Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 86, blz. 8202-8203
BTW. - Vervoermiddelen. - Grensoverschrijdende verhuur.
VRAAG
Op grond van welke bepaling van het BTW-wetboek en van de zesde BTW-richtlijn eist België dat in België BTW wordt geheven op de verhuur van vervoermiddelen door een BTW-plichtige die in een andere EG-lidstaat gevestigd is, zelfs wanneer de dienstverlener in kwestie noch een filiaal noch een dochteronderneming in België heeft?
ANTWOORD
De nieuwe bepalingen van het BTW-wetboek die in werking zijn getreden op 1 januari 1993 wijzigen op generlei wijze de regels voor het bepalen van de plaats van de dienst inzake de verhuur van vervoermiddelen in de gevallen beoogd door het geacht lid.
Overeenkomstig artikel 21, § 3, 6°, van voornoemd wetboek, wordt voor die dienstprestatie als plaats van de dienst aangemerkt de plaats waar het gebruik plaatsvindt van een vervoermiddel dat is verhuurd door een verhuurder die in België is gevestigd in de mate waarin dat vervoermiddel buiten de gemeenschap wordt gebruikt of door een verhuurder die buiten de gemeenschap is gevestigd.
Wanneer een vervoermiddel wordt verhuurd door een verhuurder die in in een andere lidstaat van de EG is gevestigd, vindt de dienst plaats daar waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht, of bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.
De aanpassing van artikel 4 van voornoemd wetboek aan het begrip belastingplichtige in de zin van de zesde EG-richtlijn van 17 mei 1977, betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake omzetbelasting, houdt in dat de uitoefening van een economische activiteit onder de door het wetboek gestelde voorwaarden volstaat om als BTW-belastingplichtige te worden aangemerkt en om als zodanig, in het gestelde geval, te worden geïdentificeerd in de lidstaat op het grondgebied waarvan die werkzaamheid plaatsvindt.
Anderzijds is de aanwezigheid in België van een vloot voertuigen die worden gebruikt voor het verrichten van in het BTW-wetboek bedoelde handelingen voldoende om te stellen dat hier een economische activiteit wordt uitgeoefend en ervan uit te gaan dat er een vaste inrichting in de zin van artikel 21, § 2, van voornoemd wetboek bestaat.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.