---
title: "Parlementaire vraag 68 · Controle van het vervoer over de weg"
description: "Controle van het vervoer over de weg. Parlementaire vraag nr. 68 van 12 april 1972 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/68-controle-vervoer-weg-haeseleer-766c"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/68-controle-transports-route-haeseleer-transport-4e18"
---

# Controle van het vervoer over de weg

**Nummer**

68

**Datum**

12 april 1972

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

15 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Controle van het vervoer over de weg*

## **VRAAG**

Alle vervoer over de weg van in artikel 15 van het koninklijk besluit nr. 28 aangewezen goederen dat voor eigen rekening wordt gedaan door middel van een motorvoertuig of van een aanhangwagen van een dergelijk voertuig, moet vergezeld gaan van een document, opgemaakt in twee exemplaren, dat de naam en het adres van de vervoerder en van de geadresseerde, de aard en de hoeveelheid van de vervoerde goederen, de plaats, de datum en het uur van aanvang van het vervoer, alsmede de plaats van afgifte van de goederen vermeldt (kon. besl. nr. 28, art. 1, eerste lid).

Welnu, in de praktijk doet het zich voor dat handelaars wel in het bezit zijn van de vereiste vervoerdokumenten maar soms onvolledig zijn ingevuld voor wat aangaat de hoeveelheid van de vervoerde goederen. Trouwens bepaalde agenten van het Bestuur der Douanen zouden evenmin juist weten of het hier gaat om het gewicht van de vervoerde goederen of om het aantal stuks vervoerde goederen.

Hieruit volgt dat uw diensten van de BTW aan handelaars boeten opleggen van 5000 tot 10.000 F, wegens inbreuk op het koninklijk besluit nr. 28.

Is de Minister niet van oordeel dat dergelijk zware boeten meer dan overdreven zijn, temeer dat in die gevallen de kwade trouw of het bedriegelijk inzicht van de handelaars niet bewezen is en de niet-toepassing van de reglementering terzake eerder te wijten is aan de onduidelijkheid van de wetteksten zelf?

Is de Minister niet van mening dat de controle van het vervoer over de weg - dat in een beginstadium is - eerder preventief zou moeten gebeuren en dat in elk geval het bedrag van de eventuele boete zou dienen aangepast aan de door de Staat geleden schade?

## **ANTWOORD**

De controle van het vervoer over de weg, ingesteld bij het koninklijk besluit nr. 28, van 23 december 1970, heeft tot doel de verkoop zonder factuur te voorkomen, de juiste heffing van de belasting te bevorderen en aldus de economische neutraliteit ervan veilig te stellen,

De opgedane ervaring wijst er op dat de door de administratie op dit punt uitgevoerde controleverrichtingen een zeer groot preventief effect bezitten en de strijd tegen de fiscale fraude op doeltreffende wijze aanbinden.

De voorgeschreven formaliteiten zijn in dit verband onmisbaar voor het welslagen van de controle. Dit is zeker het geval voor de verplichting de vervoerde goederen op de vervoerdocumenten te vermelden door aanduiding van de aard en de hoeveelheid ervan. Die verplichting opgelegd door de artikelen 1 en 6 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 28, stemt overeen met de verplichting opgelegd door artikel 2, 4°, van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, om de aard en de hoeveelheid van de geleverde goederen te vermelden op de verkoopfactuur.

De betrokken belastingplichtigen werden op dit stuk voldoende over hun verplichtingen ingelicht.

De administratie heeft aan de ambtenaren die belast zijn met het vaststellen van de geldboeten, instructies gegeven om hun opdracht met doorzicht en begrip, doch niettemin met de gepaste strengheid uit te voeren. Recidive wordt hierbij strenger bestraft dan een eerste overtreding.

Bij gebrek aan voldoende gegevens over de aard en het aantal der inbreuken, waarop het geacht Lid zinspeelt, is het mij niet mogelijk het bedrag van 5000 F en 10.000 F vastgesteld als boete te beoordelen.
