---
title: "Parlementaire vraag 739 · Plaatsen koelvitrines, koeltoonbanken en uitstalkasten. Foutieve toepassing van de verlegging"
description: "Plaatsen koelvitrines, koeltoonbanken en uitstalkasten. Parlementaire vraag nr. 739 van 19 april 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/739-plaatsen-koelvitrines-koeltoonbanken-uitstalkasten-foutieve-dfc0"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/739-placement-grandes-installations-magasins-senateur-ddd1"
---

# Plaatsen koelvitrines, koeltoonbanken en uitstalkasten. Foutieve toepassing van de verlegging · Plaatsen koelvitrines, koeltoonbanken en uitstalkasten. Foutieve toepassing van de verlegging van de heffing.

**Nummer**

739

**Datum**

19 april 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

17 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, 1993-1994, nr. 111, blz. 5870-5871**

*Plaatsen koelvitrines, koeltoonbanken en uitstalkasten - Foutieve toepassing van de verlegging van de heffing.*

## **VRAAG**

Bij leveren en plaatsen van grotere winkelinstallaties (bijvoorbeeld koeltogen, uitstalkasten, enz.), is het vaak een feitenkwestie om uit te maken of het hier gaat om zuivere "leveringen" dan wel om "onroerende" installaties en daarmee ook, of ten aanzien van facturatie aan BTW- plichtige afnemers, al dan niet de verlegging van heffing volgens [artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-17bis-a142) dient te worden toegepast.

In de praktijk blijken nogal wat verschillen te bestaan in de richtlijnen die leveranciers van dergelijke installaties ter zake van hun respectievelijke BTW-controlekantoren krijgen. Sommige hoofdcontroleurs interpreteren het koninklijk besluit zeer eng en staan enkel toe dat de verlegging wordt toegepast op de omlijstende interieurwerken en verplichten hun belastingplichtigen op levering en plaatsing het BTW- tarief toe te passen. Anderen gaan er (m.i. terecht) van uit dat de Staat baat heeft, of toch minder risico loopt, bij een zo breed mogelijke toepassing van [artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-17bis-a142), en adviseren dan ook in die zin.

Voor de Staat én voor de belastingplichtige afnemer gaat het hier om een nuloperatie. De eventueel te betalen BTW op dergelijke installaties, is immers voor dergelijke afnemer volledig aftrekbaar. Maar het al dan niet toepassen van [artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-17bis-a142) betekent voor de kleine zelfstandige wel het verschil tussen wel of geen belangrijke voorfinanciering. Het is dan ook duidelijk dat leveranciers die door de plaatselijke BTW-administratie verplicht worden BTW aan te rekenen, in een commercieel nadeliger positie staan dan hun concurrenten die met de verlegging van heffing mogen werken. Een en ander leidt dus tot concurrentievervalsing.

Mijn vragen hierbij :

•Lijkt het de geachte minister niet aangewezen dat alle BTW- hoofdcontroleurs hun belastingplichtigen dezelfde verplichtingen zouden opleggen, en dat, in dit specifieke geval, gezien het voordeel ervan voor zowel de Staat, de leverancier als de belastingplichtige afnemer, in heel het land geïnstrueerd zou worden [artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-17bis-a142) zo breed mogelijk toe te passen ?

•Kan een leverancier die, geconfronteerd met concurrentievervalsing zoals hierboven beschreven, tegen de richtlijnen van zijn BTW- controlekantoor in, de verlegging van heffing toch toepast, gestraft worden indien hij verder alle richtlijnen van [artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-17bis-a142) correct naleeft ?

•Zo ja, welke stappen moet hij ondernemen om alsnog de toelating te krijgen op dezelfde manier te mogen handelen als zijn concurrent ?

## **ANTWOORD**

De regeling van de verlegging van de heffing, ingesteld bij [artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) van 29 december 1992 (voor 1 januari 1993, artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969) is, benevens voor bepaalde handelingen die op beperkende wijze zijn opgesomd, enkel van toepassing voor werk in onroerende staat in de zin van [artikel 19, § 2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19). Hieronder moet worden verstaan alle werkzaamheden die bestaan in het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken, geheel of ten dele van een uit zijn aard onroerend goed, alsmede elke handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.

Koelvitrines, koeltoonbanken en uitstalkasten worden niet ingelijfd in het gebouw waarin ze worden geplaatst zodat ze niet kunnen aangemerkt worden als onroerende goederen uit hun aard. De levering met plaatsing van deze koelvitrines, koeltoonbanken en uitstalkasten zijn derhalve niet bedoeld in voornoemd artikel 20.

Wat betreft de handelingen ter zake laten de voornoemde beschikkingen geen enkele mogelijkheid tot interpretatie toe, noch vanwege de BTW-hoofdcontroleurs, noch vanwege de belastingplichtigen belast met het toepassen ervan. Bovendien staan deze beschikkingen geen enkele afwijking toe, voornamelijk om oneerlijke concurrentiemethoden tegen te werken die zouden ontstaan bij een verschillende behandeling op het stuk van de BTW.

Door de centrale administratie van de BTW, Registratie en Domeinen zullen evenwel voornoemde principes aan de hoofdcontroleurs van de BTW in herinnering worden gebracht.

Bovendien wordt de foutieve toepassing van de verlegging van de heffing bedoeld in [artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) van 29 december 1992, gesanctioneerd met de in [artikel 70, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) voorziene geldboete die het dubbel van de ontdoken belasting bedraagt. Deze geldboete wordt evenwel verminderd, enerzijds overeenkomstig tabel A, eerste afdeling, III, van de bijlage van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, wat betreft de overtredingen begaan vóór 1 november 1993 en anderzijds overeenkomstig tabel G, eerste afdeling, IV, van de bijdrage van hetzelfde besluit wat betreft de overtredingen begaan na 31 oktober 1993.

Indien het geachte lid concrete gevallen beoogt, ben ik uiteraard gaarne bereid, voor zover hij mij alle nodige inlichtingen verstrekt, deze te laten onderzoeken om alzo een einde te stellen aan de door hem medegedeelde praktijken.

## Aangehaalde teksten

4

[KB nr. 1 art. 17bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-17bis-a142) 5 voorkomens

[KB nr. 1 art. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) 2 voorkomens

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 1 voorkomen

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen
