Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 82, blz. 7705-7706
BTW. - Accountant. - Beroepsgeheim.
VRAAG
Kan de BTW-administratie op basis van artikel 62, § 1, van het BTW-wetboek een accountant verplichten het beroepsgeheim te schenden door het geven van informatie afhankelijk te stellen van de mededeling van de identiteit van een cliënt alhoewel de mededeling van de identiteit niet noodzakelijk is om de gevraagde informatie te verstrekken?
ANTWOORD
Net zoals het oude artikel 61, § 3, dat de basis vormde voor het sedert 1 januari 1993 in voege zijnde artikel 62, § 1, van het BTW-wetboek, is laatstgenoemd artikel vreemd aan de door het geacht lid gestelde vraag. Die wettelijke bepaling betreft het domein van de controle en beoogt op dat vlak de aanvulling van de onderzoeksmachten van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, door aan iedere persoon voor te schrijven om bij ieder verzoek van die ambtenaren alle gevraagde inlichtingen, schriftelijk of mondeling, te verstrekken teneinde de juiste heffing van voornoemde belasting na te gaan.
Wat anderzijds haar taak betreft inzake het verschaffen van inlichtingen - de door het geacht lid gestelde vraag staat in functie van die taak - voldoet de Administratie van de BTW, registratie en domeinen in hoofdzaak hieraan door het publiceren van inzonderheid aanschrijvingen, handleidingen en een tweemaandelijkse BTW-revue.
Overigens indien de raadgever van een persoon een louter theoretische vraag stelt, kan de administratie zich beperken tot het verwijzen naar de gepaste commentaar en die teksten als zodanig meedelen aan de verzoekschrijver zonder in principe de identiteit van de betrokken persoon te vragen. Geen enkele bepaling belet nochtans de administratie zich te informeren naar de gegevens van het concreet geval om de feitelijke en juridische elementen te kennen en, in het bijzonder de identiteit van de betrokken persoon, en dat vooral indien de gegevens van de vraag ondanks alles onvoldoende blijken om een afdoend antwoord te verstrekken of in voorkomend geval onregelmatige handelingen doen vermoeden.
A fortiori, indien de vraag niet strikt theoretisch is, heeft de administratie volledig het recht om ieder gegeven te eisen, waaronder de identiteit van de cliënt van de verzoekschrijver, dat zij nodig acht om een omstandig antwoord te verstrekken. Het geacht lid zal overigens in dat opzicht begrijpen dat het antwoord moeilijk aan de administratie kan worden tegengeworpen indien het niet werd verstrekt met volledige kennis van zaken.
Ten slotte ontgaat het mij dat de verplichting om de identiteit van de cliënt, die zij vertegenwoordigen, mee te delen in strijd zou zijn met de discretieverplichting waaraan de personen die de door het geacht lid beoogde werkzaamheid uitoefenen zijn gehouden. Overigens wens ik het geacht lid gerust te stellen door te benadrukken dat krachtens artikel 93bis van het BTW-wetboek, de fiscale ambtenaren, waaraan die identiteit werd verstrekt, gehouden zijn, buiten de uitoefening van hun functie, de meest absolute geheimhouding te bewaren met betrekking tot alles waarvan ze kennis hebben ingevolge de uitvoering van hun opdracht.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.