VRAAG
Berichten bereiken mij waaruit blijkt dat de Belgische uitvoerders van groenten en fruit benadeeld zouden zijn t.o.v. hun Nederlandse collega's ingevolge een verschillende toepassing van de BTW-reglementering resp. in België en Nederland.
Aldus betalen de Belgische exporteurs de BTW onmiddellijk bij hun aankopen in de Nederlandse veilingen, terwijl de Nederlandse exporteurs de BTW niet hoeven te betalen bij hun aankopen in de Belgische veilingen. Wanneer de Nederlandse handelaars groenten en fruit verkopen aan Belgische kleinhandelszaken wordt echter evenmin BTW betaald. Dergelijke fraude benadeelt niet alleen de Belgische Schatkist, maar ook de Belgische exporteurs aangezien de gelijkheid van concurrentievoorwaarden wordt verstoord.
Het gelieve de geachte minister van Financiën mij een antwoord te verstrekken op de hiernavolgende vragen :
1. Is deze informatie juist ?
2. In bevestigend geval, welke maatregelen zal de Belgische minister treffen om deze toestand recht te zetten ?
3. Is dit systeem van verschillende behandeling van Belgische exporteurs beperkt tot Nederland of bestaat dit ook in andere EU-landen ?
ANTWOORD
1. Ik kan het geachte lid mededelen dat dit probleem mij niet onbekend is. Uit navraag die door de Belgische BTW-administratie werd gedaan bij de Nederlandse collega's is gebleken dat bepaalde Nederlandse veilingen inderdaad aan Belgische (en andere niet-Nederlandse) belastingplichtige kopers BTW aanrekenen, zoals ze blijkbaar ook deden vóór 1993, daar waar de goederen toentertijd werden uitgevoerd en er in principe eveneens BTW-vrijstelling gold.
2. Deze praktijk zou zijn ingegeven door de vrees bij de verkoper geen afdoende bewijs te kunnen leveren van het vervoer door de koper van de goederen buiten het Nederlandse grondgebied. Hoe dan ook, de systematische weigering, door de Nederlandse verkopers, om vrijstelling te verlenen is duidelijk een niet-conforme toepassing van de BTW-overgangsregeling zoals ingevoerd door de richtlijn van 16 december 1991 (91/680/EEG) tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging, met het oog op de afschaffing van de fiscale grenzen, van richtlijn 77/388/EEG (PB nr. L 376 van 31 december 1991, blz. 1 en volgende), en door de richtlijn van 14 december 1992 (92/111/EEG) tot wijziging van richtlijn 77/388//EEG en tot invoering van vereenvoudigingsmaatregelen op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB nr. L 384 van 30 december 1992, blz. 47 en volgende).
Meer in het bijzonder voorziet artikel 28quater, A, a), van laatstgenoemde richtlijn, in een vrijstelling in de lidstaat van vertrek, van de leveringen van goederen die door of voor rekening van de verkoper of de afnemer worden verzonden of vervoerd buiten het grondgebied van de Lid-Staat van vertrek, maar binnen de Gemeenschap op voorwaarde dat de levering gedaan wordt aan een andere belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig optreedt en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen.
In België werd deze vrijstelling opgenomen in artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek. Wanneer Belgische veilingen aan Nederlandse belastingplichtige afnemers verkopen, waarbij de goederen worden vervoerd naar Nederland door of voor rekening van de koper, is er voldaan aan de wettelijke bepalingen om de vrijstelling te kunnen toepassen.
Niettemin moet de verkoper kunnen aantonen dat de goederen daadwerkelijk het land hebben verlaten wat, zoals hierboven reeds vermeld, voor problemen kan zorgen.
Niet alleen Nederland is zich hiervan bewust, ook in ons land werd deze kwestie reeds onderzocht. Daarvoor verwijs ik u naar een persmededeling van het ministerie van Financiën die gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van 20 februari 1993 (blz. 3952-3954).
Hierin wordt gesteld dat de verkoper, op wie de bewijslast rust, dit bewijs moet kunnen leveren door een geheel van overeenstemmende gebruikelijke handelsdocumenten.
Indien de verkoper niet overtuigd wordt door de elementen geboden door de koper en twijfelt of wel aan de voorwaarde van vervoer of verzending van de goederen buiten België zal worden voldaan, kan hij steeds de BTW door zijn medecontractanten laten betalen. Deze regel is eveneens van toepassing op de leveringen door de Belgische veilingen.
Gezien de bewijsvoering noodzakelijkerwijze de samenwerking tussen de verkoper en de koper vereist, is het zo goed als onmogelijk de toepassing van de vrijstellingsregeling af te dwingen indien deze samenwerking ontbreekt. Dit is trouwens ook het standpunt van de Nederlandse BTW-administratie.
3.Tot slot kan ik u mededelen dat ik niet op de hoogte ben van gelijkaardige situaties in andere Lid-Staten van de Europese Unie.