeworpen ongrondwettelijkheid geldt, in principe, ook voor het tweede lid, waarvan de ongrondwettelijkheid op basis van dezelfde principes niet door het Arbitragehof werd onderzocht.

Ik herinner eraan dat [artikel 4, lid 5, tweede alinea, van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4), waarvan het tweede lid van [artikel 6 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) de omzetting is, de lidstaten verplicht de publiekrechtelijke lichamen als belastingplichtige aan te merken voor de door hen als overheid verrichte werkzaamheden, wanneer deze werkzaamheden ook in concurrentie met die lichamen door particulieren kunnen worden verricht, en dit voor zover hun niet-belastingplicht kan leiden tot concurrentievervalsing van enige betekenis. Zulks was nu het bijzondere geval dat aan het Arbitragehof ter kennis werd gebracht.

Het nieuwe artikel 6 van het hangende voorontwerp van wet heeft precies tot doel zich voortaan te schikken naar zowel de communautaire voorschriften als naar de grondwettelijke regels benadrukt door dit arrest van het Arbitragehof. Het koninklijk besluit nr. 26 zal zonder meer worden opgeheven aangezien de bepalingen ervan in de wet zelf zullen worden opgenomen.

Het advies van de Inspecteur van Financiën en het akkoord van mijn collega van Begroting werden reeds aangevraagd. Na ontvangst ervan zal dit voorontwerp onverwijld aan de Ministerraad en het advies van de Raad van State worden voorgelegd alvorens in het Parlement in te dienen. In deze omstandigheid zie ik het belang niet in om binnen de zes maanden aan het Arbitragehof de vernietiging te vragen van [artikel 6 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6).

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 5 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 4](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4) 3 voorkomens

## Administratieve doctrine

1

[Parlementaire vragen 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/763-belastingplicht-gemeenten-devlies-gemeente-015d/documenten?type=parlementaire-vragen)

« … vrij toegankelijk is. In het arrest nr. 56/2005 heeft het Arbitragehof artikel 6, derde lid, BTW-Wetboek ongrondwettig bevonden. De door het Arbitragehof tegen het derde lid opgeworpen ongrondwettelijkheid geldt, in principe, ook voor het tweede lid ( vraag nr. 763 van 2 mei 2005 , Vragen en Antwoorden , Kamer, 2004-2005, nr. 82, blz. 14006). Gelet op de slepende voorbereiding van de aangekondigde wetswijziging rijzen volgende vragen. 1. a) Bent u het met mij eens dat artikel 4, § 5, derde lid van de zesde BTW-richtlijn voldoende … »

[Belastingplicht gemeente. Zesde BTW-richtlijn. Legaliteitsbeginsel. Keuzevrijheid regularisatie](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1295-belastingplicht-gemeente-zesde-btw-richtlijn-8d39) Parlementaire vraag 15.05.2006

[Bekijk het document](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/763-belastingplicht-gemeenten-devlies-gemeente-015d/documenten)
