Intracommunautaire levering van nieuwe vervoermiddelen door een niet-belastingplichtige aan een andere niet-belastingplichtige · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

603 8 september 2021

Zoeken

Intracommunautaire levering van nieuwe vervoermiddelen door een niet-belastingplichtige aan een andere niet-belastingplichtige

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/603-intracommunautaire-levering-nieuwe-vervoermiddelen-belastingplichtige-88f6

Nummer
603
Datum
8 september 2021

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 603 van de heer Josy Arens d.d. 08.09.2021

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/068 d.d. 04.11.2021, blz. 133

Vraag nr. 603 van De heer volksvertegenwoordiger Josy Arens van 08 september 2021 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Btw. - Intracommunautaire levering van nieuwe vervoermiddelen door een niet-belastingplichtige aan een andere niet-belastingplichtige.

VRAAG

1. Hoe kan een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die een nieuwe auto in de zin van artikel 8bis, § 2 van het Btw-Wetboek levert aan een niet-belastingplichtige buiten België maar binnen de EU, het bewijs leveren dat het voertuig het Belgische grondgebied verlaten heeft, zodat hij om terugbetaling kan vragen van een deel van de Belgische btw die betaald werd bij de aankoop van het voertuig in ons land?

2. Voor de verzending naar het buitenland hoeft men in dat geval geen beroep te doen op een transporteur en mag de koper zelf met het voertuig rijden. Hoe kan de in België gevestigde verkoper in de praktijk nagaan dat hij het voertuig verkoopt aan een in het buitenland gevestigde persoon als die laatste zelf een natuurlijke persoon is? De verkoper is geen professionele verkoper en houdt dus geen boekhouding bij. Welke minimale voorzorgsmaatregelen kunt u hem in dat geval aanbevelen?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 04.11.2021:

U beoogt de situatie van een intracommunautaire levering van een nieuw landvoertuig in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Btw-Wetboek tussen niet-belastingplichtige natuurlijke personen (particulieren), waarbij de koper het voertuig vervoert van België naar een andere EU-lidstaat.

Landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor met een cilinderinhoud van meer dan 48 cc of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt, worden overeenkomstig artikel 8bis, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek op vlak van btw als nieuw beschouwd, wanneer hun levering plaatsvindt binnen de zes maanden na de datum van hun eerste ingebruikneming of die niet meer dan 6.000 kilometer hebben afgelegd.

Wanneer een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon een intracommunautaire levering onder bezwarende titel van een nieuw vervoermiddel verricht, wordt die persoon in het kader van die levering overeenkomstig artikel 8bis, § 1, van het Btw-Wetboek als een 'toevallige' btw-belastingplichtige aangemerkt.

Deze intracommunautaire levering onder bezwarende titel aan een andere niet-belastingplichtige natuurlijke persoon vindt overeenkomstig artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek plaats in de lidstaat van vertrek van het vervoer, in casu België, en is overeenkomstig artikel 2 van het Btw-Wetboek belastbaar. De levering is evenwel vrijgesteld door artikel 39bis, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek als alle voorwaarden voldaan zijn. De verkoper moet een factuur uitreiken opgemaakt overeenkomstig de regels van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 en moet aangifte doen van de levering (zie artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit nr. 48 van 29 december 1992) door middel van het formulier nr. 447 dat kan worden gedownload via het platform MyMinfin.

Als de intracommunautaire levering van het nieuwe vervoermiddel is vrijgesteld door artikel 39bis van het Btw-Wetboek, kan de toevallige belastingplichtige verkoper overeenkomstig artikel 45, § 1bis, van het Btw-Wetboek een begrensd recht op aftrek uitoefenen met betrekking tot de Belgische btw die hij heeft betaald bij de aankoop, invoer of intracommunautaire verwerving in België van het voertuig. De voorwaarden en modaliteiten worden bepaald door de artikelen 5, 6 en 7 van het koninklijk besluit nr. 48 van 29 december 1992.

Eén van de voorwaarden voor het recht op aftrek is dat de verkoper moet kunnen bewijzen dat de door hem verrichte levering van het nieuwe vervoermiddel binnen de voorwaarden van artikel 39bis van het Btw-Wetboek valt (zie artikel 6, 3°, van koninklijk besluit nr. 48).

Dit houdt onder meer in dat de verkoper moet kunnen aantonen dat het nieuwe vervoermiddel door de verkoper, door de afnemer of voor hun rekening naar de afnemer is verzonden of vervoerd, buiten België, maar binnen de Gemeenschap.

Met het oog op het bewijs dat de goederen verzonden of vervoerd zijn vanuit België naar een andere lidstaat voor de toepassing van de vrijstellingen bedoeld in artikel 39bis, eerste lid, van het Wetboek, bepaalt artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit nr. 52 van 11 december 2019 dat de leverancier steeds in het bezit moet zijn van alle documenten (een geheel van bewijzen) waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen vanuit België naar een andere lidstaat blijkt. Die documenten omvatten onder meer de vervoerdocumenten, de facturen van vervoerders, de verzekeringsdocumenten en de betalingsdocumenten met betrekking tot het vervoer.

In het kader van de intracommunautaire levering van een nieuw vervoermiddel waarbij de koper zelf met het voertuig naar de lidstaat van bestemming rijdt, kunnen onder meer volgende documenten een element vormen in het geheel van bewijzen dat door de verkoper moet worden voorgelegd: een kopie van het inschrijvingsbewijs van het voertuig in de lidstaat van aankomst, verzekeringsdocumenten, eventueel een rekeninguittreksel waaruit blijkt dat de betaling werd gedaan vanuit een rekeningnummer bij een financiële instelling uit de lidstaat van bestemming, een kopie van de documenten die in het kader van de intracommunautaire verwerving van het voertuig aan de koper werden afgeleverd door de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van aankomst, zoals een betalingsbewijs van de btw, een bevestiging van de verwerving, een (ontvangst)bewijs van de indiening van de aangifte/melding van de intracommunautaire verwerving, eventuele douaneformaliteiten, enz. Het is ook aangeraden om een kopie te nemen van de identiteitsdocumenten (paspoort, identiteitskaart, rijbewijs) van de koper.

Er wordt benadrukt dat elk bewijskrachtig stuk is toegelaten, maar dat geen enkel document op zich voldoende of onmisbaar is.

Met het oog op de verhogen van de rechtszekerheid met betrekking tot het bewijs van het vervoer of de verzending vanuit België naar een andere lidstaat (door of voor rekening van de leverancier of de afnemer) van goederen die het voorwerp uitmaken van een intracommunautaire levering vanuit België zoals bedoeld in artikel 39bis, eerste lid, 1° tot 3°, van het Btw-Wetboek, heeft de Belgische wetgever een weerlegbaar wettelijk vermoeden ingevoerd. In zoverre de voorwaarden van artikelen 3, § 3 en 4 van het koninklijk besluit nr. 52 van 11 december 2019 zijn vervuld, heeft dit vermoeden tot gevolg dat de goederen geacht worden te zijn verzonden of vervoerd vanuit België naar een andere lidstaat, behoudens tegenbewijs door de administratie.

Om beroep te kunnen doen op dit wettelijk vermoeden moet de verkoper in het bezit zijn van een bestemmingsdocument dat is opgemaakt en gevalideerd volgens de voorwaarden zoals bepaald door artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 52 (samen met de transportfactuur wanneer de goederen voor rekening van de leverancier worden vervoerd) en waarvan de inhoud niet strijdig is met die van de documenten bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 52. Het bestemmingsdocument wordt uitvoerig besproken in punt 3.6.1.4.4 van circulaire 2020/C/50 van 2 april 2020 die kan worden geraadpleegd op de website www.fisconetplus.be.

Ook de Europese wetgever heeft via artikel 45bis van de Uitvoeringsverordening EU/282/2011 een aantal weerlegbare wettelijke vermoedens ingevoerd met betrekking tot het bewijs van het vervoer van goederen in het kader van een intracommunautaire levering. De leverancier kan zich niet beroepen op deze wettelijke vermoedens wanneer de leverancier of de afnemer zelf (met eigen transportmiddel) het vervoer van de goederen verricht. Deze vermoedens kunnen dus niet worden ingeroepen in het kader van de intracommunautaire levering van een nieuw vervoermiddel waarbij de verkoper of de koper het voertuig zelf vervoert (bijvoorbeeld door er zelf mee te rijden of het mee te nemen op een aanhangwagen).

Aangehaalde teksten

13
WBTW art. 39bis5 voorkomens
WBTW art. 8bis4 voorkomens
KB nr. 48 art. 62 voorkomens
KB nr. 52 art. 32 voorkomens
KB nr. 48 art. 11 voorkomen
KB nr. 48 art. 21 voorkomen
KB nr. 48 art. 51 voorkomen
KB nr. 48 art. 71 voorkomen
KB nr. 52 art. 21 voorkomen
KB nr. 52 art. 41 voorkomen
WBTW art. 141 voorkomen
WBTW art. 21 voorkomen
WBTW art. 451 voorkomen

Administratieve doctrine

7

« … van de indiening van de aangifte/melding van de intracommunautaire verwerving, eventuele douaneformaliteiten, enz. Het is ook aangeraden om een kopie te nemen van de identiteitsdocumenten (paspoort, identiteitskaart, rijbewijs) van de koper ( schriftelijke parlementaire vraag nr. 603 van de heer Volksvertegenwoordiger Josy Arens van 08.09.2021 ). Indien de leverancier niet over de nodige bewijsstukken beschikt om het vervoer of de verzending van de goederen van België naar een andere lidstaat aan te tonen, is de Belgische administratie niet verplicht om krachtens de richtlijn inzake wederzijdse … »

Vrijstellingen voor intracommunautaire leveringen en verwervingen (01.03.2026)Administratieve commentaar01.03.2026

Bekijk de 7 documenten