Vr. en Antw., Senaat
Verenigingen zonder winstoogmerk - Verplichtingen inzake BTW
VRAAG
Verschillende verenigingen zonder winstoogmerk, die aanleunen bij een politieke partij, verzorgen de radio- en TV-uitzendingen binnen de toegestane zendtijd. Meestal zijn deze VZW's BTW-belastingplichtigen.
Kan de geachte Minister mij antwoorden op de volgende vragen:
1. Kunnen alle VZW's, niettegenstaande zij geen regelmatige verkopen hebben en bijgevolg hun inkomsten halen uit giften en lidgelden, aangemerkt worden - op aanvraag - als BTW-belastingplichtigen?
2. Kunnen de VZW's die, zoals boven omschreven, uitzendingen verzorgen, de BTW aftrekken op de ontvangen leveringen en diensten?
3. Kunnen de VZW's de ingehouden roerende voorheffing op geldplaatsingen recupereren en onder welke voorwaarden?
ANTWOORD
Vragen 1 en 2.
1. Zoals elk ander natuurlijk of rechtspersoon die dezelfde werkzaamheid uitoefent, heeft een vereniging zonder winstoogmerk, wanneer zij, tegen betaling, goederen levert of diensten verricht, in de regel de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.
Voor 1 januari 1978 hadden de verenigingen zonder winstoogmerk, overeenkomstig artikel 7 van het BTW-Wetboek, evenwel niet de hoedanigheid van belastingplichtige in de mate dat zij, aan hun leden en in hun gemeenschappelijk belang, goederen leverden of diensten verstrekten tegen betaling van een krachtens de statuten bepaalde bijdrage. Volgens diezelfde bepaling konden die verenigingen, op hun verzoek, ten aanzien van die handelingen evenwel kiezen voor de hoedanigheid van belastingplichtige.
Door de wijzigingen die bij de wet van 27 december 1977 (Z. Belgisch Staatsblad van 30 december 1977) in het BTW-Wetboek werden aangebracht, werd, vanaf 1 januari 1978, artikel 7 van dat Wetboek opgeheven.
Vanaf dat zelfde tijdstip zijn, ingevolge de bovengenoemde wetswijzigingen, sommige handelingen die worden verricht door verenigingen zonder winstoogmerk, onder bepaalde voorwaarden van de belasting vrijgesteld. In de mate dat zij dergelijke handelingen verrichten, hebben die verenigingen niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige. Zo zijn onder meer de diensten die, tegen betaling van een krachtens de statuten bepaalde bijdrage, ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van haar leden, worden verricht door een vereniging zonder winstoogmerk die doeleinden van politieke aard nastreeft, van de BTW vrijgesteld. Hetzelfde geldt voor bepaalde handelingen die in samenhang met die diensten worden verricht (z. art. 44, § 2, 11° en 12°, nieuw, van het BTW-Wetboek).
De huidige wetgeving biedt echter aan de betrokken verenigingen niet de mogelijkheid om, op hun verzoek, ten aanzien van de vrijgestelde handelingen de hoedanigheid van belastingplichtige te verkrijgen. In dat verband wordt er evenwel op gewezen dat de verenigingen die destijds, overeenkomstig het oude artikel 7 van het BTW-Wetboek, op hun verzoek de hoedanigheid van belastingplichtige hadden verkregen, bij wijze van overgangsregeling die hoedanigheid kunnen behouden tot uiterlijk 31 december 1980.
2. Overeenkomstig artikel 45 van het BTW-Wetboek, waarin het principe van het recht op aftrek is vastgelegd, kan een vereniging zonder winstoogmerk de BTW geheven van de aan haar geleverde goederen en verleende diensten en van de door haar ingevoerde goederen slechts in aftrek brengen op voorwaarde dat zij de hoedanigheid heeft van BTW-belastingplichtige en voor zover zij, bovendien, die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van met BTW belastbare handelingen.
De vraag of aftrek van BTW mogelijk is moet dus geval per geval worden beoordeeld. Aangezien het niet mogelijk is, aan de hand van de vraag van het geachte Lid, te bepalen in welke mate de bedoelde verenigingen de hoedanigheid hebben van BTW-belastingplichtige, is het evenmin mogelijk te zeggen in welke mate zij de aan hen aangerekende voorbelasting in aftrek kunnen brengen.
Ik ben uiteraard steeds bereid de zaak door mijn administratie te laten onderzoeken wanneer het geachte Lid mij de identiteit van de betrokken verenigingen ter kennis wil brengen.
Vraag 3.
Er kan worden vermoed dat de bedoelde VZW's aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn.
In dit geval is de door die belastingplichtigen verschuldigde belasting op de inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen gelijk aan het belastingkrediet en de roerende voorheffing, zodat er geen mogelijkheid bestaat tot teruggave van de ingehouden roerende voorheffing.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.