---
title: "Parlementaire vraag 650 · Oud papier. Ophaling"
description: "Oud papier. Ophaling. Parlementaire vraag nr. 650 van 20 juli 1993 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/650-oud-papier-ophaling-dewael-d5a3"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/650-vieux-papier-collecte-representant-dewael-4437"
---

# Oud papier. Ophaling · BTW. Oud papier. Ophaling.

**Nummer**

650

**Datum**

20 juli 1993

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

16 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1992-1993, nr. 74, blz. 7133-7134**

*BTW. - Oud papier. - Ophaling.*

## **VRAAG**

Op basis van de BTW-aanschrijving van 15 december 1970, nr. 88 dient de BTW niet te worden toegepast op recuperatieprodukten. De opkopers van gebruikt papier zijn aldus vrijgesteld van BTW. Die handelaars kochten van gemeentebesturen en verenigingen gerecycleerd papier en betaalden daarvoor effectief een aankoopprijs per kilogram. Door de BTW-diensten werd algemeen aanvaard dat die facturen vrij van BTW waren op basis van de hoger aangehaalde aanschrijving.

Inmiddels zijn de prijzen van gebruikt papier zo geëvolueerd, dat de verkopers momenteel aan de papierhandelaars moeten betalen om gerecycleerd papier op te halen.

Rekening houdend met die nieuwe situatie stellen sommige diensten van de BTW nu dat de hoger aangehaalde aanschrijving niet meer van toepassing is, aangezien de overeenkomst geen koop-verkoopovereenkomst meer is, maar een dienstprestatie van de handelaar ten voordele van gemeentebesturen of verenigingen, die daar een vergoeding moeten voor betalen. Dat zou betekenen dat BTW moet worden aangerekend voor die diensten. Eenstemmigheid binnen de BTW-administratie is er echter niet.

In de praktijk betekent dat dat verenigingen en gemeentebesturen nog BTW moeten betalen, bovenop het bedrag dat zij al moeten betalen om het papier te doen afhalen.

Nederlandse handelaars rekenen die BTW niet aan, zodat oneerlijke concurrentie bestaat tussen de Belgische handelaars, die BTW moeten aanrekenen, en de Nederlandse papierhandelaars.

1\. Moet BTW worden aangerekend op de bedragen die gemeentebesturen en verenigingen betalen om gerecycleerd papier op te doen halen door Belgische papierhandelaars?

2\. Zo ja, hoe is het te verklaren dat Nederlandse handelaars die BTW niet moeten aanrekenen en welke maatregelen neemt u om die discriminatie op te heffen?

## **ANTWOORD**

1\. Voor de toepassing van de BTW dient ten aanzien van het ophalen van gebruikt papier een onderscheid te worden gemaakt naargelang in de relatie tussen de ophalers en de voortbrengers al dan niet een zekere waarde aan dat papier wordt verleend. Het spreekt dan vanzelf dat de in voorkomend geval aan het gebruikte papier verleende waarde lager is dan de vergoeding aangerekend door de ophaler.

Wanneer derhalve aan het gebruikte papier nog een zekere waarde wordt verleend, vindt in hoofde van de voortbrenger een levering plaats ten aanzien waarvan de aanschrijving nr. 88, van 15 december 1970, geldt zodat, wanneer die voortbrenger een BTW-belastingplichtige is, de BTW over die levering niet moet worden voldaan. Overigens hebben ten aanzien van bedoelde levering de gemeenten niet de hoedanigheid van belastingplichtige.

Anderzijds verrichten de ophalers van gebruikt papier die een vergoeding vorderen voor de ophaling van dat papier, een dienst bedoeld in [artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) die indien die dienst in België plaatsvindt belastbaar is tegen het normale tarief dat thans 19,5 percent bedraagt, over een maatstaf van heffing die gelijk is aan het bedrag van de aangerekende vergoeding verhoogd met de aan het opgehaalde gebruikte papier toegekende waarde.

Wanneer aan het gebruikte papier geen waarde wordt verleend, vindt alleen in hoofde van de ophaler een dienstverrichting plaats die belastbaar is over de aangerekende vergoeding wanneer de dienst in België plaatsvindt.

2\. Bij gebreke van een specifiek criterium dat geldt ten aanzien van de bepaling van de plaats van voornoemde dienst, is de hoofdregel bepaald in [artikel 21, § 2, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) van toepassing zodat als plaats van de dienst wordt aangemerkt, de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht of bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats. Door de in Nederland gevestigde ophalers is de BTW in België bijgevolg niet verschuldigd. Vermits voornoemde bepaling de omzetting is in Belgisch recht van [artikel 9, lid 1, van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977, kan daarvan niet worden afgeweken.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[WBTW art. 21](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 9](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) 1 voorkomen
