Vlaamse Gewest. Havens · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

740 6 oktober 1993

Zoeken

Vlaamse Gewest. HavensBTW. Vlaamse Gewest. Havens.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/740-vlaamse-gewest-havens-bremaeker-vlaams-7038

Nummer
740
Datum
6 oktober 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 85, blz. 8101-8103

BTW. - Vlaamse Gewest. - Havens.

VRAAG

De Vlaamse Gemeenschap heeft bij het opstellen van de begroting voor 1993 beslist om de investeringen in de havens uitgevoerd in opdracht en onder toezicht van het gewest vanaf 1 januari 1993 over te dragen aan de plaatselijke havenbesturen.

Het gewest zou niet langer rechtstreeks investeren in de havens en niet langer bouwheer zijn van de werken. De investeringen worden nu gedragen door de havenbesturen die als BTW-plichtingen, de BTW op de investeringen recupereren. De havenbesturen zouden de nodige kredieten voor de uitvoering van het gewest ontvangen via subsidies. De beslissing geldt niet alleen voor nieuwe investeringen maar ook voor de lopende aannemingen.

De maatregel zou enkel ingegeven zijn om de belasting op de toegevoegde op de toegevoegde waarde op de investeringen te recupereren, en zo het havenbudget van het gewest met ongeveer 20% te verminderen. In feite doet de overheid daarmee aan financiële spitstechnologie. Op die wijze wordt het financieringsmechanisme (onder meer gesteund op BTW-overdrachten) van de bijzondere wet van 16 januari 1989, echter op losse schroeven gezet.

1. Klopt de hierboven beschreven constructie?

2. Zo ja, kan de federale overheid die financiële spitstechnologie aanvaarden?

3. Wordt een systematische toepassing van het financiële evenwicht tussen de gewesten en gemeenschappen, waarin de financieringswet voorziet, niet op de helling gezet?

4. Zo ja, wat onderneemt u?

ANTWOORD

Op juridisch vlak is de handelswijze waarbij de gemeentelijke havenbedrijven ten aanzien van de in het havengebied verrichte waterbouwkundige werken als bouwheer optreden en in die hoedanigheid de facturen met betrekking tot die werken ter betaling ontvangen correct.

Immers, wanneer de gronden gelegen binnen het havengebied aan de gemeente toebehoren en aldus behoren tot het gemeentelijk openbaar domein, is de gemeente van rechtswege eigenaar van de op die gronden opgerichte bouwwerken.

Volgens de huidige rechtsleer maakt immers deel uit van het openbaar domein, ieder aan een administratieve persoon toebehorend goed dat, hetzij omwille van zijn aard, hetzij omwille van een bijzondere aanpassing, hetzij in sommige gevallen wegens zijn geschiedkundig of wetenschappelijk belang, noodzakelijk is voor een openbare dienst of voor de behartiging van een openbare noodwendigheid en dat in die rol door geen ander kan worden vervangen (zie Waline, M., "Traité élémentaire de droit administratif", 1946, 432, geciteerd door A.W. Vranckx, Notarieel administratief recht, blz. 58;F. Wastiels, Administratief goederenrecht, blz. 187).

Op het vlak van de BTW en de daarmee gepaard gaande aftrekregeling van de voorbelasting dient, naargelang het Vlaamse Gewest dan wel het gemeentelijk havenbedrijf als bouwheer optreedt, het navolgende onderscheid te worden gemaakt.

Wanneer het Vlaamse Gewest als bouwheer optreedt van waterbouwkundige werken in het gemeentelijk havengebied, kan de BTW geheven van die werken door het Vlaamse Gewest niet in aftrek worden gebracht aangezien het Vlaamse Gewest niet de exploitant is van de havens en bijgevolg daarvoor niet de hoedanigheid heeft van BTW-belastingplichtige. De niet recupereerbare BTW vormt dus in hoofde van het Vlaamse Gewest een bijkomende last op de begroting.

In het geval daarentegen dat het gemeentelijk havenbedrijf optreedt als bouwheer ten aanzien van de haveninvesteringen op het gemeentelijk grondgebied, kan de gemeente die wel belastingplichtige is voor de exploitatie van de haven (zie artikel 1, 1°, vijfde streepje van het koninklijk besluit nr. 26, van 2 december 1970) de BTW geheven van genoemde investeringen in aftrek brengen. BTW-technisch gezien is het overigens normaal en wettelijk dat een BTW-belastingplichtige de BTW geheven van de door hem gedane investeringen die voor zijn belaste economische activiteit worden gebruikt, in aftrek brengt.

Ten slotte wens ik het geacht lid nog te merken dat het ministerie van Financiën niet bevoegd is wat het beheer van de havens en de financiële relatie tussen de havenbesturen en het gewest betreft.