---
title: "Parlementaire vraag 760 · EG. Ingebrekestelling"
description: "EG. Ingebrekestelling. Parlementaire vraag nr. 760 van 21 oktober 1993 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/760-eg-ingebrekestelling-clippele-a105"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/760-mise-demeure-representant-clippele-5458"
---

# EG. Ingebrekestelling · BTW. EG. Ingebrekestelling

**Nummer**

760

**Datum**

21 oktober 1993

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

29 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 87, blz. 8363-8366**

*BTW - EG - Ingebrekestelling*

## **VRAAG**

In welke concrete gevallen heeft België sinds 1 januari 1978 zijn wetgeving en/of administratieve praktijk inzake de BTW gewijzigd ingevolge een ingebrekestelling door de Commissie van de Europese Gemeenschappen ?

## **ANTWOORD**

1\. Op 20 maart 1981 heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen de Belgische regering bij brief laten weten dat ze de procedure bepaald in artikel 169 van het EEG-verdrag inzet aangezien de door België - overeenkomstig artikel 35 (oud) van het BTW-wetboek - gehanteerde minimummaatstaf van heffing voor de verkoop of invoer van nieuwe wagens en zogenaamde directiewagens volgens haar strijdig is met de bepalingen van artikel 11, A, lid 1, a) en [artikel 11, B, lid 1, a) van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-11) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag (77/388/EEG).

Na het arrest van 10 april 1984, waarbij de Belgische Staat in het ongelijk werd gesteld door het Europese hof van justitie, heeft België de BTW-wetgeving in overeenstemming gebracht met de Europese wetgeving.

2\. Op 15 maart 1985 heeft de EG-Commissie het koninkrijk België, overeenkomstig de procedure waarin is voorzien door artikel 169 van het EEG-verdrag, in gebreke gesteld inzake de toepassing van artikel 13, A, 1, 1), van de zesde BTW-richtlijn.

Ingevolge die ingebrekestelling heeft de Belgische BTW-administratie de interpretatie die ze gaf aan de term "syndicaal" in [artikel 44, § 2, 11°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), evenals de optiemogelijkheid waarover de betrokken instellingen beschikken op grond van [artikel 103](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-103) van dat wetboek, gewijzigd met ingang van 1 januari 1987. Hiertoe heeft de administratie de aanschrijving nr. 12 van 29 december 1986 gepubliceerd.

3\. Een volgende procedure op grond van artikel 169 van het EEG- verdrag werd door de Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen het koninkrijk België ingeleid bij een schrijven van 23 februari 1983. België paste vanaf 1 maart 1982 een bijzondere regeling toe - BTW op het verschil tussen verkoop- en aankoopprijs - voor de verkopen, door belastingplichtige wederverkopers van tweedehandse goederen, van oorspronkelijke kunstwerken, antiquiteiten, verzamelobjecten, postzegels en oude munten. De Commissie oordeelde dat hierdoor afbreuk werd gedaan aan het "stand-still"-beginsel zoals bepaald in artikel 32 van de zesde BTW-richtlijn.

Tengevolge van die ingebrekestelling werd [artikel 58, § 4, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58) gewijzigd, met ingang van 1 januari 1984.

4\. Bij een brief van 27 november 1984 werd België door de Commissie in gebreke gesteld omdat de wet van 31 juli 1984 tot wijziging van het Wetboek van de met zegel gelijkgestelde taksen en het koninklijk besluit van 20 december 1984 genomen ter uitvoering van die wet - meer bepaald het invoeren van een inschrijvingstaks voor nieuwe personenwagens en wagens voor dubbel gebruik - in feite een herinvoering betekende van de oude BTW-reglementering waarvoor België al op 10 april 1984 door het Europese hof van justitie was veroordeeld (zie punt 1 hierboven). België had derhalve niet voldaan aan zijn verplichtingen opgelegd door artikel 171 van het EEG-verdrag en die wetgeving was daarenboven strijdig met [artikel 33 van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-33).

Het arrest van 4 februari 1988 veroordeelde België voor die praktijk en het feitelijk niet uitvoeren van het arrest van 10 april 1984.

Tengevolge hiervan werd de inschrijvingstaks voor nieuwe wagens (titel 1, [artikel 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-5), van het Wetboek der met zegel gelijkgestelde taksen) onmiddellijk afgeschaft en de ten onrechte gevorderde taks werd op aanvraag van de betrokkenen teruggegeven.

5\. In een schrijven van 27 maart 1985 aan de Belgische regering heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen er op gewezen dat de verplichte overlegging van een formulier - document nr. 398 - tot het bekomen van belastingontheffing in het internationaal reizigersverkeer strijdig is met de bepalingen van richtlijn 69/169/EEG van de Raad van 28 mei 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer.

De Belgische administratie heeft hierop het gebruik van dat document nr. 398 facultatief gemaakt.

6\. Op 14 december 1989 werd België andermaal in gebreke gesteld. België zou volgens de Commissie van de Europese Gemeenschappen artikelen 12, d) en e) en 19 van het "Protocol over de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen" schenden door BTW te heffen op een voertuig van een EG-ambtenaar met Belgische nationaliteit en geaffecteerd in Luxemburg en door te weigeren die persoon aan te merken als een inwoner van het Groothertogdom Luxemburg.

Om hieraan een eind te maken aanvaardde de Belgische BTW- administratie dat een EG-ambtenaar met Belgische nationaliteit en geaffecteerd in het Groothertogdom Luxemburg op basis van artikel 20 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese instellingen zijn vaste verblijfplaats heeft in laatstgenoemde lidstaat.

7\. Bij brief van 27 maart 1990 heeft de Commissie België in gebreke gesteld met betrekking tot de verplichtingen die zijn opgelegd door artikel 95 van het EEG-verdrag en [artikel 14 van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-14), aangezien België een regeling had opgesteld - en handhaafde - waarbij de vrijstelling bij invoer niet van toepassing is op alle invoeren van gratis handelsmonsters met geringe waarde. België heeft op 15 april 1991 met de instructie "definitieve vrijstellingensupplement 6" (DI 510.0) van de Administratie der douane en accijnzen - sector douane (wetgeving) de nodige maatregelen genomen om tegemoet te komen aan de verzuchtingen van de Commissie zoals die werden geformuleerd in het met redenen omkleed advies van 7 maart 1991.

8\. Op 6 augustus 1992 stelde de Europese Commissie België opnieuw in gebreke omdat artikel 45, § 2, in samenspel met artikel 18, § 1, 4°, (oud) van het BTW-wetboek kan leiden tot dubbele belastingheffing. De Belgische regeling inzake de heffing van belasting op het privé-gebruik van auto's van ondernemingen is derhalve in strijd met artikel 6, lid 2, a) en artikel 11, punt A, 1, c) van de zesde BTW-richtlijn van 17 mei 1977.

Om dubbele belastingheffing vanaf 1 januari 1993 te vermijden heeft België de modaliteiten voor het belasten van het privé-gebruik van een bedrijfsvoertuig gewijzigd. Derhalve bedraagt de maatstaf voor het bepalen van de BTW-heffing voor de terbeschikkingstelling door de werkgever van een voertuig voor privé-gebruik nog slechts een percentage dat gelijk is aan dat van de in hoofde van de werkgever aftrekbare BTW voor de aankoop van en de onkosten met betrekking tot dat voertuig.

9\. Bij een schrijven van 22 december 1992 stelde de Commissie België in gebreke aangezien de toepassing van een minimummaatstaf van heffing bij de lichting van de aankoopoptie op het einde van een leasingovereenkomst strijdig is met artikel 11 van de zesde BTW- richtlijn.

De Belgische BTW-administratie besliste hoe dan ook de toepassing van de minimummaatstaf van heffing bij het lichten van de aankoopoptie in een leasingovereenkomst door de leasingnemer de facto niet langer toe te passen, welke hoedanigheid die laatste ook heeft.

10\. Daarna was er een ingebrekestelling van België door de Commissie van de Europese Gemeenschappen op 8 februari 1993. Het betrof hier de vrijstelling die België hanteerde met betrekking tot de diensten die worden gebruikt voor het vervoer van goederen dat rechtstreeks verband houdt met de uitvoer of voor het vervoer van goederen die vallen onder een regeling zoals bepaald bij de artikelen 39, § 2 en 40, § 1, 1° en 3°, (oud) BTW-wetboek. Het betreft meer bepaald de vrijstelling met betrekking tot de verhuur van middelen tot vervoer, verpakking en beveiliging van goederen (artikel 41, § 1, 5°, c), die strijdig wordt geacht met de bepalingen van [artikel 15, punten 5, 6 en 13 van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-15).

De wet van 28 december 1992 heeft [artikel 41, § 1, van het BTW- wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-41) gewijzigd en in § 1, 5°, de bepaling onder c) geschrapt zodat de bewoordingen ervan nu overeenstemmen met de bepalingen van [artikel 15 van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-15).

11\. Verder volgde er een ingebrekestelling op 17 februari 1993. Het betrof hier de vrijstelling voor het verstrekken van onderwijs zoals bepaald in [artikel 44, § 2, 4°, BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) en aanschrijving nr. 19 van 15 juni 1978, die volgens de Commissie van de Europese Gemeenschappen in België te uitgebreid is en derhalve strijdig is met de bepalingen van artikel 2 en [artikel 13, A, lid 1, i), van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13).

In afwachting van een definitieve regeling in een administratieve aanschrijving, werd beslist dat de vrijstelling van [artikel 44, § 2, 4°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) niet langer van toepassing is ten aanzien van cursussen, beroepsopleiding en -herscholing, follow-ups, seminaries en dergelijke, verstrekt hetzij door ondernemingen die een handelsactiviteit uitoefenen, hetzij door gespecialiseerde ondernemingen die met commerciële doeleinden dergelijk onderwijs geregeld verstrekken.

12\. Ten slotte volgde er op 13 augustus 1993 een ingebrekestelling omdat punt 49 van de aanschrijving nr. 26 van 31 augustus 1978 - meer bepaald het niet belasten met BTW van verkopen van handelsgoederen van gefailleerde belastingplichtigen tijdens een openbare veiling - strijdig is met de bepalingen van [artikel 2 van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-2) en nadelig is voor de berekening van de eigen middelen uit BTW van de Europese Gemeenschap.

De Commissie werd meegedeeld dat door de BTW-administratie zo snel mogelijk het nodige zal worden gedaan om punt 49 van voornoemde aanschrijving aan te passen aan de beginselen van de zesde BTW-richtlijn.

## Aangehaalde teksten

15

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 3 voorkomens

EEG-Verdrag art. 169 2 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 15](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-15) 2 voorkomens

[WBTW art. 103](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-103) 1 voorkomen

[WBTW art. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-41) 1 voorkomen

[WBTW art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-5) 1 voorkomen

[WBTW art. 58](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58) 1 voorkomen

EEG-Verdrag art. 171 1 voorkomen

EEG-Verdrag art. 95 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 11](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-11) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 13](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 14](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-14) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 2](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-2) 1 voorkomen

Zesde richtlijn 77/388 art. 32 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 33](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-33) 1 voorkomen
