---
title: "Parlementaire vraag 64 · Vakantiekamp. Sportstage. Sport. Dienst verstrekt door exploitanten van sportinrichting. Vrijstelling. Belastingplichtige. Belastingplicht"
description: "Vakantiekamp. Sportstage. Sport. Dienst verstrekt door exploitanten. Parlementaire vraag nr. 64 van 2 mei 1979 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/64-vakantiekamp-sportstage-sport-dienst-verstrekt-bdb9"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/64-prestation-service-assujetti-exemption-art-5331"
---

# Vakantiekamp. Sportstage. Sport. Dienst verstrekt door exploitanten van sportinrichting. Vrijstelling. Belastingplichtige. Belastingplicht

**Nummer**

64

**Datum**

2 mei 1979

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

13 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1978-1979 blz. 454**

*Vakantiekamp - Sportstage - Sport - Dienst verstrekt door exploitanten van sportinrichting - Vrijstelling - Belastingplichtige - Belastingplicht*

## **VRAAG**

Sinds de goedkeuring van de wet van 27 december 1977 houdende aanpassing van de Belgische wetgeving de bepalingen van de zesde richtlijn van de Raad der Europese Gemeenschappen inzake BTW, moet het tarief van 16 % worden toegepast op educatieve lessen.

## **ANTWOORD**

Kan de Minister mij zeggen:

1° of die verplichting inzake toepassing van BTW ook geldt voor de prijs van vakantiekampen, ruiterijstages en B.L.O.S.O.-kampen;

2° Op welke datum precies de verplichting inzake toepassing van de BTW op ruiterijlessen in werking treedt.

Antwoord: De door het geacht Lid gestelde vragen worden hierna beantwoord.

1° Over de bedragen die worden aangerekend als kosten voor deelneming aan een vakantiekamp, aan een stage voor paardrijders of aan andere dergelijke activiteiten, is in de regel de BTW verschuldigd tegen het tarief van 16 %.

De door B.L.O.S.O. verleende diensten kunnen evenwel niet aan de belasting onderworpen zijn aangezien de werkzaamheden van deze instelling niet zijn opgenomen in het koninklijk besluit nr. 26, van 2 december 1970, met betrekking tot het onderwerpen van de openbare instellingen aan de belasting over de toegevoegde waarde.

Van de belasting zijn trouwens in elk geval vrijgesteld, de diensten verstrekt door exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding aan personen die er aan lichamelijke ontwikkeling of aan sport doen, wanneer die exploitanten en inrichtingen instellingen zijn die geen winstoogmerk hebben en zij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruiken tot dekking van de kosten ervan (Wetboek, art. 44, § 2, 3°).

2° De wet van 27 december 1977 die de Belgische wetgeving aan de door het geacht Lid aangehaalde zesde richtlijn heeft aangepast, is in werking getreden op 1 januari 1978.
