Notarissen. advocaten en gerechtsdeurwaarders · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

62 6 september 1995

Zoeken

Notarissen. advocaten en gerechtsdeurwaardersNotarissen. advocaten en gerechtsdeurwaarders.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/62-notarissen-advocaten-gerechtsdeurwaarders-den-eynde-6650

Nummer
62
Datum
6 september 1995

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 6, blz. 372-373

BTW-Revue nr. 117, blz. 1066

Notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders.

VRAAG

U bent niet onmiddellijk van plan de advocaten aan de BTW te onderwerpen. Ons land is daardoor een uitzondering, aangezien de Europese regelgeving de BTW-plicht uitbreidt tot de vrije beroepen. U heeft steeds geargumenteerd dat de afwijking die aan België toegestaan wordt, volledig steunt op de mogelijkheden die door de huidige Europese regelgeving geboden worden. U vindt dat trouwens verantwoord om de toegang tot het gerecht niet nog duurder te maken.

In welke mate zal u ook andere juridische beroepen, zoals notarissen en gerechtsdeurwaarders, de BTW-plicht besparen omwille van hetzelfde argument?

ANTWOORD

Als belastingplichtigen in de zin van artikel 4 van de 6e richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 (77/388/EEG) betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting, kunnen de advocaten, in de mate dat hun diensten vrijgesteld waren vóór het in werking treden van deze richtlijn op 1 januari 1978, hetgeen het geval was in België, de afwijking genieten voorzien in artikel 28, § 3, b, van deze richtlijn, waarbij de lidstaten gedurende een overgangsperiode in bepaalde gevallen kunnen blijven afwijken van de normale regeling van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

Aangezien deze facultatieve afwijkingen slechts werden mogelijk gemaakt om de lidstaten en die sectoren van het economische leven die ervan profiteren de beschikking te geven over de nodige tijd om de vereiste aanpassingen aan te brengen, dienen ze, in het kader van een eenheidsmarkt, vanzelfsprekend te verdwijnen.

Alhoewel er reeds een aantal van die maatregelen door de Raad van de Europese Gemeenschappen werden ingetrokken in de 18e richtlijn van 18 juli 1989 (89/465/EEG), moeten andere, waaronder deze met betrekking tot de advocaten en andere beoefenaars van vrije beroepen, zoals notarissen en gerechtsdeurwaarders nog worden opgeheven.

In juli 1992 heeft de Commissie onder meer met betrekking tot deze opheffing een voorstel van richtlijn ingediend bij de Raad.

Tot zolang deze bepalingen in bedoelde richtlijn niet zijn goedgekeurd, ben ik van mening dat België de thans geldende vrijstelling niet alleen ten aanzien van advocaten maar ook ten aanzien van notarissen en gerechtsdeurwaarders moet behouden.