---
title: "Parlementaire vraag 76 · Huur van een voertuig"
description: "Huur van een voertuig, verhuur van een voertuig. Parlementaire vraag nr. 76 van 6 september 1974 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/76-huur-voertuig-cools-verhuur-9cfc"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/76-location-voiture-cools-9ee5"
---

# Huur van een voertuig

**Nummer**

76

**Datum**

6 september 1974

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

16 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Huur van een voertuig*

## **VRAAG**

De Administratie van de BTW stemt er mee in dat een buitenlander in het buitenland gehuisvest of een Belg in het buitenland gehuisvest slechts één tiende van de 18% BTW betaalt, ingeval van huur van een voertuig wanneer dit buiten het grondgebied aangewend wordt, gedurende minstens zes dagen.

Het zou volstaan in dit geval dat bij het verlaten of binnenkomen van het grondgebied een formulier wordt geviseerd.

De Belgen in België gehuisvest moeten in dezelfde voorwaarden de 18% wel betalen.

Naar verluidt zouden bepaalde controleurs van de BTW zich steunende op het koninklijk besluit van 6 februari 1970 deze voordelige regeling wel aanvaarden voor landgenoten in België gevestigd.

Indien dit juist is dan kan dit slechts verwarring en onrechtvaardigheid met zich brengen gelet op het feit dat de beslissing aan het initiatief van een bepaalde controleur overgelaten wordt.

Kan er dan ook niet overwogen worden deze maatregel te veralgemenen en de Belgen in België gehuisvest niet te benadelen ten overstaan van de buitenlanders, maar integendeel eveneens van deze maatregel laten genieten?

## **ANTWOORD**

Ingevolge de artikelen [18, § 1, 4°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), van het BTW-Wetboek, en 1, 4°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 6 februari 1970, is de verhuur van een personenauto aan de BTW onderworpen in de mate waarin deze auto hier te lande wordt gebruikt, zonder onderscheid overigens of de huurder in België dan wel in het buitenland is gevestigd.

Het bewijs van het gebruik van de auto in het buitenland en van de duur ervan moet door de contractanten worden geleverd. Bij gemis van dit bewijs, wordt de auto geacht uitsluitend hier te lande te zijn gebruikt zodra één van de contractanten hier is gevestigd (BTW-Wetboek, art. 21, § 1, derde lid).

Aangezien, enerzijds, dit bewijs vaak moeilijk te leveren is wanneer het gaat om de verhuur aan een buitenlander van een personenauto zonder chauffeur, en, anderzijds, de buitenlanders die hier te lande een personenauto zonder chauffeur huren doorgaans toeristen of zakenlui zijn die verscheidene Europese landen willen bezoeken, heeft de administratie, bij wijze van proef, in een aanschrijving van 3 maart 1972, nr. 30, aangenomen dat het gebruik van de auto geacht wordt hier te lande voor 10% plaats te hebben tenzij bewezen wordt dat dit percentage zelfs nog niet bereikt is.

De toepassing van deze aanschrijving is afhankelijk van verscheidene voorwaarden, zoals onder meer het bestaan van een huurcontract voor een duur van ten minste zes dagen en het voorleggen door de verhuurder aan de controlediensten van de BTW van een aan het douanekantoor van uitgaan afgestempelde verklaring, blijkens welke de auto het Rijk heeft verlaten.

Zoals hierboven wordt vermeld, geldt die aanschrijving slechts voor personen die werkelijk in het buitenland wonen.

Wanneer beide contractanten in België zijn gevestigd, doen zich in de regel geen moeilijkheden voor om, ter voldoening van de administratie, aan te tonen in welke mate de auto in België werd gebruikt. De administratie is overigens niet op de hoogte van gevallen waarin die aanschrijving toegepast zou worden wanneer de huurder in België woont. Maar zij zal een onderzoek instellen wanneer het geacht Lid haar concrete gevallen van die aard ter kennis zou brengen.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen
