---
title: "Parlementaire vraag 708 · Boekhoudkundige verplichtingen"
description: "Boekhoudkundige verplichtingen. Parlementaire vraag nr. 708 van 15 maart 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/708-boekhoudkundige-verplichtingen-daerden-verplichting-ffaf"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/708-obligations-comptables-daerden-obligation-comptable-6498"
---

# Boekhoudkundige verplichtingen

**Nummer**

708

**Datum**

15 maart 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

15 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Boekhoudkundige verplichtingen*

## **VRAAG**

Artikel 5 van de Wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen bepaalt onder welke voorwaarden uitzonderingen worden toegestaan op de verplichting tot het houden van een zogenaamde volledige boekhouding.

Deze uitzondering wordt toegestaan op basis van het jaarlijkse omzetcijfer, dat niet hoger mag zijn dan het in een koninklijk besluit bepaalde plafond. Op dit ogenblik bedraagt dit plafond 20 of 25 miljoen frank.

Het is begrijpelijk dat, toen de mogelijkheden om boekhoudkundige gegevens machinaal of met de computer te verwerken nog vrij beperkt waren, de wetgever geen al te zware verplichtingen wilde opleggen aan de handelaars. De noodzaak hiervan is naar mijn mening op dit ogenblik, dank zij de ontwikkeling van de informatica, fel verminderd.

Rekening houdend met het feit dat derden er belang bij hebben te beschikken over de meest volledige en uitvoerige informatie, lijkt het mij raadzaam het plafond van de omzet waaronder een vereenvoudigde boekhouding is toegestaan te verlagen. Dat is des te meer zo daar de belastingadministratie als gevolg van de goedkeuring van het B.T.W.-Wetboek en van de uitvoeringsbesluiten, het bijkomend probleem in verband met de aard van de bewijsstukken in het raam van een volledige boekhouding heeft opgelost.

Bovendien weet u ook hoezeer een volledige boekhouding van belang is voor de fiscale controle (bijvoorbeeld het belang van een dagelijks bijgehouden kasboek voor de opsporing van aanwijzingen van een te lage aangifte in verband met het omzetcijfer). Ik had dus graag uw standpunt vernomen over een verlaging van de huidige plafonds tot een redelijk niveau.

## **ANTWOORD**

De regering is niet van oordeel dat het aangewezen is op de suggestie van het geachte lid in te gaan.

Sinds 1 januari 1983, dus reeds meer dan elf jaar, is het plafond, waaronder de natuurlijke personen die handelaar zijn, de vennootschappen onder firma en de gewone commanditaire vennootschappen een vereenvoudigde boekhouding mogen houden, bepaald op een zakencijfer van 20 miljoen netto (25 miljoen voor handelaars die als voornaamste beroepsbezigheid gasvormige of vloeibare koolwaterstoffen, bestemd voor het voortbrengen van motorvoertuigen op de openbare weg, in het klein verkopen).

Ingevolge de muntontwaarding is de ware betekenis van dit cijfer sterk afgenomen. Vandaar dat er onlangs aan gedacht werd de wenselijkheid van een indexering van dit bedrag te onderzoeken. De regering heeft ter zake nog geen beslissing genomen.

Ten gevolge van de wijzigingen, aangebracht door de Wet van 28 december 1992 aan het B.T.W.-Wetboek, is de band tussen de boekhoudkundige verplichtingen inzake B.T.W. en de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 5 van de Boekhoudwet kleiner geworden. Daarenboven heeft het stelsel van de vereenvoudigde boekhouding geen invloed op de bescherming van de belangen van derden vermits het gaat om handelaars die natuurlijke personen zijn of om vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid. Daartegenover is het evident dat, voor de vereisten van goed beheer, het houden van een volledige boekhouding beduidend nuttiger is. Het is bovendien een feit dat de bewijskracht van een volledige boekhouding merkbaar sterker is dan die van een vereenvoudigd stelsel, zodra de bewerkingen in aantal of in diversiteit toenemen.

Zoals het geachte lid laat opmerken is het vanzelfsprekend dat het stelsel van de vereenvoudigde boekhouding elke bestaansreden verliest wanneer de handelaar een geautomatiseerde boekhouding voert of voor zijn boekhouding beroep doet op een boekhouder, een accountant of een fiduciair. Dezen zijn doorgaans voldoende uitgerust op informaticagebied om zonder enige moeite een volledige boekhouding te kunnen voeren die beantwoordt aan de behoeften van hun klant.

Het is voor het ogenblik echter niet mogelijk te bepalen hoeveel handelaars, wier zakencijfer niet hoger ligt dan 20 miljoen frank, nog een boekhouding voeren in de vereenvoudigde versie, zoals bepaald in artikel 5 van hoger vermelde Wet van 17 juli 1975. De regering stelt hier een onderzoek naar in. In deze omstandigheden is het niet aangewezen bovenvermelde drempel te verlagen.
