Vr. en Antw., Senaat, 2000-2001, nr. 2-25, blz. 1183-1184
Plaats van de diensten - Tussenpersonen.
VRAAG
Waar is de BTW verschuldigd wanneer een in België gevestigd tussenpersoon uit naam en voor rekening van een buiten België doch binnen de Europese Gemeenschap gevestigde lastgever optreedt bij de aankoop van goederen die de lastgever in een andere lidstaat heeft aangekocht?
ANTWOORD
Ik veronderstel dat het geachte lid het geval bedoelt waarbij een in België gevestigde tussenpersoon die niet handelt als bedoeld in artikel 13, § 2, van het BTW-Wetboek, tussenkomt in naam en voor rekening van de koper bij een levering van goederen die niet plaatsheeft in de Gemeenschap en waarop een invoer volgt door deze koper in een lidstaat van de Gemeenschap, ander dan België.
In de beoogde situatie verricht de tussenpersoon een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1° of 3°, van het BTW-Wetboek, die overeenkomstig artikel 21, § 2, van dit wetboek plaatsheeft waar die tussenpersoon de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij zijn dienst verricht of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats. In de door het geachte lid beoogde situatie vindt die dienst derhalve plaats in België en is daar in principe aan de belasting onderworpen.
Niettemin kan die dienst de vrijstelling genieten bedoeld in artikel 41, § 2, van het BTW-Wetboek, die stelt dat met name de diensten van tussenpersonen die niet handelen als bedoeld in artikel 13, § 2, vrijgesteld zijn van die belasting wanneer die tussenpersonen tussenkomst verlenen bij leveringen van goederen die niet in de Gemeenschap plaatsvinden. Welteverstaan is het aan de tussenpersoon die zich beroept op die vrijstelling om aan te tonen dat de toepassingsvoorwaarden hiervoor vervuld zijn.
Immers, overeenkomstig artikel 64, § 2, van het BTW-Wetboek, wordt hij die diensten verricht, behoudens tegenbewijs, geacht dat te hebben gedaan onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt.
In het onderhavige geval kan de tussenpersoon het bewijs leveren tegen het vermoeden door middel van een door zijn opdrachtgever afgeleverd attest of een bestelbon.
Bij gebrek aan een dergelijk document kan het tegenbewijs ook nog geleverd worden door elk andere middel. Zo kan het eveneens voortvloeien uit boekhoudstukken van de tussenpersoon en met name uit vermeldingen die betrekking hebben op de door de opdrachtgever afgeleverde documenten.
Wanneer de beoogde hypothese niet zou overeenstemmen met de door het geachte lid beoogde situatie, nodig ik hem uit om mij de nauwkeurigere rechts- en feitelijke elementen te laten kennen die aan de basis liggen van zijn vraag.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.