Ministerieel besluit van 4 december 2013 · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

752 31 januari 2014

Zoeken

Ministerieel besluit van 4 december 2013Btw. Ministerieel besluit van 4 december 2013

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/752-ministerieel-december-carl-devlies-aftrek-78b2

Nummer
752
Datum
31 januari 2014

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/151 d.d. 10.03.2014, blz. 196

Btw. - Ministerieel besluit van 4 december 2013.

VRAAG

Op 9 december 2013 werd in het Belgisch Staatsblad het ministerieel besluit van 4 december 2013 tot wijziging van het ministerieel besluit nr .1 van 2 september 1980 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, gepubliceerd. Voortaan moeten ondernemingen in de herzieningstabel, in het kader van de btw-administratie, investeringsgoederen opnemen die een waarde hebben van minstens 1.000 euro.

Sinds 2007 worden ook diensten soms aangemerkt als bedrijfsmiddelen. Het gaat om de "diensten die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan bedrijfsmiddelen worden toegeschreven" (artikel 48, § 2, WBTW).

Is de voormelde wijziging aan het ministerieel besluit ook van toepassing op diensten zoals bepaald in artikel 48, § 2, WBTW?

ANTWOORD

(van de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)

Onder bedrijfsmiddelen moet worden verstaan, de lichamelijke goederen, de zakelijke rechten bedoeld in artikel 9, 2e lid, 2°, van het Btw-Wetboek en de diensten die bestemd zijn om op een duurzame wijze te worden gebruikt als werkinstrumenten of exploitatiemiddelen.

De administratie merkt overigens slechts de diensten die het voorwerp uitmaken van afschrijvingen gedurende een periode van minstens vijf jaar als bedrijfsmiddelen aan (zie circulaire nr. AFZ 3/2007, punt 53).

Bij toepassing van artikel 6, 2e lid, van het koninklijk besluit nr. 3 met betrekking tot de aftrekregeling worden sommige goederen evenwel niet aangemerkt als bedrijfsmiddelen. Het betreft inzonderheid de verpakkingsmiddelen alsook het klein materieel, klein gereedschap en kantoorbehoeften, wanneer die goederen voldoen aan de bij het ministerieel besluit nr. 1 gestelde criteria.

Klein materieel, klein gereedschap en kantoorbehoeften worden aldus niet aangemerkt als bedrijfsmiddelen, wanneer de prijs of, bij ontstentenis van een prijs, de normale waarde per in de handel gebruikelijke eenheid, lager is dan een bepaald plafond. Dit bedroeg tot voor kort 250 euro. Het werd bij ministerieel besluit van 4 december 2013 verhoogd naar 1.000 euro.

Voor diensten is er echter geen vergelijkbare uitzondering voorhanden. Hieruit volgt dat de diensten met vergelijkbare kenmerken als deze die doorgaans aan bedrijfsmiddelen worden toegeschreven, ongeacht hun waarde, steeds als bedrijfsmiddelen worden aangemerkt.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 482 voorkomens