Vennootschapsbelasting, invordering, belastingontduiking, bestrijding van de belastingontduiking, fiscale controle · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

756 5 november 2009

Zoeken

Vennootschapsbelasting, invordering, belastingontduiking, bestrijding van de belastingontduiking, fiscale controlevennootschapsbelasting – invordering - belasting over de toegevoegde waarde – belastingontduiking - bestrijding van de belastingontduiking - fiscale controle – controlecentrum - opdracht van de controlecentra

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/756-vennootschapsbelasting-invordering-belastingontduiking-bestrijding-fiscale-b75a

Nummer
756
Datum
5 november 2009

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vennootschapsbelasting

Invordering

Belasting over de toegevoegde waarde

Belastingontduiking

Bestrijding van de belastingontduiking

Fiscale controle

Controlecentrum

Opdracht van de controlecentra

VRAAG

Volgens een recent rapport van Deloitte zijn niet alle ondernemingen gelijk voor de wet. Uit het onderzoek blijkt dat de kans op een grondige belastingcontrole sterk afhangt van de plaats waar het bedrijf gevestigd is. De studie brengt ook aan het licht dat de fiscus er in bepaalde regio's sneller in slaagt fiscale schulden in te vorderen dan in andere, en ook bij de btw-controles zijn er grote regionale verschillen. Ik ben enigszins verrast door de conclusies van dit verslag.

1. Op welke basis werd dit onderzoek uitgevoerd?

2. Hoe verklaart u de bevindingen in dit rapport?

ANTWOORD

(van de heer Reynders, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen

De studie waarover het gaat werd uitgevoerd in opdracht van de heer Carl Devlies, Staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding. De studie handelt over de gelijke behandeling van rechthebbenden, werkgevers en belastingplichtigen door de fiscale en sociale inspectiediensten. De onderzoeksresultaten die op fiscaal vlak beschikbaar zijn, zijn deze met betrekking tot de pilootfase van de studie en begrijpen de belastingplichtige rechtspersonen onderworpen aan de vennootschapsbelasting en de btw. Deze resultaten zijn gebleken uit de analyse van diverse indicatoren die inzake controle, werden afgetoetst op het vlak van de werklasten en de beschikbare human resources, de controlekans, de centrale versus de lokale selectie, de kwaliteitsvolle uitvoering van controles, de effectiviteit van controles en het repressief beleid. Het in de operationele diensten beschikbaar personeelseffectief heeft een directe invloed op de kans die een vennootschap heeft om een fiscale controle te ondergaan. Dit zal nog meer worden geaccentueerd indien geen personeelspolitiek zou worden gevoerd die rekening houdt met de functionele personeelsbehoeften en met de leeftijdspiramide. De beschikbare informaticamiddelen laten het toe minder ambtenaren in te zetten voor het uitvoeren van beheerstaken. Deze ambtenaren kunnen echter niet zomaar worden ingezet voor het uitvoeren van controletaken. Het betreft immers personeel dat voor het merendeel geen enkele controle-ervaring heeft. Risicobeheer is in voortdurende ontwikkeling. Bij dergelijke aanpak wordt de controlekans voor een onderneming gemeten in termen van fiscaal risico dat ze vertegenwoordigt. Zoals aanbevolen door de studie dient ernaar te worden gestreefd om de human resources soepeler te kunnen inzetten waar nodig en een betere centrale selectie te bereiken. Hoe dan ook blijft het behoud van een voldoende controlecapaciteit in alle diensten onontbeerlijk opdat de fiscale controles op gelijke wijze zouden kunnen verlopen. Wat de vlugge opstart van de invordering betreft, wordt uw aandacht erop gevestigd dat de grafiek over de invordering van de vennootschapsbelasting niet weergeeft in welke mate de betaling van de schuld werd verkregen maar of het invorderingsproces al dan niet tijdig werd opgestart rekening houdende met de vooropgestelde doelstelling (opstart van het invorderingsproces binnen de 3 maanden na het verstrijken van de betaaltermijn vermeld op het aanslagbiljet). De figuur toont aldus gemeten de vlugge opstart van het invorderingsproces per ontvangkantoor voor de vennootschapsbelasting uitvoerbaar verklaard tussen 1 februari 2008 en 31 januari 2009. Vastgesteld wordt dat er een gelijkmatige verdeling is over de verschillende ontvangkantoren. (gemiddelde = 95,5; standaarddeviatie = 3.4). Enkel de ontvangkantoren 'Charleroi5' en 'Brussel6' tonen een lagere score. Een éénduidige verklaring die deze discrepantie verklaart kan in de huidige stand van het onderzoek moeilijk gegeven worden. Verder onderzoek is hiervoor nodig. Verschillende factoren kunnen er immers voor zorgen dat voor een bepaalde periode minder snel invorderingsacties worden opgezet en/of de relevante informatie niet beschikbaar is in de databestanden."