---
title: "Parlementaire vraag 601 · Dienstverlenende verenigingen. Resultaten onderzoek"
description: "Dienstverlenende verenigingen. Resultaten onderzoek. Parlementaire vraag nr. 601 van 27 oktober 2015 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/601-dienstverlenende-verenigingen-resultaten-onderzoek-luk-1cd8"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/601-associations-prestataires-services-resultats-etude-e470"
---

# Dienstverlenende verenigingen. Resultaten onderzoek

**Nummer**

601

**Datum**

27 oktober 2015

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

17 paragrafen

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/090 d.d. 07.10.2016, blz. 311**

*Dienstverlenende verenigingen. - Resultaten onderzoek*

## **VRAAG**

In antwoord op [vraag nr. 62 van 21 november 2014](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/62-administratieve-dienstverlenende-verenigingen-mv-e8c7) (*Vragen en Antwoorden*, Kamer, 2014-2015, nr. 8, blz. 138- 139) heeft u geantwoord dat uw administratie zal onderzoeken of de dienstverlenende verenigingen die geen btw heffen over de diensten die ze verstrekken aan de deelnemende steden en/of gemeenten zich daarbij kunnen beroepen op een bepaling van het Btw-Wetboek en dat indien evenwel zou blijken dat ze ten onrechte geen btw heffen over betreffende diensten zal de administratie de nodige maatregelen treffen.

**1.** Wat zijn de resultaten van dit onderzoek?

**2.** a) Op welke bepaling van het Btw-wetboek kunnen dienstverlenende verenigingen zich desgevallend baseren teneinde geen btw te moeten aanrekenen op de diensten die ze leveren aan steden en gemeenten?

b) Welke maatregelen zijn genomen teneinde concurrentieverstoring tegen te gaan indien geen dergelijke vrijstelling voorhanden is?

**3.** Heeft u de omvang van deze problematiek in kaart gebracht?

## **ANTWOORD**

**van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 28.09.2016,**

Op 12 november 2015 werden vertegenwoordigers van de Vlaamse Steden en Gemeenten evenals vertegenwoordigers van intercommunale samenwerkingsverbanden door de centrale diensten van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit - dienst Btw ontvangen teneinde de kwestieuze problematiek te bespreken.

In de praktijk blijkt dat dienstverlenende verenigingen vaak in een overeenkomst met hun vennoten wederzijdse exclusiviteit verlenen. Deze dienstverlenende verenigingen verstaan onder wederzijdse exclusiviteit dat de omschreven diensten enkel verstrekt worden aan de deelnemers die daarvoor exclusiviteit hebben verleend, terwijl deze deelnemers voor deze diensten uitsluitend een beroep doen op de dienstverlenende vereniging, voor zover zij deze activiteiten niet in eigen beheer wensen uit te voeren.

Op basis van deze wederzijdse exclusiviteit rekenen de dienstverlenende verenigingen geen btw aan op de diensten die ze verstrekken aan hun vennoten, terwijl in principe wel btw wordt aangerekend aan vennoten waarmee geen exclusieve dienstverlening werd overeen gekomen.

Betrokkenen motiveren deze zienswijze op basis van de wetgeving en rechtspraak inzake overheidsopdrachten. Onder bepaalde voorwaarden is er, specifiek wat overheidsopdrachten betreft, sprake van een "*in-house*" dienstverlening waarvoor de overheidsinstellingen geen openbare aanbesteding moeten uitschrijven. Volgens de sector zou dit ook het geval kunnen zijn voor de diensten verricht door dienstverlenende verenigingen voor de deelnemende gemeenten. Voorts is de sector van mening dat een dienstverlenende vereniging, in het licht van de wetgeving en rechtspraak inzake overheidsopdrachten, niet deelneemt aan het economische verkeer en niet zelfstandig handelt.

De centrale diensten van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit hebben de argumenten van betrokkenen onderzocht, maar behouden het standpunt opgenomen in de [beslissing nr. E.T. 111.703 van 6 september 2006](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-111-703-belastingplichtige-btw-belastingschuldige-ffc7) inzake de btw-hoedanigheid van dienstverlenende verenigingen.

Voornoemde beslissing maakt een onderscheid tussen samenwerkingsvormen met of zonder beheersoverdracht. Wanneer er sprake is van een intergemeentelijk samenwerkingsverband zonder beheersoverdracht, dient de opgerichte vereniging te worden aangemerkt als een gewone btw-belastingplichtige beoogd door [artikel 4 van het Btw- Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4). Wanneer er daarentegen wel sprake is van een beheersoverdracht, valt de desbetreffende vereniging onder de bepalingen van [artikel 6 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6). De beslissing vermeldt bovendien dat het principe van de exclusieve dienstverlening, waarbij gemeenten opteren om bepaalde diensten exclusief af te nemen bij het samenwerkingsverband, niet kan worden aangemerkt als of gelijkgesteld met beheersoverdracht.

Bijgevolg wordt, inzake btw, een dienstverlenende vereniging als een gewone btw-belastingplichtige als bedoeld in [artikel 4 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) aangemerkt. Dergelijke verenigingen kunnen zich eventueel, net zoals elke btwbelastingplichtige, op de in het Btw-Wetboek vermelde vrijstellingen beroepen, inzonderheid de vrijstelling voor zelfstandige groeperingen bedoeld in artikel 44, § 2*bis*, van voornoemd Wetboek.

Het is belangrijk dat de btw-reglementering door iedereen correct wordt toegepast om concurrentieverstoring te vermijden. Naar aanleiding van uw interventies heeft de administratie reeds bepaalde initiatieven genomen om de hier beoogde problematiek aan te pakken. Bepaalde dienstverlenende verenigingen werden reeds ingelicht dat het standpunt van de administratie, zoals opgenomen in de [beslissing nr. E.T. 111.703](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-111-703-belastingplichtige-btw-belastingschuldige-ffc7), onverkort van toepassing blijft. De administratie zal de correcte naleving van de btw-wetgeving in hoofde van de andere dienstverlenende verenigingen onderzoeken.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 2 voorkomens

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

1

[Voorafgaande beslissingen 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/601-dienstverlenende-verenigingen-resultaten-onderzoek-luk-1cd8/documenten?type=voorafgaande-beslissingen)

« … heeft in zijn antwoord op een parlementaire vraag van 27.10.2015 inderdaad uitdrukkelijk bevestigd dat een dienstverlenende vereniging zich kan beroepen op de btw-vrijstelling voor KDV’s voor zover aan de wettelijke toepassingsvoorwaarden wordt voldaan ( Parl. Vr. nr. 601 VAN BIESEN van 27.10.2015 , Vr. en Antw. Kamer, 07.10.2016, nr. 54/090, 311). 7. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid waarvan de oprichting niet gepaard gaat met een beheersoverdracht, zoals in casu een dienstverlenende vereniging, zijn principieel … »

[Vrijstelling](https://juriel.be/nl/rulings/2017-504-vrijstelling-toepassingsvoorwaarden-belasting-diensten-verricht-d820) Voorafgaande beslissing 03.10.2017

[Bekijk het document](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/601-dienstverlenende-verenigingen-resultaten-onderzoek-luk-1cd8/documenten)
