---
title: "Parlementaire vraag 718 · Elia-heffing. Maatstaf van heffing"
description: "Elia-heffing. Maatstaf van heffing. Parlementaire vraag nr. 718 van 7 april 2005 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/718-elia-heffing-maatstaf-goyvaerts-9643"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/718-base-imposition-prelevement-elia-goyvaerts-9454"
---

# Elia-heffing. Maatstaf van heffing

**Nummer**

718

**Datum**

7 april 2005

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

21 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 082, blz. 13988-13989**

*Elia-heffing - Maatstaf van heffing*

## **VRAAG**

Op 1 februari 2005 heb ik in de Commissie voor de Financiën en de Begroting een vraag gesteld ten aanzien van de minister van Financiën aangaande de inning van de BTW op de Elia-heffing (vraag nr. 5189, *Integraal Verslag, Kamer*, 2004-2005, COM 479, blz. 3). Één van mijn vragen handelde over de fiscale grond om BTW te innen op de Elia-heffing.

De plaatsvervanger van de minister verwees in zijn antwoord naar artikel 11, A, 1a, 2° van de zesde BTW-richtlijn. Artikel 11, A, 1a, 2°, van de richtlijn 77/388/ EEG, in het hoofdstuk VIII - maatstaf van heffing, bepaalt:

"A. In het binnenland

1\. De maatstaf van heffing is:

a) voor andere goederenleveringen en diensten dan hierna bedoeld sub b), c) en d): alles wat de leverancier of dienstverrichter voor deze handelingen als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van de zijde van de koper, van de ontvanger of van een derde, met inbegrip van subsidies die rechtstreeks met de prijs van de handelingen verband houden;

b) voor de in artikel 5, leden 6 en 7, bedoelde handelingen: de aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, berekend op het tijdstip waarop deze handelingen worden uitgevoerd;

c) voor de in artikel 6, lid 2, bedoelde handelingen: de door de belastingplichtige voor het verrichten van de diensten gemaakte uitgaven;

d) voor de in artikel 6, lid 3, bedoelde handelingen: de normale waarde van de verrichte diensten.

Als "normale waarde" van een dienst wordt beschouwd het bedrag dat een ontvanger, in de handelsfase waarin de handeling wordt verricht, bij vrije mededinging zou moeten betalen aan een zelfstandige dienstverrichter in het binnenland op het tijdstip waarop de handeling wordt verricht, om de desbetreffende dienst te verkrijgen.

2\. In de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen:

a) belastingen, rechten en heffingen, met uitzondering van de belasting over de toegevoegde waarde zelf;

b) bijkomende kosten, zoals kosten van commissie, verpakking, vervoer en verzekering, die de leverancier in rekening brengt aan de koper of de ontvanger ...".

Ik stel vast dat er in artikel 11, A, 1, a) trouwens geen *primo* 1° of *secundo* 2° is.

1\. Kunt u mij toelichten naar wat die " *primo* " en " *secundo*" in uw antwoord naar de rechtsgrond van de heffing verwijst?

2\. Werd dit artikel 11, A, 1, a), in de afgelopen jaren gewijzigd? Zo ja, waarom werd de rechtsgrond van deze wijziging niet opgegeven?

## **ANTWOORD**

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 09.06.2005)

1\. De onderliggende Europese regelgeving waarnaar in uw mondelinge vraag nr. 5189 van 25 januari 2005 werd verwezen, is vervat in artikel 11, A, 1, a), en 2, a), van de zesde BTW-richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977.

2\. De tekst van artikel 11, zoals ingevoegd bij de richtlijn 77/388/EEG van 17 mei 1977, is tot op heden ongewijzigd gebleven.
