De btw-plicht voor jeugdhuizenDe btw-vrijstelling voor jeugdhuizen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

7329 25 november 2015

Zoeken

De btw-plicht voor jeugdhuizenDe btw-vrijstelling voor jeugdhuizen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/7329-btw-plicht-jeugdhuizende-vrijstelling-jeugdhuizen-e5e8

Nummer
7329
Datum
25 november 2015

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën en Begroting, 2015-2016, CRIV 54 COM 276 d.d. 25.11.2015, blz. 18

De btw-plicht voor jeugdhuizen

De btw-vrijstelling voor jeugdhuizen

Peter Vanvelthoven: Mijnheer de minister, we hebben het er gisteren al over gehad. Ik zal u mijn inleiding besparen.

Gisteren verwees u naar wat er internationaal gaande is. Het is mij nog altijd niet duidelijk wat u daarmee precies bedoelde. U zei dat men in Nederland en Frankrijk die weg al is ingeslagen.

U verwijst naar een wijziging op het Europese niveau. Wat is dat precies? Waarom was die nodig?

U verwijst naar arresten van het Europese Hof van Justitie. Kunt u gegevens bezorgen over deze arresten die maken dat de fiscus het geweer van schouder verandert?

Minister Johan Van Overtveldt: Laat mij vooreerst duidelijk stellen dat er over dit dossier al jaren discussie is en dat ons land de Europese regels al jaren niet toepast. Ik vond het dan ook mijn taak als minister om consequent te zijn en wetten en regels na te leven en ook rond deze discussie naar Europa toe de kop niet in het zand te steken.

We hebben het dossier op een pragmatische wijze benaderd. Als we de Europese regels naar de letter moeten interpreteren dan zouden drankgelegenheden van welke aard dan ook, waar ook gesitueerd, vanaf de eerste euro btw-plichtig moeten zijn. We hebben gewerkt aan een pragmatische oplossing, refererend aan wat met name Nederland en Frankrijk doen. We respecteren de regels maar tegelijk de maatschappelijke waarden, die ik deel, en meerwaarde van jeugdhuizen.

Naar aanleiding van enkele btw-controles bij jeugdhuizen is gebleken dat er dringend duidelijkheid diende te worden verschaft over de toepasselijke btw-regels. Deze communicatie is vervat in de beslissing ET 128.632 van 5 november 2015. In dit kader heeft mijn administratie nauwgezet onderzocht of een vrijstelling uit het btw wetboek kan worden toegepast op de werkzaamheden van de jeugdhuizen. Volgens deze bepalingen zijn van btw vrijgesteld, en ik citeer, “de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard erkend worden.” Deze bepaling uit het Belgische btw-boek is een omzetting van de desbetreffende Europese btw-richtlijn.

In de mate dat jeugdhuizen erop gericht zijn om jongeren de mogelijkheid te bieden om in hun vrije tijd deel te nemen aan enkele sociaal-culturele activiteiten ter bevordering van hun algemene ontwikkeling en maatschappelijke integratie, zijn ze vrijgesteld van btw, op grond van de bepalingen van geciteerd artikel uit het btw wetboek, op voorwaarde dat zij erkend zijn door de bevoegde overheid.

Nu blijkt – ik geef zo dadelijk een aantal heel specifieke verwijzingen – uit constante rechtspraak van het Europees Hof van Justitie dat handelingen die niet onontbeerlijk zijn voor de vrijgestelde handelingen, alsook de handelingen die worden verricht in rechtstreekse mededinging, uitgesloten worden van de vrijstelling. Ik verwijs onder meer naar het arrest Kingscrest, met referentie C-498, het arrest Stichting Kinderopvang Enschede en het arrest Ygeia. Er Er heeft een overleg met de verantwoordelijken van de jeugdhuizen plaatsgevonden. Het was evenwel juridisch-technisch onmogelijk om in te gaan op hun vraag naar een volledige btw-vrijstelling. bestaan dus wel degelijk verschillende Europese arresten van het Europees Hof van Justitie die ter zake klaar en duidelijk zijn.

Men kan bezwaarlijk stellen dat de verschaffing van dranken en de uitbating van een drankgelegenheid onontbeerlijk is, met andere woorden absoluut noodzakelijk, voor de bescherming van de jeugd. Dat vormt het basispunt van die uitspraken, waarvan ik u de referenties en details op papier zal overhandigen.

Indien een jeugdhuis een drankgelegenheid uitbaat die voor iedereen toegankelijk is, meen ik dat de drempel van 50 000 euro, die overigens reeds het dubbele bedraagt van de toekomstige drempel voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen en andere verenigingen, een belangrijke versoepeling van de huidige btw-regels betekent. Het feit dat het zou gaan om een jeugdhuis met lidmaatschap, is overigens niet relevant. Bovendien kan er voortaan niet meer worden teruggekomen op mogelijke inbreuken die in het verleden zouden zijn begaan. Mijn administratie beschikt niet over precieze gegevens om te weten hoeveel jeugdhuizen de drempel van 50 000 euro zouden overschrijden.

Er heeft een overleg met de verantwoordelijken van de jeugdhuizen plaatsgevonden. Het was evenwel juridisch-technisch onmogelijk om in te gaan op hun vraag naar een volledige btw-vrijstelling.

Peter Vanvelthoven: Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord.

Wij zullen de arresten van het Europees Hof van Justitie bestuderen, want als ik het goed begrijp, dan gaat het om het onontbeerlijk karakter van de handelingen.

Mijnheer de minister, ik kan mij voorstellen, wanneer een horecauitbating niet meer gekoppeld is aan een jeugdhuis, dat heel wat jeugdhuizen niet meer kunnen draaien, en dat er bijgevolg ook geen sociaal-culturele activiteiten meer kunnen plaatsvinden. Daarom zal ik voor de invulling van het begrip onontbeerlijk de arresten van het Hof van Justitie raadplegen, om te kijken hoever het Hof daarin gaat.

Het incident is gesloten.