Parlementaire vraag nr. 68 van de heer Martial Lahaye d.d. 04.10.1999
Kamer, Vragen en Antwoorden, 1999-2000, QRVA 50/014, d.d. 17.01.2000, blz. 1515
Wagens die Belgen in Luxemburg laten inschrijven
VRAAG
Naar aanleiding van het bezoek van premier Verhofstadt aan Luxemburg was heel wat te doen omtrent de verliezen (lees minder inkomsten) die de Belgische fiscus boekte omdat zo'n 30 000 Belgen hun wagens lieten inschrijven in Luxemburg. Het Luikse parket besloot in de toekomst hiertegen op te treden en enkel nog te tolereren dat Luxemburgse studenten en werknemers van Luxemburgse firma's rondrijden met dergelijke voertuigen.
1. Hoe zit het met de onbezoldigde zaakvoerders/bestuurders van die laatste ondernemingen? Zij zijn het tenslotte die die mensen tewerkstellen en de leiding hebben van die vennootschappen.
2. Zullen zij, door het feit dat zij niet op de loonlijst staan en in feite niet kunnen beschouwd worden als werknemers ontsnappen aan het optreden van het Luikse gerecht?
ANTWOORD
(van de Minister van Financiën)
De problematiek inzake de verplichte inschrijving van voertuigen behoort in eerste instantie tot de bevoegdheid van mijn collega van Verkeerswezen waarnaar ik het geachte lid dan ook verwijs (Vraag nr. 107 van 21 januari 2000). Aangaande het optreden van het Luikse gerecht dien ik te verwijzen naar het antwoord van mijn collega van Justitie (Vraag nr. 63 van 4 oktober 1999).
Wat de fiscale gevolgen betreft van de inschrijving van motorvoertuigen onder vreemde nummerplaat die worden aangewend in België, dient er een onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds de belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en anderzijds de belasting op de inverkeerstelling en de verkeersbelasting.
Wat de BTW en de invoerrechten betreft, is het onder meer toegestaan op grond van de artikelen 717 tot 719 van de verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 dat een fysiek persoon, gevestigd binnen de Gemeenschap en tewerkgesteld door een persoon die buiten dit gebied gevestigd is, een voertuig, dat toebehoort aan laatstgenoemde persoon mag invoeren onder de regeling van tijdelijke invoer en dit voertuig, voor de uitoefening van een bezoldigde activiteit andere dan deze voorzien voor commerciële doeleinden, mag gebruiken. Dergelijk voertuig mag eveneens voor privé-doeleinden worden gebruikt wanneer dit gebruik bijkomstig en occasioneel is en wanneer dit werd overeengekomen in de arbeidsovereenkomst.
Een regeling gelijkaardig aan deze voor tijdelijke invoer is voorzien voor het vervoermiddel dat ter beschikking wordt gesteld van een Belgisch ingezetene door zijn in een andere lidstaat gevestigde werkgever. Overeenkomstig de beschikkingen van de artikelen 12bis, tweede lid, 7°, en 25quater, tweede lid, van het BTW-Wetboek, wordt de bestemming van het voertuig in deze omstandigheden niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel en derhalve niet aan de BTW onderworpen in België. Deze regeling wordt toegelicht in de aanschrijving nr. 9 van 13 juni 1995.
Ik ben zo vrij het geachte lid te verwijzen naar het gedetailleerde antwoord op de vraag nr. 1066 van volksvertegenwoordiger Duquesne van 1 oktober 1997 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1997-1998, nr. 134, blz. 18573-18576) wat de toepassingsvoorwaarden betreft van deze regeling die gelijkaardig zijn aan deze geldig inzake de tijdelijke invoer.
Wat meer specifiek het door u aangehaalde geval van de zaakvoerders/bestuurders betreft die leiding hebben van de Luxemburgse vennootschappen door dewelke hun een voertuig ter beschikking werd gesteld dient te worden opgemerkt dat één van de toepassingsvoorwaarden van de regeling vervat in voormelde aanschrijving nr. 9 van 13 juni 1995 stelt dat zaakvoerders en bestuurders eveneens bedoelde regeling kunnen genieten in de mate dat ze het statuut van werknemer hebben en voor zover er een reële band van ondergeschiktheid bestaat tussen de zaakvoerder of bestuurder en de onderneming. Het bestaan van een band van ondergeschiktheid impliceert dan ook dat enig persoon of enig orgaan (raad van bestuur, directiecomité, raad van beheer, ...) de mogelijkheid heeft het gezag uit te oefenen ten aanzien van de begunstigde die zich beroept op zijn hoedanigheid van werknemer.
Indien aan deze hiervoor vermelde voorwaarden niet wordt voldaan, wordt de eigenaar van het voertuig (de werkgever) geacht een overbrenging van het voertuig vanuit de andere lidstaat naar België te verrichten alwaar de bestemming van het voertuig gelijkgesteld wordt met een belastbare intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel op grond van artikel 25quater, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek.
Bovendien kan ik het geachte lid mededelen dat artikel 2 van de wet van 25 januari 1999 houdende wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen overeenkomstig de richtlijn nr. 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen in het vermelde wetboek een artikel 5, § 1, 9°, heeft ingelast dat in een vrijstelling van de verkeersbelasting op de autovoertuigen (VB) voorziet voor de autovoertuigen gebruikt door een Belgische verblijfhouder en ter zijner beschikking gesteld door zijn in het buitenland gevestigde werkgever en die er zijn ingeschreven.
In afwachting van de bekendmaking van een koninklijk besluit dat de voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van deze vrijstelling vaststelt, zal de administratie de vrijstelling als verworven beschouwen voor de voertuigen waarvoor het in de voormelde aanschrijving nr. 9 van 13 juni 1995 bedoeld attest zal zijn uitgereikt.
Ten slotte deel ik het geachte lid mede dat de belasting op de inverkeerstelling slechts kan gevorderd worden voor voertuigen die in België zijn of moeten zijn ingeschreven.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.