---
title: "Parlementaire vraag 639 · Rechten van voorrang voor invordering fiscale schulden. Schatkist en sociale zekerheidsbijdragen"
description: "Rechten van voorrang voor invordering fiscale schulden. Parlementaire vraag nr. 639 van 23 februari 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/639-rechten-voorrang-invordering-fiscale-schulden-9394"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/639-hypotheque-legale-inscription-hypothecaire-recouvrement-3716"
---

# Rechten van voorrang voor invordering fiscale schulden. Schatkist en sociale zekerheidsbijdragen · Rechten van voorrang voor invordering fiscale schulden. Schatkist en sociale zekerheidsbijdragen.

**Nummer**

639

**Datum**

23 februari 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

27 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, 1993-1994, nr. 112, blz. 5926-5927**

*Rechten van voorrang voor invordering fiscale schulden - Schatkist en sociale zekerheidsbijdragen.*

## **VRAAG**

De grens inzake inkomensverwerving door de sociale zekerheid en door de Schatkist vervaagt zodanig dat in internationale vergelijkingen de hoogte van het beslag van de overheid op het nationale inkomen meer en meer door de gezamenlijke fiscale en parafiscale druk wordt aangeduid.

De individuele burger ziet trouwens ook het verschil niet tussen fiscale en parafiscale heffingen.

Het wegvallen van dit onderscheid wordt in ons land verder in de hand gewerkt door de jongste ontwikkeling van de wetgeving waarbij de opbrengst van nieuwe belastingen wordt geaffecteerd aan de sociale zekerheid (bijvoorbeeld de 3 opcentiemen of de verhoogde BTW).

Ik stel daarentegen vast dat de Schatkist, bij de invordering van de belastingen systematisch achtergesteld wordt ten overstaan van de sociale zekerheid. Als voorbeeld kan gelden het voorrecht van de Schatkist, dat plaats neemt na het voorrecht van de sociale zekerheid. Deze toestand is niet langer verantwoord.

Kan de geachte minister mij de lijst verstrekken van de wettelijke voorschriften waarbij de "comparatieve" positie van de Schatkist en de sociale zekerheid wordt weergegeven in alle gevallen waarbij verplichte bijdragen aan beide moeten worden betaald ?

Dezelfde vraag betreft de uitgaven, meer bepaald de procedures en controlemiddelen waarbij gelden worden besteed langs allerlei tegemoetkomingen van de overheid.

## **ANTWOORD**

In verband met de rechten van voorrang voor de invordering van fiscale schulden aan de Schatkist en van sociale zekerheidsbijdragen, kan ik het geachte lid het volgende mededelen.

1\. Wat de directe belastingen en de voorheffingen betreft.

Het voorrecht van de Schatkist inzake directe belastingen en inzake voorheffingen is geregeld in artikel 422 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92). De rang van dat voorrecht is vastgelegd in artikel 423 van hetzelfde Wetboek.

De wet houdende fiscale en financiële bepalingen van 22 juli 1993 (Belgisch Staatsblad van 26 juli 1993) heeft dat voorrecht opgewaardeerd.

Vanaf het van kracht worden van die nieuwe wettelijke bepalingen (in casu 5 augustus 1993) is de invordering van de bedrijfsvoorheffing gewaarborgd door een algemeen voorrecht op roerende goederen en op inkomsten met dezelfde rang als het voorrecht van de sociale- zekerheidsbijdragen, met name de rang van artikel 19, 4°ter, van de hypotheekwet.

De onroerende en roerende voorheffing en de directe belastingen zijn vanaf diezelfde datum gewaarborgd door een algemeen roerend voorrecht dat rang inneemt onmiddellijk na het voorrecht vermeld in artikel 19, 5°, van de hypotheekwet. Dit voorrecht heeft dus nog steeds een minder gunstige rang dan het voorrecht inzake de sociale-zekerheidsbijdragen.

Ingevolge een eveneens door de voormelde wet van 22 juli 1993 uitgevaardigde bepaling (art. 423, derde lid, WIB 92) kan het voorrecht van de Schatkist evenwel ook opnieuw worden uitgeoefend op het saldo van de verkoopopbrengst van een onroerend goed.

De invordering van voorheffingen en directe belastingen is bovendien gewaarborgd door een wettelijke hypotheek die kan worden ingeschreven op al de in België gelegen goederen van de belastingschuldige (art. 425, WIB 92).

Evenals het voorrecht bezwaart de hypotheek ook de goederen van de echtgenoot van de belastingschuldige in de mate dat de invordering van de aanslagen op die goederen mag vervolgd worden.

2\. Wat de belasting over de toegevoegde waarde betreft.

Het voorrecht van de Openbare Schatkist inzake belasting over de toegevoegde waarde is geregeld in [artikel 86 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-86). De rang van dat voorrecht is vastgelegd in artikel 87 van hetzelfde Wetboek. Beide artikelen werden onlangs gewijzigd door de wet houdende fiscale bepalingen van 22 juli 1993 (Belgisch Staatsblad van 26 juli 1993).

Voor de invordering van de belasting over de toegevoegde waarde, van de interesten en van de kosten heeft de Openbare Schatkist een algemeen voorrecht op alle inkomsten en op de roerende goederen van alle aard van de belastingschuldige, met uitzondering van de schepen en vaartuigen, en een wettelijke hypotheek op alle daarvoor vatbare en in België gelegen goederen van de belastingschuldige ([art. 86 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-86)).

Het voorrecht bedoeld in dit artikel 86 neemt rang onmiddellijk na dat vermeld in artikel 19, 5°, van de hypotheekwet van 16 december 1851 en de volgorde van verhaal bepaald in dit artikel is van toepassing op de belasting over de toegevoegde waarde.

In zekere mate werd het voorrecht door de aldus ingevoerde nieuwe bepalingen opgewaardeerd daar vanaf 5 augustus 1993 (datum van de inwerkingtreding van de [art. 86](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-86) en 87 van het BTW-Wetboek in hun nieuwe versie) de Schatkist ook haar aanspraken kan doen gelden op het saldo van de verkoopprijs van de gehypothekeerde goederen. Bij samenloop gaan evenwel de schulden met betrekking tot de verplichte bijdragen in de sociale zekerheid in regel voor.

Tot zekerheid van de voldoening van de belasting, de interesten en de kosten heeft de Schatkist eveneens een wettelijke hypotheek op alle daarvoor vatbare en in België gelegen goederen van de belastingschuldige ([art. 86 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-86)). De rang van deze wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving ([art. 88, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-88)) die dan ook de samenloop met andere schuldeisers vastlegt.

De BTW-administratie oefent in beginsel geen toezicht uit op de subsidies en tegemoetkomingen zelf. Wel is de BTW-administratie bevoegd voor de controle van de vrijstellingen van BTW die afhankelijk zijn van het vervullen van de voorwaarden die aan de basis van de tegemoetkoming liggen.

Voor de specifieke verminderde tarieven zoals die onder andere onder welbepaalde voorwaarden bestaan in het kader van de sociale huisvesting en de aankoop van autovoertuigen door minder-validen, wordt dossier per dossier nagekeken of de voorwaarden voldaan zijn om het verminderd tarief te genieten.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 86](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-86) 4 voorkomens

[WBTW art. 88](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-88) 1 voorkomen
