---
title: "Parlementaire vraag 627 · Verlaagd btw-tarief voor schoolgebouwen"
description: "Verlaagd btw-tarief voor schoolgebouwen. Parlementaire vraag nr. 627 van 4 november 2015 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/627-verlaagd-btw-tarief-schoolgebouwen-benoit-4b10"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/627-taux-reduit-tva-batiments-scolaires-2878"
---

# Verlaagd btw-tarief voor schoolgebouwen

**Nummer**

627

**Datum**

4 november 2015

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

20 paragrafen

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/090 d.d. 07.10.2016, blz. 313**

*Verlaagd btw-tarief voor schoolgebouwen.*

## **VRAAG**

In het raam van de taxshift heeft de regering een verlaging van de btw naar 6 procent aangekondigd voor schoolgebouwen en sociale woningen.

Volgens de aan de parlementsleden rondgedeelde tabel met de begrotingscijfers zou deze btw-vermindering 10 miljoen euro opbrengen in 2017 en 10 miljoen euro in 2018.

De maatregel wordt reeds lang aangekondigd, want hij was al voorzien in het Pinksterakkoord van 2001.

De maatregel werd echter nooit ingevoerd, want de btw wordt geregeld door een Europese richtlijn. Een verlaging van het btw-tarief moet dus eerst de goedkeuring krijgen van de Ecofin-Raad.

**1.** Heeft de Ecofin-Raad zijn goedkeuring gehecht aan een verlaagd btw-tarief voor schoolgebouwen?

**2.** Hoeveel brengt de btw op de bouw en renovatie van schoolgebouwen de federale Staat momenteel op?

**3.** Op grond van welke investeringen in de Franse en in de Vlaamse Gemeenschap werd dit berekend?

**4.** Op grond van welke prognoses van de federale regering inzake de investeringen van de Gemeenschappen in schoolgebouwen tussen 2016 en 2019 gaat men ervan uit dat de btw-verlaging 30 miljoen euro zal opbrengen over deze periode?

## **ANTWOORD**

**van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 26.09.2016,**

**1.** Ik kan meedelen dat het verlaagd btw-tarief van 6 % vanaf 1 januari 2016 van toepassing is op schoolgebouwen. Het koninklijk besluit dat deze bepaling invoegt, werd gepubliceerd in het *Belgisch Staatsblad* van 15 december 2015 (Ed. 2). De levering, bouw, renovatie en verbouwing van de in het kader van het sociaal beleid verstrekte huisvesting kan op basis van punt 10 van de [bijlage III](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/bijlage-iii) van de richtlijn 2006/112/EG het verlaagd btw-tarief genieten.

Uit recente rechtspraak van het Hof (Zaak C-161/14, 4 juni 2015, Europese Commissie tegen Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland) blijkt dat de draagwijdte van punt 10 van bijlage III van Richtlijn 2006/ 112/EG niet noodzakelijk beperkt blijft tot woningen, maar ook betrekking kan hebben op huisvesting in de ruime zin, zolang deze huisvesting kadert binnen een sociaal beleid.

De huisvesting van leerlingen en studenten in hedendaagse en geschikte schoolgebouwen past binnen het vooropgestelde sociaal beleid van de Regering. Het is op deze basis dat het verlaagde btw-tarief voor schoolgebouwen werd ingevoerd, zonder een voorstel van de Europese Commissie tot wijziging van de btw-richtlijn in die zin af te wachten.

**2.** en **3.** Wat de scholenbouw betreft, is het zo dat deze tot en met 2015 onderworpen was aan het tarief van 21 %. De actuele investering in deze gebouwen beloopt gemiddeld voor de laatste drie jaar ongeveer 669,3 miljoen euro. De btw-opbrengst die daarbij gegenereerd wordt, beloopt 140,6 miljoen euro.

Gevraagd naar de verdeling over de Gemeenschappen van deze investeringen, dient aangestipt dat het niet zo éénvoudig is om die verdeling te maken. Op basis van cijfers 2012-2013 wordt het aandeel van de Franse Gemeenschap in het geheel van de scholenbouw geraamd op 26 % van het totaal aan investeringen. Daarin is het aandeel van de lokale besturen in Brussel én Wallonië begrepen. De overige 74 % zouden dan naar Vlaanderen gaan en dit verdeeld over de Vlaamse Gemeenschap en de lokale besturen.

Een daling van het btw-tarief van 21 naar 6 % zou een puur mathematische kost van 100,4 miljoen euro genereren. Dit is uiteraard een kost waarbij noch rekening is gehouden met terugverdieneffecten noch rekening is gehouden met een verhoging van het actueel investeringsniveau. Dit laatste zou, op basis van de doelstellingen ter zake van de gemeenschappen zeker fors worden opgetrokken.

Wat de verdeling van de bovenvermelde budgettaire kost over de gemeenschappen betreft, zou 74,3 miljoen euro van het geheel van de btw-impact naar Vlaanderen gaan en 26,1 miljoen euro naar het Franstalig landsgedeelte (Wallonië) en Brussel. Nu, deze verhouding kan schommelen in de tijd al naargelang de investeringen van de ene gemeenschap proportioneel hoger of lager liggen ten opzichte van de andere gemeenschap.

**4.** In het meest recente begrotingsdocument, namelijk de aanpassing van de begrotingen van ontvangsten en uitgaven voor het begrotingsjaar 2016 (doc 54 1803/001), werd een budgettaire kost opgenomen van 100 miljoen euro vanwege de maatregel btw-verlaging op scholenbouw voor 2016. Er is inderdaad sprake van dat een btw-verlaging mogelijks terugverdieneffecten genereert, aangezien beide gemeenschappen in dit land bereid zijn belangrijke inspanningen te doen om de staat van hun schoolgebouwen over de periode 2016-2019 aanzienlijk te verbeteren. Deze elementen, met inbegrip van de uitbreiding van de btw-verlaging voor sociale huisvestiging in de privésector, zouden uiteindelijk aanleiding kunnen geven tot meeropbrengsten inzake belastingontvangsten. Deze terugverdieneffecten worden echter verondersteld opgenomen te zijn in de meest recente macro-economische ramingen van het Federaal Planbureau via meerinvesteringen en tewerkstelling en worden dus niet expliciet opgenomen in de raming van de fiscale ontvangsten waar de maatregel wordt geraamd op een kost van 100 miljoen euro.

## Aangehaalde teksten

1

[btw-richtlijn 2006/112 bijlage III](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/bijlage-iii) 1 voorkomen
