Parlementaire vraag nr. 751 van mevrouw Sophie Thémont d.d. 15.12.2025
Kamer, Schriftelijke vragen en antwoorden, 2025-2026, QRVA 56 COM 040 d.d. 30.01.2026 blz. 85
Vraag nr. 751 van Mevrouw de volksvertegenwoordiger Sophie Thémont van 15 december 2025 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen:
Verhoging van de btw op bioscooptickets
VRAAG
De Federatie van Cinema's van België heeft aangekondigd dat zij van plan is om beroep aan te tekenen tegen de federale beslissing om de btw op vrijetijdsactiviteiten te verhogen van 6 % naar 12 %. Ook de commerciële bio scoopzalen vallen onder die regeling. De gesubsidieerde zalen of zalen van verenigingen zouden onderworpen blij ven aan het tarief van 6 %. Volgens de federatie zou dit onderscheid leiden tot discriminatie tussen de exploitanten, die nochtans dezelfde culturele dienst aanbieden. Zij wijst er ook op dat de bioscopen in de rest van Europa, ongeacht hun status, tot de culturele sector behoren, waarvoor er een verlaagd tarief geldt.
De federatie beweert dat dit onderscheid het gevolg zou zijn van een nieuwe fiscale classificatie met betrekking tot het begrip 'evenement', waardoor zalen die niet tot een vereniging behoren voortaan buiten het culturele domein zou den vallen zoals dat gebruikelijk afgebakend wordt.
1. Kunt u de exacte fiscale en juridische grondslagen ver duidelijken die de toepassing van een verschillend btw tarief voor commerciële bioscopen en verenigings-/gesubsidieerde bioscopen rechtvaardigen, terwijl zij dezelfde culturele dienst aanbieden?
2. Werd er een impactanalyse uitgevoerd met betrekking tot de gevolgen van deze btw-verhoging voor de bezoekersaantallen, de rendabiliteit en het voortbestaan van commerciële bioscopen, in het bijzonder voor kleine en middelgrote onafhankelijke bioscopen?
3. Heeft de FOD Financiën geëvalueerd of dit onder scheid verenigbaar is met de beginselen van btw-neutraliteit en gelijkheid inzake belastingen, zoals vastgesteld in het Europese en het Belgische recht?
4. Ingeval er sprake zou zijn van een bewezen risico, overweegt de regering dan een herziening van de maatregel of een harmonisatie van het btw-tarief voor bioscopen teneinde fiscale discriminatie te voorkomen en de toegang tot cultuur voor de hele bevolking te vrijwaren?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen van 23 januari 2026, op de vraag nr. 751 van Mevrouw de volksvertegenwoordiger Sophie 15 december 2025 (Fr.): Thémont van 15 december 2025.
Het meerjarig begrotingsakkoord van de regering voor ziet met betrekking tot belasting over de toegevoegde waarde verschillende maatregelen die op 1 maart 2026 in werking zullen treden.
Dat akkoord voorziet inderdaad onder meer in de verhoging van het btw-tarief van 6 % naar 12 % voor bepaalde diensten met betrekking tot de toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak en tot de toekenning van het recht om daarvan gebruik te maken.
Deze tariefmaatregelen inzake btw zullen het voorwerp uitmaken van een koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven. Dit besluit zal nadien door de wetgever worden bekrachtigd overeenkomstig artikel 37 van het Btw Wetboek.
Meer concreet zullen de toegangstickets voor bioscopen inderdaad onderworpen worden aan het verlaagde btw tarief van 12 %, ongeacht de hoedanigheid van exploitant die het recht op toegang tot de bioscoopzalen toekent. De toepassing van dat tarief van 12 % heeft evenwel uiteraard enkel betrekking op die handelingen die niet vrijgesteld zijn, zoals dat momenteel het geval is voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6 %.
Artikel 44, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek voorziet name lijk in een btw-vrijstelling voor de organisatie van film voorstellingen, evenals voor de leveringen van goederen die nauw samenhangen met deze diensten, wanneer zij worden verricht door instellingen erkend door de bevoegde overheid mits de inkomsten die zij verkrijgen uit hun werkzaamheid uitsluitend gebruikt worden tot dekking van de kosten ervan.
Die btw-vrijstelling en de voorwaarden voor de toepassing ervan vloeien voort uit de artikelen 132, lid 1, n), en 133, eerste alinea, a), van de btw-richtlijn. De huidige tariefhervorming wijzigt op geen enkele wijze het toepassingsgebied van die btw-vrijstelling. Enkel het toepasselijke tarief voor de niet-vrijgestelde diensten wordt gewijzigd.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.