---
title: "Parlementaire vraag 668 · Intracommunautaire levering van goederen. Vrijstelling. Te leveren bewijs. Verlies van de schuldvorderingen"
description: "Intracommunautaire levering van goederen. Parlementaire vraag nr. 668 van 13 december 1996 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/668-intracommunautaire-levering-goederen-vrijstelling-leveren-dc50"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/668-livraison-intracommunautaire-condition-preuve-mesure-5639"
---

# Intracommunautaire levering van goederen. Vrijstelling. Te leveren bewijs. Verlies van de schuldvorderingen

**Nummer**

668

**Datum**

13 december 1996

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

22 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, nr. 70, 1996-1997, blz. 9396-9399**

*Intracommunautaire levering van goederen - Vrijstelling - Te leveren bewijs - Verlies van de schuldvorderingen*

## **VRAAG**

Er zijn mij heel wat gevallen bekend waarbij de BTW-administratie de vrijstelling van de intracommunautaire levering ontkent en dienvolgens de Belgische leverancier de BTW doet betalen. Meestal is de leverancier-verkoper niet in het bezit van voldoende bewijsmiddelen van het vervoer van de goederen naar een andere lidstaat, bijvoorbeeld omdat de buitenlandse koper zelf de goederen heeft afgehaald of omdat de Belgische leverancier met eigen middelen de goederen heeft vervoerd naar de andere lidstaat.

Niettegenstaande in talrijke gevallen een aantal bewijsstukken voorhanden zijn (betalingen, fax, getekende bestelbons, enz.), wordt veelal de terugvorderbare BTW ingehouden, wordt er beslag op gelegd of wordt de BTW verschuldigd gesteld ten laste van de Belgische leverancier. Vaak wordt door administratie niet eens onderzocht of er werkelijk een intracommunautaire verwerving geschiedde bij de EU-klantafnemer.

Bovendien rijzen een aantal fiscaal-juridische problemen waaraan de administratie vaak voorbijgaat.

Bent u het met mijn zienswijze eens:

1\. dat, indachtig de houding van de administratie, er een levering geacht wordt te geschieden in België door een Belgische BTW-belastingplichtige. De Belgische BTW is dus aftrekbaar en recupereerbaar door de buitenlandse koper-belastingplichtige (via de 8e BTW-richtlijn van de Raad van 6 december 1979, houdende teruggaaf van BTW aan niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen - 79/1072/EEG) ingeval van facturatie door de Belgische belastingplichtige;

2\. dat, in dezelfde onderstelling, de BTW terugbetaalbaar is aan de Belgische BTW-belastingplichtige op grond van [artikel 77, § 1, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77), ingeval de klant-buitenlandse belastingplichtige (binnen de EU) failliet is verklaard en de Belgische belastingplichtige een attest van de curator bezit waaruit blijkt dat zijn vordering niet meer opeisbaar is en daardoor geheel verloren is gegaan;

3\. dat, steeds in dezelfde hypothese, de betaling van de Belgische BTW dubbel gebruik uitmaakt met een daadwerkelijke inschrijving van de verwerving door de buitenlandse belastingplichtige EU-koper en de betaling van de BTW in zijn eigen lidstaat, waardoor een onrechtmatige dubbele belastingheffing ontstaat die strijdig is met het EEG-verdrag (artikel 95, zie ook arrest Hof van Justitie, 5 mei 1982, Rec. 1982, 1409 en preambule van de 8e BTW-richtlijn) ?

## **ANTWOORD**

De levering van goederen door een belastingplichtige aan een andere belastingplichtige waarbij de goederen worden verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat is een intracommunautaire levering die in beginsel kan worden vrijgesteld van de belasting op grond van [artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis).

Degene die de vrijstelling wenst toe te passen, dit is in dit geval de leverancier van de goederen, moet het bewijs leveren dat aan alle daartoe gestelde voorwaarden is voldaan.

Ik ben zo vrij het geacht lid te verwijzen naar het uitvoerig antwoord op de [vraag nr. 248 van 23 januari 1996](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/248-intracommunautaire-leveringen-goederen-bewijs-vrijstelling-b39d) van de heer Fournaux (Vragen en Antwoorden, Kamer, GZ 1995-1996, nr. 26, 18 maart 1996, blz. 3019-3023) wat de voorwaarden voor de toepassing van de hier bedoelde vrijstelling betreft.

In dit verband wordt erop gewezen dat de bewijsmiddelen waarover de leverancier beschikt geval per geval moeten worden beoordeeld en dat er in de regel wel degelijk - in tegenstelling tot wat het geacht lid beweert - medewerking wordt verleend door de Administratie om het recht op de vrijstelling aan te tonen (onderzoek van de juistheid van het BTW-identificatienummer van de medecontractant, uitgebreider onderzoek in geval van betwiste individuele gevallen). Het is echter zonder meer duidelijk dat het niet de taak van de Administratie kan zijn het bewijs van het recht op vrijstelling van de BTW systematisch zelf te gaan leveren. Zij heeft dienaangaande immers vooral een controlerende taak. In geval van betwisting zal de beoordeling van de aangehaalde bewijsmiddelen uiteindelijk aan de rechter worden onderworpen.

Wat de hypothese betreft waarin de leverancier niet beschikt over de nodige bewijsmiddelen om aan te tonen dat de goederen naar een andere lidstaat werden verzonden of vervoerd ter bestemming van diens koper, dient te worden opgemerkt dat de levering hoe dan ook in België plaatsvindt waardoor de BTW in de regel opeisbaar wordt. Het is dus volkomen terecht dat de leverancier in die veronderstelling de BTW in rekening brengt aan de buitenlandse koper.

1\. Ik kan nochtans de mening van het geacht lid niet delen wat de teruggaaf op grond van de achtste richtlijn betreft. Krachtens de artikelen 1 en 2 van deze richtlijn is de teruggaafprocedure die aldaar in het leven wordt geroepen beperkt tot de belastingplichtige in de zin van [artikel 4 van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4) (Richtlijn nr. 77/388/EEG van 17 mei 1977) die in de betrokken lidstaat noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft gehad van waaruit handelingen worden verricht, noch, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, aldaar zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft gehad, en die gedurende de periode bedoeld in artikel 7, paragraaf 1, eerste alinea, eerste en tweede zin, van deze achtste richtlijn, geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats geacht wordt in het betrokken land te zijn gelegen.

Wanneer nu een belastingplichtige-koper hier te lande goederen heeft verworven die bij gebrek aan bewijs van vervoer of verzending naar het buitenland, geacht worden zich nog in België te bevinden, kan de belastingplichtige zich niet op de voormelde teruggaafprocedure beroepen. Inderdaad, dergelijke belastingplichtige bevindt zich in een toestand waarin hij, op grond van [artikel 64, § 1, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64), geacht wordt deze goederen in België te hebben geleverd onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt. Hij is derhalve in principe verplicht zich in België voor BTW-doeleinden te laten identificeren waardoor hij buiten het toepassingsgebied van de achtste richtlijn valt.

2\. In geval de schuldvordering van de prijs geheel of gedeeltelijk verloren is gegaan, kan de Belgische leverancier van de goederen aanspraak maken op een gehele of gedeeltelijke teruggaaf van belasting, op grond van [artikel 77, § 1, 7°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77). De toepassingsvoorwaarden hiertoe worden nader toegelicht in het antwoord op de parlementaire [vraag nr. 1288 van 21 november 1994](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1288-opeisbaarheid-btw-werken-in-onroerende-585c) van de heer Viseur (Vragen en Antwoorden, Kamer, GZ 1994-1995, nr. 137, 23 januari 1995, blz. 14518-14520). Indien de klant-buitenlandse belastingplichtige echter de prijs (maatstaf van heffing, exclusief BTW) heeft betaald, doch niet de Belgische BTW welke hem om reden van gebrek aan bewijs van de verzending of het vervoer van de goederen buiten België naderhand werd gedebiteerd door de Belgische leverancier, dient de door de leverancier ontvangen prijs beschouwd te worden als een gedeeltelijke betaling van zijn schuldvordering. Dit heeft tot gevolg dat de Belgische leverancier op grond van bovengenoemd artikel slechts een vordering tot teruggaaf heeft van de BTW met betrekking tot het niet-betaald gedeelte van de prijs.

3\. Voorts is uw laatste veronderstelling inzake de dubbele belastingheffing niet relevant. Enerzijds zal de belastingplichtige-koper die duidelijk kan aantonen waar de goederen zich bevinden en waar en op welke wijze hij de BTW in de lidstaat van aankomst heeft voldaan, zeker bij machte zijn dat bewijs te verstrekken aan de Belgische leverancier van de goederen. De vermeende dubbele heffing waarvan hij zogenaamd het slachtoffer is heeft hij in dergelijk geval bijgevolg aan zichzelf te wijten. Anderzijds is de BTW die de leverancier aan zijn medecontractant in deze veronderstelling, in rekening brengt niet meer dan het naleven van diens wettelijke verplichtingen.

Tenslotte wordt op grond van [artikel 17, vierde lid, tweede alinea, c), van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17), voor de BTW geheven over intracommunautaire leveringen waarvoor de vrijstelling van [artikel 39bis, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) kan worden toegepast, in de regel elke teruggaaf op basis van de achtste richtlijn eveneens uitdrukkelijk uitgesloten, zodat de hierboven geschetste toestand zeker niet strijdig is met de Europese regelgeving.

Mocht het geacht lid niettemin een concreet geval beogen, zal ik niet nalaten dit te doen onderzoeken voor zover mij daartoe de nodige gegevens worden medegedeeld.

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) 2 voorkomens

[WBTW art. 77](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) 2 voorkomens

[WBTW art. 64](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 17](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 4](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4) 1 voorkomen

Achtste richtlijn 79/1072 art. 1 1 voorkomen

Achtste richtlijn 79/1072 art. 2 1 voorkomen
