---
title: "Parlementaire vraag 69 · Draagwijdte van artikel 11 van het BTW-Wetboek. Inbreng in vennootschap"
description: "Draagwijdte van artikel 11 van het BTW-Wetboek. Parlementaire vraag nr. 69 van 4 februari 1971 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/69-draagwijdte-artikel-11-btw-wetboek-141c"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/69-portee-article-11-code-apport-eccb"
---

# Draagwijdte van artikel 11 van het BTW-Wetboek. Inbreng in vennootschap · Draagwijdte van artikel 11 van het BTW-Wetboek. Inbreng in vennootschap van een algemeenheid van goederen

**Nummer**

69

**Datum**

4 februari 1971

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

15 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Draagwijdte van* [*artikel 11 van het BTW-Wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) *- Inbreng in vennootschap van een algemeenheid van goederen*

## **VRAAG**

Luidens de beschikkingen van artikel 11 van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt, in de zin van genoemd Wetboek, niet als levering beschouwd de overdracht bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling wanneer de ondernemer belastingplichtige is en wordt in dat geval de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

Graag vernam ik welke de juiste en concrete betekenis is van het in dit artikel bedoelde begrip «algemeenheid van goederen».

Het zal de heer Minister wellicht niet onbekend zijn dat tegenwoordig veel ondernemingen, uitgebaat onder vorm van éénmanszaak, omgevormd worden tot vennootschap met inbreng van de verschillende bezittingen en schulden van de éénmanszaak, met uitzondering evenwel van de bedrijfsgebouwen. Deze bedrijfsgebouwen worden dan door de uitbater van de vroegere éénmanszaak verhuurd aan de vennootschap, waarvan hij trouwens werkende vennoot is.

Het komt mij voor dat dergelijke inbreng moet aanzien worden als een inbreng van een algemeenheid van goederen zoals bedoeld bij artikel 11 van genoemde wet. Mag ik de heer Minister vragen of zijn zienswijze ter zake op dit punt met de mijne overeenstemt?

Het kan ook nog voorkomen dat bovendien het tegoed op klanten en de schuld aan leveranciers van de éénmanszaak niet in de vennootschap worden ingebracht. Graag vernam ik van de heer Minister of ook nog in deze eventualiteit sprake is van een inbreng van de algemeenheid van goederen zoals bedoeld bij artikel 11 van genoemde wet.

## **ANTWOORD**

[Artikel 11 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) vindt zijn oorsprong in een bepaling van de tweede richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen naar luid waarvan het de Lidstaten toegelaten wordt de inbreng van het geheel of van een gedeelte van een algemeenheid van goederen niet als levering te beschouwen (Bijlage A, 3, ad art. 5, 1).

Dit artikel heeft inzonderheid tot doel de heffing van de BTW uit te sluiten wanneer vennootschappen om economische redenen overgaan tot fusie bij wege van opslorping of, anderzijds, tot splitsing van hun onderneming, of tot inbreng van een bedrijfsafdeling.

Bij fusie van vennootschappen omvat de inbreng het gehele patrimonium van de opgeslorpte of van de samengesmolten vennootschappen, met inbegrip dus van alle roerende en onroerende activa en van alle passiva. Hetzelfde geldt bij splitsing van een vennootschap.

Wanneer de verrichting zich beperkt tot de inbreng door een vennootschap van een bedrijfsafdeling moet dit begrip worden verstaan in dezelfde zin als in artikel 117, § 2, van het Wetboek der registratierechten en in [artikel 40, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-40), van het Wetboek der inkomstenbelastingen. Voor de toepassing van deze artikelen en bijgevolg ook van [artikel 11 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) is er slechts inbreng van een bedrijfsafdeling als de inbreng betrekking heeft op al de goederen die in een afdeling van de onderneming zijn geïnvesteerd en die onder technisch oogpunt een onafhankelijke onderneming vormen die afzonderlijk door eigen middelen kan werken (zie Verslag van de Verenigde Commissies voor de Economische Zaken en de Financiën van de Senaat bij het ontwerp van wet tot invoering van de belasting over de toegevoegde waarde, blz. 93. Parlementaire Documenten, Senaat, zitting 1968-1969, nr. 455). In een dergelijk geval zal de inbreng normaal ook de onroerende goederen moeten omvatten.

Doch [artikel 11 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) beoogt eveneens het geval waarin door een fysieke persoon een handelszaak wordt overgedragen, hetzij bij inbreng in vennootschap, hetzij door enig ander contract onder bezwarende titel.

Die afstand moet alle elementen omvatten van de handelszaak die aan de overdrager toebehoren (cliënteel, koopwaren, handelsuitrusting, handelsmerken, brevetten, enz.). Ofschoon het niet absoluut noodzakelijk is, gaat de afstand normaal gepaard met de verhuur van het onroerend goed waarin de handel wordt uitgebaat of met de afstand van het huurrecht op dat goed. De handelsschuldvorderingen en schulden zijn daarentegen normaal niet in de verrichting begrepen.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 4 voorkomens

[WBTW art. 40](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-40) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

3

[Voorafgaande beslissingen 2](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/69-draagwijdte-artikel-11-btw-wetboek-141c/documenten?type=voorafgaande-beslissingen) [Parlementaire vragen 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/69-draagwijdte-artikel-11-btw-wetboek-141c/documenten?type=parlementaire-vragen)

« … schulden? Mag ik uw antwoord over deze vraag kennen? ANTWOORD Voor wat de betekenis betreft van de begrippen "algemeenheid van goederen" en "bedrijfsafdeling" zoals bedoeld in artikel 11 van het BTW-Wetboek, wordt verwezen naar het antwoord gegeven op de vraag nr. 69 van de heer Volksvertegenwoordiger Anciaux van 4 februari 1971 . Wat de omslag van het passief betreft moet het volgende onderscheid worden gemaakt. Indien de BTW verschuldigd is op de verrichting dient er geen enkele omslag van passief te gebeuren, daar het voor de toepassing van deze belasting van geen belang is of … »

[Inbreng in vennootschap van een algemeenheid van goederen. Omslag van het passief](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/78-inbreng-in-vennootschap-algemeenheid-goederen-c77f) Parlementaire vraag 11.02.1971

[Bekijk de 3 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/69-draagwijdte-artikel-11-btw-wetboek-141c/documenten)
